GR5A | NIEUWPOORT-BAD – OOSTENDE | 21.11.20

GR5A

Omdat eind november 2020 de zwembaden nog gesloten zijn, trek ik naar zee met mijn oudste zoon en twee van zijn teamgenoten bij Ursus Zwemklub Zwevegem. Via Deinze en De Panne trein- en tramsporen we naar Nieuwpoort-Bad, vanwaar het naar Oostende gaat. Over de 26 kilometer zullen we in totaal iets minder dan 6 uur effectief doen.

Nieuwpoort Bad

Op de zeedijk van Nieuwpoort-Bad verwelkomt ons een tsjilpconcert. Door de relatieve mussendichtheid lijkt het perkgroen een stolploze volière, maar aangezien dat bij uitbreiding ook geldt voor ons mensenpark, fluit ik in weerwil van alles duchtig mee. De toon is gezet.

musjes

De eerste meters richting Kattesas lopen langs de IJzermonding. Voor drukbevolkter tijden zijn er suggestiestroken aangebracht, maar de jeugd toont zich dubbel dwars en onbeteugeld. Ik betrap mezelf schipperend op de middellijn, en geef snel bakboord roer: ik, rebel onder rebellen, voluit tegen de keer.

rebel rebel

De havengeul kleurt mizublauw. Het tij is laag, en in en rond de dukdalven hangen met veek bedekt fietswrakken, plastic tuinstoelen en andere aanspoelsels. Zwemzoon ontwaart in de makke golfslag zowaar de snoet van een zeehond, en de dag kan niet meer stuk.

Nieuwpoort Bad

Langs de promenade staat ook Freddy Cappons ‘Poolreiziger‘, geïnspireerd door de bipolaire exploten van geboren Nieuwpoortenaar Dixie Dansercoer, een naam die mijn vrouw en ik jaren verward hebben met die van de betreurde avonturier Steve Fossett. Ook deze figuur lijkt echter eenzaam op weg door de pijnlijk vertrouwde grote leegte. Onze expeditie vandaag biedt goddank wat meer houvast.

De poolreiziger

We passeren de veiling, waar een tiental visserssloepen liggen aangemeerd, en we monsteren hun takelage. In de netten hangt hier en daar nog wat vergeten bijvangst. Natuurlijk dood.

vismijn

Aan de kaai in Nieuwpoort zelf gedenkt een sober monument de vissers omgekomen op zee. Waarom weet ik niet, maar vooral de blote voeten van de zeebonk raken me.

20201121_103526

Vlakbij ligt het trotse sluizencomplex De Ganzenpoot, waar zes waterwegen samenvloeien. Als muziek klinken hun namen: Iepersas, Veurnesas, Gravensas en Springsas, maar ook de Overlaten van Veurne-Ambacht en van het Nieuwbedelf.

Koning Albert I-monument

Niet toevallig naast dit complexe waterwerk, de spil van de onderwaterzetting van de IJzervlakte, staat in gele shrapnellbaksteen het monumentale gedenkteken voor Koning Albert I; bij het ‘Alberto Regi’ ginnegappen we eerst samsonesk, maar het datiefkwartje valt snel, nu ook bij zwemzoonlief. Dit ruiterstandbeeld gebiedt respect: Van de eerste zon begroet, / en laatst van zon omblonken, / Op ’t helste en hoogste duin, / Tot één gestalte in brons, én beeld én ros, geklonken, / Op grond van grauw arduin. (August Van Cauwelaert)

Koning Albert I-monument
Koning Albert I-monument

Onder aan de trappen ligt het British Memorial to the Missing, een witstenen zuil met de namen van honderden Britse soldaten die sneuvelden in en rond Antwerpen en in de IJzerfrontgevechten. Drie grimmige leeuwen waken over hun gedachtenis.

Koning Albert I-monument

Via het Nieuw Bedelf lopen we een heel eind onverhard langs het Kanaal Plassendale-Nieuwpoort, tot aan de Rattevallebrug. Op het oog stamt een overwinterende boot uit de vloot van Panamarenko zaliger.

Passendalevaart
Passendalevaart

We zijn van de kust weg de polders ingelopen. Weiden en akkerland wisselen elkaar af. De verharde paden leiden ons parallel met Lombardsijde en Westende; pas ter hoogte van Middelkerke knikken we de kust weer toe. Het is er lastig stappen, blootgesteld aan de elementen als we zijn op dit barre biljartdoek.

zonnebloemen
akker
polderen

Voor ons werpt de hoogbouw een ondoordringbare wal op, alsof we te pletter zullen slaan.

kustmuur

Weer aan zee beklimmen we de Warandetoren. Op het recente uitkijkplatform wiegen we mee op de wind, die vervaarlijk door het geëvoceerde stalen helmgras fluit.

Warandetoren
Warandetoren

Achter de troosteloze flatgebouwen naast de constructie lopen we op een pad door kaal groen, dat somber kleurt onder de tinnen hemel.

Westende
Westende

Gelukkig blaast op de IJzerlaan Jerom ons weer zomerse wind in de zeilen.

met de wind in de zeilen

In het centrale Normandpark plegen we een sanitaire stop, waarna de zwemmakkers de gewapende verstaging van het piramidenet op vliegen. Allen willen ze het kraaiennest in, spieden naar de in deze omsloten vlek volstrekt beperkte einder. Ik sla het onbekommerde geklim gade, en leef op.

boys will be boys

Voor #MagischMiddelkerke staan er in het park verspreide lichtinstallaties: een jingelende rendierslee, een stakige maanlander van een kerstboom, en op de zilveren vijvers drijven filigrane waterlelies.

de schoonheid van een meisje


Voor mentale deining zorgen daar Luceberts impressies van onbeholpenheid die mits de juiste context elegantie worden kan: de schoonheid van een meisje / of de kracht van water en aarde / zo onopvallend mogelijk beschrijven / dat doen de zwanen. De begeleidende tekst roemt de ‘sterke levensvreugde’ van die verzen, maar ik twijfel, leef me disassociatief in, navoelend het naakte, tastende scheppen met taal. Want eigenlijk neemt het gedicht een andere wending: maar mij het is blijkbaar is wanhopig / zo woordenloos geboren slechts / in een stem te sterven.

tussen Middelkerke en Raversijde
tussen Middelkerke en Raversijde

We slingeren over het Duinenpad. Af en toe raakt een spat miezer onze koude kleren niet: zwemmers zijn wel wat gewend. Helaas zit het smalle, verharde, met prikkeldraad afgezoomde pad in de weidsheid om ons heen toch wat benepen, als een wringende schoen.

tussen Middelkerke en Raversijde

Pas in provinciedomein Raversijde krijgen we weer ruimte. We trekken een wijde boog rond het bekende stuk Atlantikwall, het natuurpark door, dat in de jaren 50 gevoelig werd uitgebreid door Prins Karel, toen hij er na zijn ontslag als regent actief was als schilder.

Raversijde

Bij de jeugd is evenwel vooral de viertrapstoren in trek.

Domein Raversijde

Achter Raversijde-dorpskern geeft een camping niet meer thuis.

Domein Raversijde

Dan lopen we al tegen Mariakerke aan. Op de grens van het dorp staat pittoresk Onze-Lieve-Vrouw ter Duinen. In de omliggende dodenakker rust ook baron James Ensor. Dat we zijn gebeente gemaskerd moeten groeten, is een macabere speling van het lot.

Ensor

De route draait nu de stad in, maar ons wordt de lokroep van de zee te sterk, en we lopen de branding in. Pootjebaden moet kunnen, ook in het herfstkoude water (spetter, pieter, pater … ) (zinspeelt het door mijn hoofd).

To B or not to B
pootjebaden

Op het strand hebben zich na extreem springtij hoge kliffen gevormd, en die moeten bedwongen, keer op keer. Snel schiet het niet bepaald meer op, maar er is al zo veel zonder zeuren gestapt dat ik de jongens alle tijd gun. Dan maar een druppel later. Samen kolven we doodgemoedereerd barrières af.

kliffen

De grijzen van de hemel boven ons scheidt de kimlijn quasi arbitrair van het rijke zeepalet voor ons, slechts doorbroken door af en toe een schril baken, een schip, een boei.

boeien
richting Oostende
richting Oostende

Bijna in Oostende dan kunnen we niet om ‘Altar‘ van Kris Martin heen, het transparante tableau vivant dat vensters opengooit en tegelijk een kader schept voor een herbronde blik. Nog geen tien jaar staat het er, maar het is zo’n werk waar iedereen wel wat mee kan. // Als ik afdruk, voelt het even alsof ik een nieuw perspectief vastleg. De illusie verdwijnt met het moment.

Kris Martin, Altar

En dan zijn we er haast. Naast ons sjokken de Koninklijke Gaanderijen uit het zicht richting Mariakerke. Strikt genomen loopt het GR-pad op de zeedijk tot aan het casino, maar wij houden onze strandkoers aan, op voldoende afstand van het roemloze ruiterstandbeeld van onze gecontesteerde tweede vorst.

Leopold II + Galerij

Nadat aan het Kursaal de voeten zo kwaad en goed als mogelijk zandvrij zijn gemaakt, spoeden we ons recht door het centrum naar het station, waar op het spoor onze rit al op ons wacht.

Casino

We blaken van de lange buitendag, gloeien na, en eens thuis klinkt luid de vraag om meer, meer, meer.

Wat meer kan een wandelhart zich wensen?

we kunnen dit

Meer foto’s:

Koning Albert I-monument

GR128 | Bilzen – Tongeren | 14.11.20

GR128

Midden november moet ik een tweedehands tv-meubel ophalen in Limburg, en ik besluit er mijn eerste dagje GR128 van te maken. Ik parkeer aan het station van Tongeren, neem de trein naar Bilzen, en – soms kan het leven simpel zijn – wandel van daaruit terug. Over de ruim 27 km doe ik zo’n 7 uur effectief.

Ik ben nog maar aangekomen aan het station van Tongeren of de verontrustende boodschappen slaan me al tegemoet. Toch wat somberend stap ik de trein in.

fuck liefde

In Bilzen volg ik het pad langs de visvijvers van de Katteberg. Het herfst volop, en op een bladderend bordje houdt een gezet baasje z’n facieloze fikkie donosorgewijs aan de lijn. Zo hoort het.

Bilzen

Meteen passeer ik ook de eerste eiken-met-maretak, een in het oog springend landschapskenmerk hier in de streek. Met het tanende loof is het het ideale seizoen om er optimaal van te genieten.

maretak
maretak

Bijwijlen vertonen de vlonderpaadjes eigenzinnig bochtenwerk. Het olifantenpad negeren en zulke vertragende wegen plichtsbewust volgen vind ik altijd iets grappigs hebben, dus zomaar in mijn eentje schiet ik in de lach. ‘Kijk, mama, ik maak een ommetje.’

ok is goed

Het is een van die dagen waarop de media berichten dat het aan zee op de koppen lopen is. Ik bid dat het hier niet zo’n vaart zal lopen, maar er is geen reden tot bezorgdheid. Op deze zaterdag lijkt de streek uitgestorven.

biddende engel

Vreemd genoeg loopt het parcours van de GR niet langs of door het domein van Alden Biesen. Ik wil het complex toch wel eens zien, en besluit even door te steken. De kaarsrechte weg naar de Landcommanderij is geflankeerd met fotogenieke sculpturen.

naar Alden Biesen

Het immense domein loop ik slechts een eindje in, maar de hoofdgebouwen maken wel indruk. Al ziet het er allemaal iets te gelikt uit naar mijn smaak, toch bevalt het, en onder het oude lover is het genieten van de typische architectuur van de Duitse Orde. Ook bij een monument voor gevallen landgenoten houd ik een ogenblik halt.

Alden Biesen
Aan onze dappere soldaten gesneuveld in den Wereldoorlog

Terug op de route loop ik de eerste van tientallen holle wegen in.

HOLLE WEGEN

Ik passeer de pittoreske Jeugdkapel, met daarvoor de in 2019 tot “4DE SJÙNSTE BOOM VAN HOESELT” gekroonde wonderboom, en steek de Demer over, hier nog een stroompje van niets.

4DE PLAATS DE SJÙNSTE BOOM VAN HOESELT 2019
De Demer

Accidenteel-poëtischer vind ik de Wermbeek. Wermbeek, zeg ik hardop: Wermbeek.

De Wermbeek

En warempel, even later ben ik in Werm zelf. Wie verzint zoiets?

WERM

Opzoeken dus: Werm werd voor het eerst vermeld in 1176 als Werme; de naam komt waarschijnlijk van worm (kronkelende beek). Ha, bedenk ik: al die middeleeuwers in een tautologische deuk als ze dat rivierbordje hadden gezien: de Kronkelbeekbeek.

In het dorp staan er tal van grenspalen, want naar ik lees was er op het grondgebied Hoeselt vroeger vaak hommeles over wat wie toekwam. Van die stammentwisten is vandaag de dag gelukkig niets meer te merken.

grenspaal

Wel slaat een bont wit buurtschap m’n doen en laten gade.

buurtnetwerk

Het is verder prachtig hier; het lijken de Cotswolds wel.

Werm / The Cotswolds van Limburg
schaapjes

Intussen beginnen de kilometers wel danig in mijn zolen te zitten. Normaal gesproken rust ik zelden, ook niet om te eten, maar ik heb het onverwacht warm, en ik ben dankbaar dat ik even kan verpozen. De paar fietsers en medewandelaars groet ik in mijn hier vreemde accent.

boom met bankje

Licht verzuurd maar inwendig versterkt besluit ik wat verderop het vlonderpad rechts te laten liggen. De bodem is verre van drassig, en met verende tred schiet het weer goed op.

vlonderpad

Aan de zoom van het stemmige Wijngaardbos hebben onverlaten een zorro-badeend opgeknoopt. Wie doet zoiets, en vooral: waarom? In me vloeit het geschrei van duizend kinderogen.

rip eend
Wijngaerdbos
holle weg Wijngaerdbos

Voor ik ’s Herenelderen binnenstap, gebiedt een spoorovergang me te wachten.

CROSSRAIL

Een wegwijzer wil me naar Henis sturen. Ik verwonder me er vooral over dat er geen vandalisme op is gepleegd.

HENIS

Het gehucht zelf heeft een rijke geschiedenis. De uit mergel opgetrokken Sint-Stefanuskerk is gesloten, maar ook de buitenkant is de moeite waard.

's Herenelderen

Naast de poort van het Waterkasteel van Renesse prijkt een dubbelkoppige adelaar.

's Herenelderen

Het gaat verder en verder, richting Berg. Nog steeds maken maretakken de wacht uit.

maretak

Aan een oud schooltje verrast me een levensgrote olifant.

olifant Berg

Het is een werk van Zephyr’s Lodge, een bedrijf dat zich al jaren toelegt op replica’s van mensen en dieren. Even verderop ligt zelfs een heuse potvis. Hongerig gromt mijn innerlijke Ahab.

potvis Berg

Het is nog steeds prachtig stappen hier in het veelal onverharde groen, dat ik deel met pelgrims uit eeuwen geschiedenis.

Berg
Camino / GR128

Bijna in Tongeren begint er toch wat te schuren. Gelukkig is het niet ver meer.

BLAARSTRAAT

Ik moet alleen nog natuurpark De Kevie door, waar er na een stille, eenzame dag voor mij te veel wandelaars zijn. Dat is wel vaker zo naarmate je dichter bij centra komt, en het zit me dwars dat dat me stoort. Alsof ik er het alleenrecht op zou hebben te genieten van de goede lucht, de loverpracht, de spiegelzilveren Jeker…

This is water. This is water. – Het is goed het me af en toe nog eens in te prenten.

langs de Jeker

Via de omwalling loop ik dan het centrum van Tongeren binnen, waar de Onze-Lieve-Vrouwe-basiliek haar status van UNESCO-werelderfgoed alle eer aandoet. De kerktoren is een van de vele belforten die ons land rijk is: een uniek vermenging van het wereldse met het religieuze.

Onze-Lieve-Vrouwebasiliek

En dan, onvermijdelijk, op het plein voor de basiliek, groet ik Ambiorix als een oude vriend. Horum omnium fortissimi sumus … een mens mag dromen.

Ambiorix / Onze-Lieve-Vrouwebasiliek

Een prachtige etappe, en eens helemaal buiten mijn normale ruimtelijke beleving. Limburg ervaar ik altijd als heel anders dan ‘mijn’ West- en Oost-Vlaanderen, echt als buitenland. In die zin zijn Grote Routepaden als deze GR128 een grote verbinder. Ik keer hier zeker terug.

GR5A | OOSTENDE – WENDUINE | 09.11.20

GR5A

Het begin van de week verlengde herfstvakantie belooft stralend weer. De kinderen hebben genoten van onze eerdere escapade aan de kust, en het kost me weinig moeite hen over te halen tot alweer een wandeling, ditmaal van Oostende naar Wenduine. De 18km oostwaarts leggen we af in vier en een half uur effectief.

Onze auto parkeren we iets over de vismijn, tussen de vaargeul van de Voorhaven en het Visserijdok, op de parking vlakbij het veer. Het is er nog heerlijk rustig. We vergapen er ons vooral aan de VOLE AU VENT, een kolossaal offshore jack-up installatieschip waarmee windmolenparken geïnstalleerd worden. Voorbij het Zeewezendok liggen de ontzagwekkende masten en wieken al klaar.

Eli en Trui

Een metalen sluisbrug geeft uit op de Slipwaykaai, waar een kolonie meeuwen de staketsels van de scheepshellingen voor zich alleen claimt. De droogzetinstallatie ademt verval, maar voor hetzelfde geld is ze nog in gebruik: de macht van de zilte sloopmachine Noordzee is moeilijk in te schatten.

meeuwen

Op de blinde muur van een van de loodsen daar prijkt driewerf anamorf Delfts blauw, een trompe-l’oeil van kunstenaar Leon Keer. De doemscenario’s op de faience waarschuwen onopvallend voor de gevolgen van de klimaatopwarming – hét import-export-product van onze tijd.

trompe-l'oeil

Aan de overkant van de geul ligt het Klein Strand, met op het Zeeheldenplein Arne Quinzes signaalkleurige sculpturencluster: blasfemisch-rode kunsttereur volgens de enen, een markante blikvanger volgens anderen. De waarheid ligt zoals zo vaak niet in het midden.

Oostende

In ieder geval leidt de groep mijn aandacht af van het bordje dat er echt toe doet, en in een moment van onverhoedsheid dreig ik finaal theatraal vast te komen te zitten in een verraderlijke vlek drijfzand. Het gevaar dreigt overal. Mijn kinderen staan erbij en generen zich dood.

gevaar

We stappen verder, langs overblijfselen van de Atlantikwall: de luchtafweerbatterij Halve Maan, en Batterij Hundius, in de Tweede Wereldoorlog gebouwd door Russische en Oekraïense krijgsgevangenen, met geschutskazematten, munitiebunkers en plaats voor manschappen. Nu is het gebouw in handen van de Belgische Zeemacht. Wie weet waar het goed voor is.

Batterij Hundius

We schampen ook het 19de-eeuwse Fort Napoleon, maar dat deden we eerder al eens aan, dus laten we het gebouw rechts liggen en lopen meteen de Spinoladijk op, die al meer dan een eeuw lang de duinen tegen de getijden moet beschermen.

Oostende

Naamgever Ambrogio Spinola was een nobele onbekende voor me, maar hij blijkt de militaire strateeg te zijn geweest die tijdens de Tachtigjarige Oorlog een eind maakte aan het jarenlange Beleg van Oostende. Met dit onfortuinlijke worstelperk was ook Vlaanderen ooit een Troje rijk. In Den Nassauschen laurencrans uit 1610 klonk het over die periode zo:

t Belegh van Oostende passeert Troye en Carthago
Oostends langh belegh, ‘t gewelt aldaer bedreven,
Met al die listigheyt, en mannelijcke feyten:
Soodanigh zijn, dat noch Troia, noch ‘t verheeven Carthago,
met daer om d’eer sullen durven pleyten.

We wagen ons tot de vloedlijn, en worden strandlopers onder strandlopers. Vooral middelman zuigt de branding aan. Op de nipper kunnen we natte voeten vermijden.

Oostende
Eli

Het zand is allesbehalve egaal of uniform. Onder de wisselende wolkendeken glimt het olieachtig, soms goud, soms gitzwart, als waart hier de geest van duizenden besmeurde vogels rond. Onze stappen laten indrukken waarvan de strakke wanden haast meteen uiteenrafelen, en waarin grondzeewater welt. We zijn slechts bezoekers hier.

Oostende

Ter hoogte van Bredene ondertunnelen we de duinen richting centrum, belust op een middagversnapering. Op het plein prijkt pront “De wind”, het prikkelend-uitdagende brons van kunstenaar Irénée Duriez, dat in de volksmond ook wel “Blote Betsy” heet. Blote Betsy, provocatief en toch puur natuur – waar toepasselijker dan in Bredene, waar in de voorbije coronazomer ter betere spreiding het naaktstrand even weer textielstrand werd?

Blote Betsy

Inwendig versterkt trekken we verder. Als we na een stuk asfalt opnieuw de duinen in kunnen, zoekt middelman een knuistig knuffelcontact en blijft onbekommerd hangen.

Eli

De omgeving is al even gelukzalig. Gelen, groenen, grijs, roest en wit, met hier en daar een toets egelantier. Het mulle zand vertraagt, en wat we zien ademt vakantie.

Bredene
Bredene
Bredene
Bredene
Bredene

Het is natuurlijk zonde dat er door de bebouwingsdruk alleen korte stroken duingebied overblijven, maar wat er rest is prachtig. Voor wie wil kán de kust niet cliché worden.

Bredene

Onder ons opent zich intussen het weidse strand. Het uitzicht smeedt ons gevieren dichter aaneen – de drang tot een familieportret groeit. We schaduwmensen.

4

Op de duinkam trekken we dan verder richting De Haan. Het helmgras prikt me schelms in de benen en zo madeleinegewijs een ver verleden in, waar ik met mijn moeder en mijn broer zalige zomerdagen doorbracht in de Panne. Ik hoop dat mijn kroost hier even gouden herinneringen opdoet.

Trui, Rolf en Eli

Verderop lonkt de kersverse vuurtoren van kunstenaar Guillaume Bijl, een uitkijkpunt in een deels gerealiseerde reeks van soortgelijke constructies, onder de vlag Horizon 2025.

Vuurtoren Vosseslag

Daar, in Vosseslag, gaan we even van de duinen weg, versperd als die zijn door de met hekwerk afgezette Koninklijke Golfclub. Voor die extravaganza van Leopold II zijn we niet zo gewonnen, en de vingerwijzingen op de bestrating volgend geven we impactloos uiting aan ons proletarisch ongenoegen.

De Haan
Golf / De Haan

Via de Duinbossen van Klemskerke en de oude bedding van de stoomtramlijn komen we dan echt aan in De Haan, die vreemde concessie zonder hoogbouw, waar de belle époque stil is blijven staan.

Klemskerke / De Haan

De “plage boisée et fleurie“, zoals toentertijd le Cocq-sur-Mer werd gepromoot, is een speels stukje Vlaanderen, en in deze poppenhuiswijk was het dat Albert Einstein de zomer van 1933 doorbracht, tot het ook hier te gevaarlijk werd en hij naar de VS emigreerde. Zijn zittend standbeeld lopen we ijsjeslikkend voorbij.

De Haan
Den Haan

Eens uit het centrum resten ons nog de Duinbossen van Vlissegem en Wenduine. Op en neer slingert het pad, tussen zwarte den, abeel, esdoorn, wilg en populier.

De Haan
Trui

Iedereen houdt zich kranig, maar toch is het vet wat van de soep, en er wordt stiekem reikhalzend uitgekeken naar de wandelboom, die ons tot de kusttramhalte zal absolveren.

De Haan
De Haan
Rolf, Trui en Eli

Wenduine Konijnenpad, verder komen we vandaag niet. Maar wat deert dat, na zo’n schitterende dag? Bovendien leidt de route van hieraf het poldervlakke binnenland in, wat ik voor een latere solotocht reserveer.

Wenduine Konijnenpad

Terug in Oostende rest ons nog een stukje van de havenvariant, die ons op verhoogde bermen via de Wandelaarkaai, de ijsbergen aan de mijn en ook de onontkoombare VOLE AU VENT weer tot ons startpunt brengt.

Eli
Wandelaarkaai
Rolf en Trui

En daarmee is de circkel rond. Moe en vervuld van alle indrukken rijden we voldaan naar huis.

Meer foto’s:

gevaar

GR5A | AXEL – SAS VAN GENT | 06.11.20

GR5A

Aan het eind van de eerste week herfstvakantie steek ik de grens nog eens over voor een beloftevolle, pittige etappe: van Axel naar Sas van Gent. 39 hele kilometers zijn dat, waar ik 8 uur effectief over zal doen.

Iets voor achten is het als ik in Sas van Gent het parkeerterrein van het Industrieel Museum oprijd; het gloort al volop. In de ochtendkou is de gouden aura over het Kanaal Gent-Terneuzen een welkome oppepper, want eerst moet ik nog drie kwartier de trappers op. Het is bibberen en beven, maar ook de zon vat gestaag haar baan aan.

Sas van Gent

Aan de Grote Kreek houd ik even halt om naar lucht te happen: zo mooi is het hier.

De Grote Kreek

Vertrekken doe ik opnieuw bij de Gdyniabrug in het buurtschap Kijkuit, van waaraan ik eerder al naar de Wase grensgemeente De Klinge stapte. Mijn rijwiel zet ik vast tegen hetzelfde paaltje: habitué, ik.

Gdyniabrug

Nu pas zie ik dat er voor de verdwenen noodbrug uit WW2 ook een monument is opgericht, met zelfs een stalen snelbouwelement ter illustratie. Ook ik breng aan de Eerste Poolse Pantserdivisie een saluut: hier bouwden zij / in verdronken klei / in felle strijd / de brug naar (ook) onze vrijheid.

Gdyniabrug

Rijm is er overal om me heen. Vrieshelder is de lucht, maar in de verte hangt ochtendnevel, en de velden zijn wit berijpt. IJzig hoogspannig spiegelen de kabels boven me het herfstspinrag hier beneden.

Axel

De rust overweldigt; alleen de poldergrond knarpt en zuigt onder mijn zolen. Dit is pas ademen: niet hoesten, happen haphap, niet hoesten / adem rustig in en uit, adem in / en uit, niet hoesten, adem in adem in… (Hélène Gelèns)

Axel

Beter rijkelijk laat dan nooit waarschuwt een bordje me voor modder; spreekwoordelijk neem ik het mee.

modder

Ik dwars een verkeersweg en loop dan richting Groote Gatkreek, een scabreuze naam waar ik bengelachtig plezier in schep. Eenzaam wandelen, je verliest er je verstand bij.

Groote Gatkreek

Zo langzaamaan raak ik helemaal in the zone.

zone

Ik betreed de 17de-eeuwse Staats-Spaanse Linies, een zoveelste stille getuige van de Tachtigjarige Oorlog, toen de Nederlanden verbrokkelden in noord en zuid. De verhoogde linies flankeerden vroeger het nu verdwenen Axelsche Gat, een door doorstoken dijken gezwollen zeearm, en vormen een snoer van forten, die aan Spaanse zijde heiligennamen dragen: ik passeer Fort Nicolaas, dan de Forten Livinius, Jacob en Jozef. Aan de Staatse overkant, lees ik, koos men prozaïscher namen, met Fort Scherpbier, Grotendorst, Bekaf, Misère en Boerenverdriet. De volksaard aan het werk. Maar waarom herinner ik me eigenlijk zo weinig over die oorlog, die onze streken helemaal hertekend heeft?

Fort Livinius
Spaanse Linies
Fort Sint-Jacob

Boven me smurft de lucht helblauw. De ochtendmaan blijft dapper staan.

zwerk

Sommige verhogingen zijn vergeven van trosjes petieterige, peentjeskleurige bekerzwammen; op en top grassroots markeren ze van onderuit de grensstreek als van Oranje.

kleine oranje bekerzwam

In de berm naast het pad heeft een haas zijn laatste oversteek gewaagd. In de romp gaapt een rafelig gat, dat niet strookt met de nog kwieke blik, en op het grind loopt een scharlaken spoor. Aaien durf ik het prachtige beest niet, zo ongenaakbaar souverein ligt het hier.

haas

Aan de Pereboomsgatkreek snor en baard ik een eerste grenspaal voorbij. Hier wordt gewandeld, verder niets.

grenspaal 292, Perenboomsgatkreek
voor wandelaars

Op Belgische bodem dan zijg ik voor de lunch een kwartiertje neer op een bankje aan de Grote Kreek, een ondiepe plas vlak naast Moerbeke, waar in de oorlog contrabandiers bepakt en gezakt naar de overkant waadden.

Grote Kreek

De staatsgrens zal vanaf nu een prominente plek opeisen – in sneltempo volgen de markeringen elkaar op. Aan de gemeentegrens staat paal N°294 toepasselijk tegen een EURO-HEK geprangd.

Moerbeke, grenspaal 294

Ik stap het land weer uit, Overslag in.

WEED!

Dat ik weer aan het buurten ben, verraadt niet alleen een geestverruimde inkerving in mijn picknicktafeltje: het ook vlagmatig allereerste huis van Nederland maakt letterlijk aanspraak op de grens. Nog voor ik er erg in heb staat de bewoner al naast me: of ik weet wat dat wil zeggen, wil hij weten, of waar we ons bevinden, zowaar bezuiden Brugge namelijk, en dat ja, inderdaad, de m helaas-helaas een n lijkt.

limes est
20201106_145504

Ik ben tegelijk in alle staten – Vlaming, Zeeuw, in de nevelige eeuw na de Vrede van Utrecht zelfs even Habsburger. Happen haphap, grap ik, tegen niemand in het bijzonder.

Oostenrijkse grenspaal

Nergens staan de grenspalen dichter bij elkaar dan hier. Finaliter doet het er natuurlijk niet toe, maar zelden eerder voelde ik me zo verbonden met dit dichte zuster-Vlaanderen.

dichtst bij elkaar staande grenspalen

Hoe toepasselijk dat de oude grenspost nu frituur geworden is.

Frituur De Grenspost

Die, driewerf helaas, vandaag gesloten is. Gelukkig heb ik zelf nog één middagboterham over om de hoogste nood te lenigen.

verboden te voederen

Een pad door de weilanden is wel heel drastisch afgezet. De dreiging van plotsklapse elektrocutie maakt me beducht op angstvallig struikelen. De installatie herinnert aan de Dodendraad, die ook hier de grenslijn volgde.

20201106_155909

Een paar veldwegen geven uit op de Langelede, een 14de-eeuws door mensenhand uitgegraven kanaaltje, oorspronkelijk voor het transport van zand, turf en beer. Het is er heerlijk wandelen in goed gezelschap van een balorig-adolescente zwaan en de zakkende avondzon. Een pop in een oliejekker geeft het geheel nog meer cachet.

20201106_160836(0)
20201106_161127
20201106_162635

Op een buis aan de Oudenburgse Sluis houdt een groepje duiven het na de lange dag voor bekeken, maar ík moet nog even. Zoals wel vaker heb ik de onderneming danig onderschat.

20201106_163401

Een heel eind loop ik op de grens. De avond valt nu echt, en een voorlaatste keer waag ik de oversteek.

20201106_172730

Ik moet nog het Canisvliet door, het natuurgebied rond een voormalige getijdengeul die nu een vogelrijke kreek is geworden. Het schemert er, en ik moet oppassen voor wortels en takken, maar mijn ogen wennen snel. De avond hult me in zwijgen. Adem in / en uit.

20201106_173425

Daarna rest me nog een eind jaagpad. Ik zie mijn doel liggen, maar moet in het gehucht Westdorpe nog een boogje omlopen om de brug over te raken. Het brengt me uit mijn sas, en op loden schoenen slof ik de laatste eindjes richting auto.

20201106_175817

Stikkapot, verdwaasd, verdoofd ben ik, maar evengoed verrukt en in vervoering. Weerom zijn er vandaag grenzen verlegd.

Meer foto’s:

20201106_145504

GR5A | WESTOUTER – PROVEN | 04.11.20

GR5A

Daags na een eerste kustwandeling samen met de kinderen besluit ik op woensdagmiddag impromptu om in mijn uppie een korte etappe te gaan wandelen. Volgens mijn topogidsje zijn het maar 19 km van Westouter naar Proven, een klus die ik in een uur of vier wel meen te moeten kunnen klaren. Dat lukt me uiteindelijk ook – al is dat succesje maar het halve verhaal.

Door mijn eeuwige gedremmel vertrek ik pas iets na 13:30 uit mijn thuisstad Harelbeke. Omwille van het late uur ga ik niet eerst trappen, maar stal ik mijn fiets op de markt van Proven en rijd ik met de auto terug naar Westouter. Omgekeerd ware qua afstanden logischer geweest, maar mijn oordeelskracht blijkt aangetast, want tegen beter weten in houd ik vast aan mijn oorspronkelijke plan om de Westhoek noordwaarts door te trekken. Daardoor is het toch al bijna kwart voor drie als ik mijn wandelschoenen aantrek, en dat doe ik met een bang hart: de zon gaat vandaag onder om 17:15, en een snelle rekensom leert dat ik nadien nog ruim 7 km zal moeten stappen. En hoelang zou de avondschemer hier aanhouden?

De hele wandeling zullen die zorgen zich boven het lege landschap verzinnebeelden in steeds complexere wolkenformaties, tot het onherroepelijk donker zal worden, en ik me in mijn lot moet schikken. Op het lijnrechte aarden pad door de velden, Westouter achter me latend, voel ik hoe de avondkilte nu al hinterrücks de lucht omklamt.

Westouter
Westouter

Van de iconische hopvelden resten in dit seizoen alleen troosteloze staken, omzoomd door stugge pieken, wachtend misschien op de ruiters, wit, rood, zwart en grauw, die ooit zullen komen. Ze lijken op scherp te staan, zinderend in hemelsblauwe onschuld.

hop

Ik stap langs kniehoge canyons, troosteloze moddervlaktes badend in koel, metalig licht. In de schaduw van de steeds grotere cumuluswolken zakt de temperatuur pijlsnel.

Westouter
Westouter
Westouter

In een heg ontdek ik een spandoek met een roze hart, om dat de zorgsector onder de riem te steken. Mensen leven mee, ook hier op de grens met Frankrijk. Ik groet de onkruid wiedende bewoonster in twee talen, maar wordt van haar afgemeten knikje weinig wijzer. Sainte Marie, Moeder Gods, / Priez pour nous, arme zondaars. / Nu, et à l’heure de notre mort.

Westouter
HMG BVO
Franse grens Westouter

Hele akkers zijn gehuld in ragfijne herfstdraden. Ze getuigen van nieuw leven, weet ik, maar zo voelt het niet.

Westouter

Naast een bakstenen stal blijft een kudde schapen stokstijf staan en slaat mijn doen en laten gade. Ze zijn op hun hoede, zetten zich schrap. Voor de vlucht of de aanval, wie zal het zeggen. Eén schaap komt wel heel resoluut over.

schapenrechtbank

De constrasten worden steeds feller. De poelen in de gitzwarte akkers lichten vlammend op onder de schitterende jacobsladders. Aan de kim verschijnt de torenspits van de Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangenkerk van het grensdorp Abele. Ik ben nog verre van halverwege.

Abele
Abele
Abele

Een paar ogenblikken lang toef ik in een bloemenveld langs de weg, met distels en zonnebloemen, die de laatste wolkenstralen drinken.

Abele

Dat dit echt grensgebied is blijkt als ik eerst de Frans-Vlaanderen- en dan de Abeelseweg oversteek, de N48, en het verkeersbord alle twijfel wegneemt. De huizen gloeien baksteenrood in de ijzige avondzon.

Abele
Vlaanderen

Op een landwegel wat verderop herinnert een sluikdump met kruiende vezelcementplaten aan De IJszee van Caspar David Friedrich – gesublimeerde hopeloosheid die de winter aankondigt.

Friedrich

Het kleine Helleketelbos, op een heuvelflank grenzend aan de vallei van de Bommelaarsbeek, doorkruis ik best snel. De kalende kruinen kleuren oranje in de gloed van de ondergaande zon.

Helleketelbos
Helleketelbos

Een kansloos in de drab gezakt koebeest kijkt me met lede ogen aan. Wat doen we hier, vraag het zich samen met mij af. Ik denk aan de frontsoldaten, geplaagd door loopgraafvoet en de duizenden drama’s die nu onder een dikke laag klei bedekt zijn.

koe

Intussen ben ik het grondgebied van Sint-Jan-ter-Biezen ingelopen. Het is niet zo schrikkelijk ver meer, maar de stippellijn op mijn kaartje gaat allesbehalve in vogelvlucht, en slingert door het akkerland. Met de groeiende zekerheid een heel eind nog in het donker te moeten stappen is het moeilijk ten volle te genieten.

Sint-Jan-ter-Biezen

De avondschemer zelf heeft wel een sobere grandeur. Het kleurverloop is in pasteltinten gehouden, in een floue opeenvolging van grijzen, blauwen en roze. Het vale, verschoten spectrum stemt tot rust.

Sint-Jan-ter-Biezen
Sint-Jan-ter-Biezen

Ik dwars de Provenseweg en bagger door een veld spruitkool. Avonddauw legt een rijpig laagje over de bladeren. Even halt houden. Hier sta ik dan, in het schemerdonker, a sprite among sprouts, mijn eigen chouchou.

Proven

In de verte brandt licht. Het groepje huizen markeert de toegangspoort tot kasteelpark De Lovie, waar in het wooncentrum al jaren een jeugdvriend verblijft. Ik hoop dat hij het goed maakt hier.

Proven

Ik trek mijn fluohesje aan, beducht op lokale hardrijders die de baantjes beter kennen dan ik. Ik twijfel of ik niet beter rechtstreeks naar Proven loop, maar besluit te volharden en toch de route te volgen, pugnans in tenebris.

Via de Canadaweg hompel ik door het aardedonker het kleine Theetbos in. In het wankele schijnsel van mijn smartphone voel ik me een indringer. Om de zoveel voet scharrelt er wat in het onderhoud of vliegt een verschrikte duif op, en het kost me moeite mijn zenuwen in bedwang te houden. Ik ben niet snel bang meer in het donker, maar dit is toch een ervaring.

Bij een hoeve niet ver van de Haringebeek is een tractor met een berg bieten in de weer. Het is nog maar twintig voor zeven, maar het holst van de nacht kon evengoed. De wolken zijn verdwenen, de hemel is leeg.

Proven

Omdat ik Proven zie liggen mis ik een afslag en loop ik nietsvermoedend een hopveld in. Ook hier spiesen de pieken vervaarlijk, jagend op Grote Beer, Lynx en Giraffe. Ik laat me omnachten.

hop / Proven

Eindelijk dan bereik ik de dorpskern, maar ik moet nog terug naar Westouter, drie kwartier fietsen ver, stram en doorkild als ik ben. De kou en het Heuvelland eisen hun tol.

Als ik eindelijk aankom neem ik me voor: zo nooit meer.

Zo nooit meer.

Meer foto’s:

Sint-Jan-ter-Biezen

GR5A | De Panne – Nieuwpoort-Bad | 03.11.20

GR5A

Op een stralende ochtend in de herfstvakantie loop ik samen met de kinderen mijn eerste etappe aan de kust. Ik dacht dat ze na eerdere traantjes en nukkigheid wat huiverachtig tegenover dat voornemen zouden staan, maar na goede zomerse ervaringen in Oostenrijk en de belofte van zon, zee en ijscrèmezabberen zien ze het dan toch al snel wonderwel zitten. In ongeveer 4,5 uur effectief stappen we van De Panne naar Nieuwpoort, in totaal bijna 18 km.

We parkeren op het nog verlaten terrein aan bezoekerscentrum De Nachtegaal. Iedereen krijgt een rugzakje om met eigen proviand, en gelukkig net niet zingend trekken we de Oosthoekduinen in. De sfeer zit goed, de jonge honden zijn uitgelaten.

De Oosthoekduinen / De Panne
De Oosthoekduinen / De Panne
De Oosthoekduinen / De Panne

We veren op van de laatste vers gevallen bladeren. De getorste nakende struwelen zijn verre neven van het Dansende Bos op de Koerse Schoorwal, en gewoon hier, in de mosduinen en het duingrasland van De Panne, waan ik me even vele einders ver weg, in Litouwen en Rusland, in de naald- en berkenbossen aan de Oostzee.

De Oosthoekduinen / De Panne

Af en toe snijden we door een stuk bewoonde wereld. Naast sporthal Den Oosthoek vinden we na ruim een kilometer al een hoogteparcours. De onderste niveaus zijn vrij toegankelijk, en meteen wordt duidelijk dat dergelijk speeltuig een ongelooflijke aantrekkingskracht bezit: uiteraard op de kinderen, die elkaar achterna dollen en als halfwassen slingerapen spagaats hun klimding doen, maar ook op mij – het duurt niet lang of ik liaan gibbonsgewijs van touw naar touw, binnensmonds oerkreten slakend … om uiteindelijk, ik geef het ruiterlijk toe, gelukkig zonder veel erg nogal klunzig tegen een van de pijlers te smakken. Maar wie maalt om een beurse plek min of meer bij dit soort onbetaalbare zorgeloosheid?

Den Oosthoek
Den Oosthoek
Den Oosthoek

In Sint-Idesbald heeft een meermin-mural al evenveel plezier. Zorgeloos geniet ze van haar zielensprong op de muren van Home Mathilde Schroyens, het in 2014 teloorgegane jeudgvakantiecentrum van vzw Kindervreugd. Decennialang vierde hier de Antwerpse jeugd zeeklassen en strandvakanties, nu klinkt er enkel het zilte fluiten van de wind. Ik hoop op een herbestemming met een hart voor nostalgie.

Koksijde

Over een veerooster lopen we de begrazingszone van de Noordduinen in. Ezels doen zich tegoed aan de stugge vegetatie.

Noordduinen / Koksijde
Noordduinen / Koksijde
Noordduinen / Koksijde
Noordduinen / Koksijde

Op de eerste echte helling al zijn de kinderen niet meer te houden: er moet gesprongen, gerold, geschreeuwd. Ik geef hun groot gelijk, en vier de teugels. Het zand in de schoenen nemen we erbij.

Noordduinen / Koksijde
Noordduinen / Koksijde

In Koksijde prijkt statig de Hoge Blekker, de hoogste duinrug van ons land. Helm- en duinzwenkgras wisselen af met duindoorn en ligusters. Opnieuw worden er registers opengetrokken die schril afsteken tegen het verstilde herfstlandschap. Een meegesmokkeld balletje vliegt door het zwerk.

Hoge Blekker / Koksijde
Hoge Blekker / Koksijde
Hoge Blekker / Koksijde

We lopen verder, de Doornpanne in, een begraasd gebied met stuifduinen, dichtbegroeide pannen en gefixeerde binnenduinen.

Doornpanne / Oostduinkerke

Een korte miezerbui waait zo over, en in de pastelhemel verschijnt een uitgewassen regenboog.

regenboog

Op een panoramaplatform zoeken we samen zichtlijnen, ankerpunten. In de verte zien we al de bonkige torens en zadeldaken van de Sint-Niklaaskerk van Oostduinkerke. Een man schildert en plein air – ook iets met ezels.

Doornpanne / Oostduinkerke
Doornpanne / Oostduinkerke
Doornpanne / Oostduinkerke
Sint-Niklaaskerk / Oostduinkerke

Boven de middendoorgang in de westtoren van de imposante kerk hangt een gigantische gekruisigde Christus, naar ik lees het grootste gegoten terracottabeeld ter wereld. Een van de aartsvaders is er met zijn kippen bij om een graantje mee te pikken van het marktse leven op het plein.

Sint-Niklaaskerk / Oostduinkerke

Intussen slaat in golven de vermoeidheid toe. Beurtelings wordt er gemokt, gebokt en gesjokt. Af en toe pauzeren is echt wel nodig, maar het meegebrachte knabbelgoed doet wonderen. Het is hier nochtans erg mooi, met duizend tinten groen, blauw en geel.

Doornpanne / Oostduinkerke
Doornpanne / Oostduinkerke
20201103_125942-2

Een hoge rug wordt bedwongen, en we pauzeren even voor een kiekje voor het arbeidende thuisfront.

Doornpanne / Oostduinkerke

Via een veesas lopen we dan het laatste aaneengesloten duinengebied van vandaag in: eerst de Spelleplekke, dan Ter Yde. De namen klinken even exotisch als vertrouwd.

Ter Yde / Oostduinkerke

Het stuift door de aangetrokken wind, en middelman is opeens niet meer vooruit te branden. Met mijn buff als zandvisier weet ik hem ten langen leste toch te motiveren om de vlakte over trekken. Dat doen we in verspreide slagorde: tegen de elementen is het uiteindelijk ieder voor zich.

Ter Yde / Oostduinkerke
Ter Yde / Oostduinkerke

We kruisen de drukke Albert I-laan, en in de Zeebermduinen passeren we een relict uit WW2, het Duitse Widerstandsnest Waldersee. Zulke weerstandsnesten vormden het kleinste type infanteriesteunpunt in de Atlantikwall, en moesten de gaten dichten tussen zwaarder bewapende stellingen. Nu is het er stil.

Widerstandsnest Waldersee

En dan zien we ze na al die uren van dichtbij, de Noordzee. Het waait nog steeds oerend hard, en op de baren halen kitesurfers halsbrekende kunsten uit. We houden even halt bij dat spektakel, en gaan er zelfs even bij liggen, middelman op kop.

Koksijde
Koksijde
Koksijde

Eindelijk lopen we Nieuwpoort-Bad binnen, even nog op het strand, tot we op de dijk een crèmerie ontwaren en we ons allemaal twee bollen gunnen. We zijn niet zo van de hoorntjes, en gestaag onze kuipjes lepelend laven we ons op de verharde boulevard.

We kijken op een ware muur van appartementen, waarvan de vrije zeeblik de
doorkijk naar het hinterland verspert. Maar het geeft geen pas ons daarom druk te maken: ook dit is Vlaanderen, en het is lovenswaardig dat het grote routepad ook deze zijde van onze gecollectiviseerde kust laat zien. Onverbloemd – warts and all.

Koksijde
Nieuwpoort

Na dit passend contrapunt, aan de monding van de IJzer, gaan we op zoek naar de Kusttram, die ons gezwind en veilig autowaarts spoort.

Meer foto’s:

De Oosthoekduinen / De Panne

GR5A | ZWIJNDRECHT – KRUIBEKE | 04.10.20

GR5A

Op een zondagmorgen begin oktober neem ik me voor van Zwijndrecht naar Kruibeke te wandelen. Ik verkeer in de waan dat het een eitje wordt: 22 km maar volgens mijn topogidsje. Uiteindelijk blijken het er evenwel 27, en ook weer en wind eisen hun tol. Ik stap ongeveer 6 uur effectief over het lastige, maar uitermate verrassende traject.

Mijn auto laat ik achter aan de kerk van Kruibeke, en windekinds trap ik naar Zwijndrecht. Twintig luttele minuten later al stal ik me naast nog dommelend foorgekraam. Binnensmonds vloek ik, want in de namiddag, als ik mijn fiets kom ophalen, wordt het hier vast Lucky Duck-druk.

Het is buiig, dus bevestig ik mijn broekklemmen en houd mijn regenoutfit aan.

schoenen

Langs het kerkhof weg zet ik er flink de pas in.

Kerkhof

Een boom staart me uitdrukkingsloos aan. Wat wil die man hier?

boom

Op de plankenwand van een tuinhok knipoogt Plop nalatige baasjes guitig doch gebiedend toe. Ik, hondloos, stem voor één keer in met de overjarige melkhuispatron, en trek hopperdemopper via Vredespad en Vlietestraat het groen in.

plopperdepoep
hop
gr-markering

Een eerste long is het Vredesbos, waar mijn geestesoog voor een twijgenwigwam verknipte Vredesmieren een walmende pijp ziet doorgeven. Op de viertalige totem prijkt gelukkig verzoenend een GR-markering. Völkerverständigung mag het ook van eenvoudige symbolen hebben.

vredespaal
tipisch

Een vroege vlucht ganzen doet me dromen; een blinde muur opent een vista naar een verre einder.

Vlietbos
raamkunst

Ik wil mee vreugde scheppen, in alle betekenissen die het woord rijk is, en stap door, via het Vlietbospad en de Verbrandendijk naar de brug over de R1.

vreugd

Het voetpad is onderbroken, maar ik zie geen alternatief om de ringweg te dwarsen. Eerst neem ik me voor om op de smalle berm naast het hekwerk behoedzaam verder te gaan, maar na een paar hachelijke momenten wissel ik naar het godverlaten werfterrein in de middenstrook.

R1

Het is prettig op de wandelronde eens uitgesproken géén groen te zien. Het wildvertakte wegennet herinnert aan de hoes van Radioheads OK Computer – binnen enkele maanden kan hier weer aangeschoven worden. Hearts full up like landfills / Bruises that won’t heal.

R1 / Paranoid Android

Aan het tramkeerpunt zingt een verdwaalde mier van Alle Menschen werden Brüder.

alle Menschen

Enigszins getroost steek ik over naar Het Rot, een deel van het natuurgebied Middenvijver.

oversteek

Het is er zanderig, met plassen en kreken en heideachtige begroeiing. Er zijn wel wandelaars, maar het is hier zo uitgestrekt dat ik me ver van de bewoonde wereld waan.

Het Rot
Het Rot

Door het berkenbos snelt speels een driepotige hond. Wat zou ik dan de moed verliezen?

driepoothond

Ik steek de vlakte over. Aan de rand dreigen de flatgebouwen van Linkeroever.

Middenvijver
Middenvijver

Daar, tussen de blokken, liggen in een plas stille getuigen van een verbeten territoriumstrijd. Jong geleerd is oud gedaan, gongt het in mijn hoofd, en ik voel me betrapt: mijn gedachten joelen als een heir van donkerwilde machten, en slechts met moeite weet ik ze te bezweren. Vurig hoop ik dat de ban van het gezegde mag gebroken worden.

wapentuig

In de Willem Klooslaan staat op een pleintje een kroostloze wipvis, star en stil.

Kloosvis

Verder, langs het Sint-Annabos, bereik ik de Scheldedijk.

geboomte
spookpaard
:-)
woontorens

In een kiosk op een enorme parking aan de Gloriantlaan tracht ijscocommerçant Adriaantje me haast obsceen te verleiden tot een Charly, een Upla of een Vanibloc. Ik likkebaard erheen, maar het wordt een kale reis: de producent blijkt enkele jaren terug failliet te zijn verklaard.

Adriaantje IJs

Op het Eilandje aan de overkant staat vandaag wat dofjes Zaha Hadids Havenhuis. Een waterbus glijdt voorbij.

waterbus

Ik passeer het strand van Sint Anna, ga voorbij een scheef Seefbierbord.

seef skeef

En de bocht om torent de autochtone zendmast van Radio Minerva.

Radio Minerva

Daar ongeveer heb ik afgesproken met Near-Native Companion, vriend in donkere dagen, die me na een vorige etappe in het Waasland ook vandaag een eind zal vergezellen. Het doet goed elkaar terug te zien.

Niet veel verder al houden we bijpratend even halt bij het gesnerp van fanatiek rondjes draaiende modelbouwbootjes op een droef bassin. Wat er in die mensen gevaren moge zijn, vraag ik me af.

bootjes

Daarna plenzen we door de jachthaven. Op een handvol klussende zeescouts na is er weinig deining. Het is er ook het weer niet naar.

jachthaven

Doornat raken we op de Boeienweide gevangen in het blikveld van vorst en vogel, reiger en roi. Het is een ambachtelijk bronzen beeld van een minzaam moreel baken, maar misschien is dit neige hellen ergens toch ook de voorbode van wankelen? Wellicht maken we dat nog mee.

boei
Koning Boudewijn

Aan de voetgangerstunnel zullen onze wegen scheiden, maar eerst nuttigen we iets warms in Retro Café 2. Stoer weigeren we de terrasbrander en kleumen ingeduffeld bij een hete mok, pratend over lief en leed, zichtbaarheid, artistieke beslissingen en beklemmingen, steeds nieuwe beklemmingen. Deugd doet het.

kopje
Minigolf Beatrijs

Na het afscheid trek ik, voorbij Minigolf Beatrijs en een eik die me huiverend aan Batmans Scarecrow doet denken, alleen verder richting Galgenweel.

Scarecrow

Op een smalle strook tussen Schelde en brakwatermeer guurt de wind me tegemoet. Ik probeer een boterham te eten, maar heb moeite het flapperende beleg op zijn plaats te houden.

gr-markering

Gecraqueleerde en bladderende borden in lang vervloden kleuren weren me. Niet-lid, vloek ik. Hier ben ik een buitenstaander.

textuur
verboden

Op Rechteroever intussen is de Ka’aba van Brabo verschenen, een schaalloze kubus die dienstdoet als onderstation voor de elektriciteitsvoorziening. Voor mij is de blinde petrolblauwe box een van de iconische hoogtepunten aan de stroom.

blauwe Kaaba

Intussen wankel ik boven een van de sleuven van de al even iconische Kennedytunnel. Het duizelt me dat ik hier zomaar kan staan. Ik durf haast niet te kijken, laat staan zwaaien. Het zoeven is gesyncopeerd, op z’n zondags sloom maar niettemin insistent.

Kennedytunnel

Een paar passen verder maar sla ik rechts het pad door het Burchtse Weel in. Sinds 2011 doen de getijden hier weer hun werk – op de slikken en schorren pleisteren tal van vogels en ander gedierte. De scheppende en slopende macht van het water is onmiskenbaar.

Burchtse Weel
Burchtse Weel

Een bankje nodigt uit eindelijk mijn fietsbroek uit te trekken, want de zon is door de wolken gebroken. De aanblik van het weel is er grandioos – het is een moment om niet te vergete.

WILL YOU REMEMBE

Op het pompgemaal verderop houdt een tribunaal aalschovers zitting. Van slechte wil noemt men een aalscholver ook wel waterraaf of koolgans, maar vooral het anagrammatische en Annie M.G. Schmidtiaanse schollevaar vind ik bij het vorstelijke dier passen.

aalscholverparlament

In het dorpje Burcht doet een geveltje van TEAM BELGIUM.

TEAM BELGIUM

Een tijdje baad ik in de warme bakstenen gloed van de Sint-Martinuskerk, waar in het hofje ernaast Adam en Eva innigst verstengeld zijn.

Sint-Martinuskerk Burcht
Adam en Eva

Omdat het volle uur binnenkort zal slaan wacht ik een paar minuten bij de buitenbeiaard, maar die blijft teleurstellend stom.

Ik smeed wel vriendschappen met enkele sympathieke bebaarde broeders op een camionette-je, wat – besef ik – in het Nederlands het niet minder sympathieke camiónnetje zou zijn. Maar sla me dood voor ik dat in compagnie zo durf te zeggen.

m'n maten

Aan de logistieke achterkant van het Fort van Kruibeke is het minder fraai. De afsfaltstraten liggen er rafelig en uitgeput bij. Hier en daar ontbreekt een raam, stapelt afgedankte huisraad zich op.

bellen aub
reflectie

Maar een vroom vers geeft de klagers het nazien: En zoo uw pijn of smart / Of droefheid praamt te zeer // Zeg dan waarom geklaagd / De Heer leed nog veel meer.

DE HEER LEED NOG VEEL MEER

Misschien.

Opnieuw is er natuurgebied, het Kortbroek. Een houten pad dwarst een vijver. Het is herfst.

Kortbroek
Kortbroek

Via het jaagpad bereik ik dan de Kruibeekse Polders, het grootste gecontroleerde overstromingsgebied van Vlaanderen.

Kruibeekse Polders

Een ingenieus sluizensysteem creeëert er kunstmatige tijden, waardoor er als vanouds slikken en schorren ontstaan. Die sluizen dragen de namen van hun bouwers, en passen wonderwel bij de context. Zo is er de Meiresluis, toch op en top Antwerps, en ook de aquatisch toepasselijke Meyvissluis: die haringsoort leeft in zee, maar komt in het voorjaar in de Zeeschelde paaien.

Meiresluis
SATAN IS YOUR FRIEND
Kruibeekse Polders
Kruibeekse Polders

De verdronken polders stemmen nederig. In zilvereren plassen sabbert het wassende Scheldewater aan de oevers. Onder het spiegelvlak verschuilt zich blei, brasem en baars. Op een lijnrecht vlonderpad steek ik het gebied over richting dorpskern, door riet en elzenbroekbos. Verduiveld goed beschutte watervogels doen snaterend mijn komst kond.

Kruibeekse Polders
Kruibeekse Polders
Kruibeekse Polders

Over de verhoogde dijk loop ik dan Kruibeke binnen, naar mijn auto.

Ik zet me schrap voor het foorgedruis dat ik weet dat zal komen, en rijd bezield het Stad weer in.

Meer foto’s:

R1 / Paranoid Android

GR5A | WIJTSCHATE – WESTOUTER | 19.09.20

GR5A

Op de tweede zondag van september is het eerste leerstof wat gaan liggen en kan de riem er even af. In lustig warm weer stap ik van Wijtschate naar Westouter. Over de ruim 24 km zal ik een uur of zeven doen.

Na mijn ervaringen in Nederland heb ik de smaak te pakken: ik parkeer in Westouter aan de kerk, en fiets eerst vanaf het eindpunt naar Wijtschate, ruim 11 km heuvelland. Het vroege licht overgiet alles met een goudzilveren gloed. Vee gloeit op, loeit genoeglijk. De vaak harde boerenstiel romantiseren zou naïef zijn, maar hier en nu, in dit ochtendlandschap, mag voor mij de tijd stil blijven staan.

ochtendkoebeest

In Wijtschate las ik eerst een korte sanitaire stop in. Naast de kerk zijn er enkele trouwe pissijnen, waar op één ervan het gouden nat in het email een golden retriever lijkt te hebben weggestraald. Hij kijkt zedig om, mij niet aan. Zedig dus blaf ik op commando.

golden retriever pissijn

Ook ik ben aangeland.

aangelanden

Meteen buiten de dorpskern sinister ik het Kampagnebos in, een van de plekken waar vanaf begin 1916 de tunneloorlog en mijnenslag woedde tussen de geallieerden en de bezetter. Een van de gemetste schachten naar de Duitse tunnels vertrekt hier. ‘Dietrich’ heet hij, die schacht, van het Oud-Frankische woord thiuda, oftewel ‘heerser des volks’. Vandaag huizen er vleermuizen en een vergeten coronabeer.

Dietricj, een Duitse schacht
coronabeer

Richting Wulvergem kruis ik de linies. Herdenkingsbomen markeren de Duitse en geallieerde stellingen in de Ieperboog met rood en blauw. Ik probeer me het niemandsland als maanlandschap voor te stellen, maar het lukt me niet.

Duitse linies

Een bordje wijst de weg naar de heuvel waar voor de oorlog de Spanbroekmolen wiekte. Eronder werden in 1917 met 19 dieptemijnen verschillende ondergrondse munitiekamers tot ontploffing gebracht, een explosie die volgens oorgetuigen tot in Londen en Parijs te horen was. De enorme krater, 100 jaar geleden wel 27 m diep, is nu beschermd als de Pool of Peace, een bruinige plas waar waterlelies drijven.

wegwijzer Pool of Peace / Spanbroekmolenkrater
Spanbroekmolenkrater
Pool of Peace

Vanuit onze tijd blijft het onvatbaar wat zich hier moeten hebben afgespeeld. Hier op het veld klinken kikios obusios en benauwdios bom als de authentieke waarschuwingen die ze waren.

In Wulvergem zelf houd ik even halt aan het kerkje. Op een kerkhofje strekt een hond zich uit.

Wulvergem

Het is geen Rataplan, maar intussen ben ik onmiskenbaar in het Verre Westen aanbeland. Ik zoek me een halm buffelgras uit om viermaags op te sabbelen.

lucky luke

In een voortuin langs het pad naar Kemmel staan naast een ruilbibliotheekje en een tot verpozen nopend prieel ook boodschappen van algemeen nut.

ruilbibliotheekje

Een ervan komt in spijkerbroek manend uit het Verre Oosten: Examine si ce que tu promets est juste et possible car la promesse est une dette.

la promesse est une dette

Aan de wegkanten ligt nog steeds wat de boeren bovenhalen aan springtuig; koeien pootbaden in wat ooit bomkraters waren. Ich gelobe …, ich verspreche … – in houwe en trouwe, tot Vlaanderen “Vlaanderen” heet, vul ik in gedachten aan.

obusios
op naar de Kemmelberg
x-been

Halverwege loop ik Kemmel binnen. Ook het uitslaand vlammende wapenschild verwijst naar de oorlogsgruwel van weleer.

vlag Kemmel

In het het Engelse landschap van het Warandepark nuttig ik mijn bloemkoollunch in de schaduw van het neorenaissancistische gemeentehuis. Het gecombineerde geel van het crepiglas van de zijgebouwramen en de rudbeckia stemt me heerlijk nazomers.

Warandepark Kemmel

Op de hoek van de Kattekerkhofstraat wijst een wandelboom me de weg de berg op.

wandelboom

Op de top bevindt zich een geodetisch punt, en mijn innerlijke Vermessungsrat roert zich. 156 boven zeeniveau.

geodetisch punt

Vlakbij ligt ook de zogeheten Kinderput, waar stelletjes die aan kinderen willen beginnen in moeten gaan liggen. Iedereen lijkt er in een saillante boog omheen te trekken.

De Kinderput

Een kasseistrook voert me naareen obelisk ter nagedachtenis van de Franse soldaten die rond Kemmel het leven lieten tijdens de Grote Oorlog. Op vijf maanden tijd sneuvelden tijdens verschillende slagen hier in de streek meer dan 200.000 soldaten, van wie 82.000 Fransen. Het zijn cijfers die ook na een eeuw ontzag en rouw oproepen. Op een wrang erepodium blikt overwinningsgodin Victoria met lede ogen over het Ossuaire français, het massagraf aan de voet van de heuvel.

'Den Engel'
Ossuaire français Kemmel
Ossuaire français Kemmel

Iets meer dan 5000 Fransen vonden er een laatste rustplaats – slechts 57 van hen konden worden geïdentificeerd. Een Gallische haan kraait zijn treurend gram en roept hen bij hun naam.

Ossuaire français Kemmel

Op het pad richting Loker fladdert me majesteitelijk een koninginnenpage toe. Wars van genderrollen breng ik haar een reverence. Wat een mooi dier.

koninginnenpage

Een trapje verderop leidt me over prikkeldraad naar de Douvevallei en het Eeuwenhout, herbestemde stukken weiland waar de laatste twintig jaar alle perceelgrenzen zijn opgegeven.

Douwevallei & Eeuwenhout
Douwevallei & Eeuwenhout

In het verwilderde gebied maak ik een misstap en verzwik ik haast mijn enkel. Maar ik spot ook een biddend valkje, een speels roodborstje en een omgevallen boomstam die me herinnert aan de steunende triceratopskoe uit Jurassic Park.

roodborst
tricetarops

Een verdacht gebleekt bot langs de wegkant maakt het knekelveld compleet.

knook

De Rodeberg beklim ik moeizaam; ik heb niets eens de puf meer om een uitzichtsplatform te bestijgen. Het is niet erg ver meer, maar graad na graad wordt de hitte me teveel.

uitzicht

Aan een poëtische picknickzone eet ik een banaan, en ik pauzeer even om een ultralokale verkeersopstopping gade te slaan: twee traag de berg op kruiende golfkarretjes blokkeren een drietal ruiters, niemand kan een kant op. De wereld is een hellend vlak.

schotse schapen
Kemmelberg

In het Hellegatbos loop ik helemaal verloren. Ik kom uit op het amfitheater De Kosmos, en slechts met wat geluk vind ik de wit-rode-markeringen terug.

Rodeberg
Rodeberg

Dorst heb ik, maar moet nog een paar kilometer.

Langs een weg priemen boven een gridnbetonnen afschutting van een landbouwbedrijf twee mechanische, ten hemel gestrekte armpjes. Ze doen me aan WALL·E denken, Pixar’s onverdroten minnende robot.

Wally

Eindelijk in Westouter loop ik langs een beenhouwerij waarvan de eigenaar de boeken dicht moest doen, naar eigen zeggen na herhaaldelijke pestcontroles door het Federaal Voedselagentschap. Grote affiches over paperassen en regelneverij moeten die beslissing staven. Aan de gevel prijkt nog de kop van een rund. Adieu belle bête, morceau de viande, tranche de ma vie.

koebeest

Op de militaire begraafplaats rond de Sint-Eligiuskerk, Westouter Churchyard en Extension, lik ik mijn vooral spreekwoordelijke wonden. Want 101 soldaten liggen er: de meesten Britten en strijdkrachten uit de Commonwealth, maar ook drie als beesten gevallen Duitsers, onder wie deze Robert Glass, herdacht met een eenvoudige, rechthoekige gedenksteen.

Westouter Churchyard and Extension

Daarom, voor hem, voor hen ditmaal in het Duits, Wilfred Owens ‘Anthem for Doomed Youth’.

Was läutet denen heim, die da wie Vieh
verrecken? Nur der Aufschrei der Kanonen,
Gewehrgeratter nur geleitet sie
mit hastig hingestotterten Sermonen.
Kein Spott: keine Gebete, keine Glocken,
die trauern, keine Stimme, nur die Chöre ––
schrille Patronenchöre, die sie schocken,
und Hornruf –– heimwärts –– wenn es doch so wäre.

Huiswaarts gaat het dan ook voor mij, ingetogen, uit deze geschonden streek.

Meer foto’s:

Westouter Churchyard and Extension

GR5A | Axel – De Klinge | 30.08.20

GR5A

Voor het schooljaar weer toeslaat besluit ik in het laatste weekend van augustus een stuk van de GR5A te wandelen dat vanuit West-Vlaanderen wat moeilijker bereikbaar is. Ik trek de grens over naar het Zeeuwse deel van het Waasland. Over de relatief korte tocht van 17,5 km zal ik een kleine vier uur doen.

Op mijn allereerste etappe na ben ik tot dusver altijd met het openbaar vervoer onderweg geweest, maar vandaag blijkt dat onbegonnen werk: ik zou anderhalf keer langer onderweg zijn dan heel de wandeling duurt, en dat is me toch te gek. Ik kruip dan ook vroeg vanonder de wol en laad mijn fiets in de auto.

Het ochtendlicht begeleidt me richting Antwerpen, en in de buurt van Kemzeke wordt de drang om te stoppen en even een moment te genieten te groot. Op de brug over een lege E34 houd ik halt en zie hoe een waterig zonnetje tevergeefs door het ochtendgrijs probeert te gloren. Het levert fraaie plaatjes op.

E34

Ik zoek een parkeerplekje niet ver van het Stropersbos in De Klinge, nog op Belgisch grondgebied, en spring dan op de fiets, om via de kortste route, nog steeds een kleine 10 km, naar het eigenlijke beginpunt van mijn route te peddelen. Mij bekruipt zowaar een vakantiegevoel.

op weg naar het startpunt

Dat startpunt is de Gdyniabrug over het Zijkanaal naar Hulst, nu niet meer dan een gedenkbordje, maar in 1944 een baileybrug, een noodbrug in snelbouw aan wat nu de Derde Verkorting is, aangelegd door de Poolse Eerste Pantserdivisie. Met een verwijzing naar een van de twee zustersteden van Gdańsk gaven zij de plek ook zijn van heimwee vervulde naam.

Na de oorlog bleken die smalle eenrichtingsnoodbruggen flessenhalzen, en stukje bij beetje werden ze allemaal vervangen door bredere exemplaren. De oorspronkelijke brug ligt een eindje verderop in het Gdynia Museum, maar dat is zonder afspraak slechts op zaterdag te bezoeken. Ik besluit niet langer te talmen en trek eropuit.

Gdynia bridge

Het ochtendgrijs ligt als een wattig deken over de velden. In de verte ontwaar ik silhouetten van bomen en pylonen. Af en toe weerklinkt de roep van een kauw, een fazant. Ieder moment lijken er wezens uit de akkers te kunnen opduiken. Het blijft verdacht rustig.

tussen Gdyniabrug en Oude Vaart
tussen Gdyniabrug en Oude Vaart

De mist versterkt mijn gevoel van afzondering, ook al hijgt er me zo om het kwartier wel een eenzame fietser tegemoet. Ik groet steeds passend bescheiden, maar voel geen vonk, geen diepere connectie. We zijn omhuld in kille zwachtels, hier is het ieder voor zich.

tussen Gdyniabrug en Oude Vaart
tussen Gdyniabrug en Oude Vaart
tussen Gdyniabrug en Oude Vaart

Alle wegen lijken dood te lopen. Het perspectief is afgeknot, verkort. Ik loop door een verengd stuk wereld, het scherp van de snee. Sieh, der Herbst schleicht her.

tussen Gdyniabrug en Oude Vaart
tussen Gdyniabrug en Oude Vaart

Helemaal vermijmerd mis ik haast een afslag over een sloot.

Oude Vaart /naar Landgoed 'Groot Eiland'

In dit verstilde landschap is de signaalkleur van de aangemeerde sloep een schreeuwende spat bloed. Keel op zilver en sinopel. Het is volmaakt windstil, geen riethalm ruist. Ik proef de obool op mijn tong en vat de oversteek aan.

veesluis - naar Landgoed 'Groot Eiland'

Onderweg naar het landgoed Groot Eiland komt een bereden triumviraat het vluchtpunt uitgesneld. Op de bil van een van hen staat in koeien van letters FILET PUR. Ergens moet ik lachen. Ook ik steak een tandje bij.

naar Landgoed 'Groot Eiland'

Vlak voor het landgoed Groot Eiland vind ik op het GR-paaltje een bijna-aptoniem van een hekwerkbouwer: Ga-van-m’n-ARFMAN.

ARFMAN  - naar Landgoed 'Groot Eiland'
Landgoed 'Groot Eiland'

Op het brugje staar ik in de diepten van de sloot. Wellicht barst die van het leven, maar nu roert zich niets. Nergens een luchtbel, zelfs geen insect dat het oppervlak over glijdt.

Landgoed 'Groot Eiland'
Landgoed 'Groot Eiland'

Pas wat verder, op het kletsnatte wandelpad, gaat een fazant me minutenlang voor. Het beestje houdt zonder omkijken de afstand gelijk, en lijkt me ergens heen te leiden. Tot het eensklaps in de bosjes links verdwijnt, en me weer aan mezelf overlaat.

Landgoed 'Groot Eiland'
Landgoed 'Groot Eiland'

Aan het eind van het natuurgebied moet ik andermaal een brugje over.

Landgoed 'Groot Eiland'

De lucht wordt steeds intenser wit. Ik heb geen zonnebril mee, en rondkijken begint pijn te doen.

Landgoed 'Groot Eiland'

De zon, een uitgewassen vlek in de honderd tinten grijs, priemt net niet tevoorschijn. Langs de lanen staan de bomen wellicht strak in het gelid, maar van een afstand is het een komieke bende, met gestuikte dikkerdjes en scheve petaters. De rij lijkt een tand kwijt.

op weg naar Hulst
op weg naar Hulst
op weg naar Hulst
op weg naar Hulst

En dan is het zover. Pril blauw herkleurt het landschap.

op weg naar Hulst
op weg naar Hulst

Een bordje herinnert me eraan waar ik me bevind. Daer maecte hi hem te Vlaendren waert / Ende quam in Waes, int soete lant – ik, zeer Bruin de beer.

op weg naar Hulst

Ik loop op lege wegen.

op weg naar Hulst

Aan een plas in de Oude Vaart zit een man te vissen.

op weg naar Hulst

En dan is het al ajuin wat de klok slaat. Honderdduizenden uien moeten er liggen. Niet alleen mijn gemoed schiet vol.

uien

De zon is er nu even helemaal bij. Op weg naar Hulst lichten de laatste gewassen op. Hun kleuren zijn betoverend, verzilverd haast.

op weg naar Hulst
op weg naar Hulst
op weg naar Hulst

In de verte lonkt de toren van de Sint-Willibrordusbasiliek.

op weg naar Hulst

Maar dan gaan de hemelsluizen open. Haastig schiet ik mijn regenkledij in. Het veranderende licht was een voorbode, zo blijkt, en kilometers lang plenst het water me voort. Pas eens ik de stadsring voorbij ben, houdt het even op.

Een pompstation met een wel heel explosieve naam markeert de weg naar de stadsomwalling van Hulst. Sommige lieden kronkelen op vreemde manieren.

Firezone

Iemand prijst ook PR⋃IMEN en AARDBEIEN aan middels een met de hand beletterd bord. Voor dat soort ambacht voel ik grote achting.

PRUIMEN AARDBEIEN

Gestaag gaat het richting centrum. Het doet goed weer in Nederland te zijn.

Hulst
Huize Verder
Hulst

Ik bereik de stadswallen, die nog stammen uit de Tachtigjarige Oorlog, begin 17de eeuw. Tussen de 8 en de 10 meter hoog zijn ze, en straks loop ik er een flink stuk bovenop.

Hulst

Voor ik de Dubbele Poort doorga meent een meeuw even naargeestig te moeten schreeuwen.

Dubbele Poort

Weerom slaat het weer om. Opnieuw begint het te druppelen. Aan de Nieuwe Bierkaai neem ik snel het centrum in me op, en besluit toch even naar de basiliek te lopen.

Hulst

Ik passeer het Refugium van Cambron, de zetel van de rentmeester en tevens gebruikt als graanopslag van de cisterciënzerabdij van Cambron, een halve wereld verder in Henegouwen (vandaag deel van het domein van Pairi Daiza). In het metselwerk zijn geglazuurde runentekens te vinden, bedoeld om onheil af te weren.

Runen

Wanneer ik het hoekje omga, kroont een luifel me tot Prince of Wales, doch een steenworp verder ascendeer ik al tot koning van Engeland. Het gaat snel. Mijn aderen kleuren even blauw als mijn regenjack.

Prince of Wales
Koning van Engeland

En dat is nodig, want intussen is Gods water gebroken. Ik wil de Willibrordusbasiliek in vluchten, verkozen tot mooiste kerk van Nederland, maar daar is een dienst aan de gang en ik word vriendelijk maar kordaat in het portaal gemaand. Nog nadruipend durf ik geen vin te verroeren, omdat elk beweginkje, hoe schuchter ook, de glazen deuren voor en achter me doet openschuiven. Vanuit mijn limbo zie ik hoe men het lichaam van Christus neemt, breekt en eet.

Sint-Willibrordusbasiliek

Eenmaal verlost uit mijn benarde situatie door een intredende ziel zet ik mijn tocht voort over de stadswallen. Niet ver van de Gentse Poort tref ik het monument aan voor Reynaert. Hi hadde te hove so vele mesdaen / dat hire niet dorste gaen, lezen we bij Willem, en jawel: ook in deze opstelling onttrekt de sluwerd zich aan het hof door buiten de quasi-tweedimensionaliteit van het fries te blijven.

Reynaert

Via de bedding van de voormalige spoorlijn Sint-Niklaas – Hulst gaat het daarna verder.

spoorbaan Hulst - Sint-Niklaas

In de Clingse Bossen is Agent Orange langsgeweest: tal van bomen zijn gemerkt met een feloranje stip. Zij zijn voorbestemd voor de commerciële houtkap, lees ik. Wat jolig scheen stemt droef.

spoorbaan Hulst - Sint-Niklaas

Ik verlies er zowaar het noorden van.

spoorbaan Hulst - Sint-Niklaas

Ik passeer de vanwege corona gesloten paalkampeerplaats Zoetevaart, waar je in beter tijden een bivak kunt opzetten. Het idee trekt me aan, maar helaas gaat Staatsbosbeheer de Nederlandse natuurbivaks definitief sluiten wegens te veel overlast, verneem ik later. Het was te vrezen dat een kudde malloten een schitterend idee om zeep zo helpen.

paalkamperen

Het blijft hard regenen. De weggetjes worden drassig, mijn schoenen houden het niet meer.

naar de Klinge
naar De Klinge

Onder mijn zolen knerpen bij elke stap een tiental eikels. Eikels!, denk ik elke keer opnieuw, Eikels! Eikels! Eikels! Het davert in mijn hoofd, obsessief. EIKELS! EIKELS!

eikels

De richtingpaddenstoel naar de grens doorbreekt de kortsluiting.

ANWB-paddenstoel

Het landschap wordt sprookjesachtig. Haast alle lage takken zijn bedekt met een zilvergroene laag bosschildmos, determineer ik achteraf (hopelijk correct).

mos

Het bos herbergt ook een bevreemdende dekzandvlakte. Met al zijn methodisch getrokken lijnen lijkt dit het Zeeuwse Nazca wel. Even voel ik mijn innerlijke Von Dänicken zich roeren, maar dan sta ik dan weer met beide voeten op de grond.

Om me heen dreigen intussen de naaldbomen. Ze hangen over me heen, treurig maar obstinaat sinister ook, met een palet dat verval ademt.

Clingse bossen
Clingse bossen

De roeste plekken op het schaarse gras zingen hun corrosie: Gimme siren, child, and do you hear me call?

En dan bereik ik de gietijzeren grenspaal 277, geplaatst 13 jaar na de stichting van België, nadat op een conventie in Maastricht de precieze afbakening is bepaald.

grenspaal 277

Veel later, lees ik, nadat in 1914 het Waasland in Duitse handen viel, was de grensovergang in De Klinge erg aantrekkelijk voor smokkelaars, die zich in het neutrale Nederland bevoorraadden. Het duurt niet lang voor de bezetter een elektrische omheining optrok, de zogeheten Doodendraad, 2000 volt sterk. Honderden verloren over de gehele grensstreek hun leven.

Dodendraad
Doodendraad

Hoe anders is het nu, in het Europa van 2020, waar – coronabarrières niet te na gesproken – de grenzen permanent geopend zijn.

douane

Wandelen op de GR-paden, die historisch met elkaar verweven streken en naties elkaar verbinden, voelt als je ongemerkt grenzen kruist aan als deel van het vredesproject dat de EU nog steeds ambieert te zijn. Geconfronteerd met prikkeldraad en hoogspanning uit een niet eens zo ver verleden is die gedachte des te acuter. Deine Zauber binden wieder, was die Mode streng geteilt – geen ijdel motto.

Zonder omhaal stap ik België in.

Nog meer foto’s:

Koning van Engeland

GR5A | Nederhasselt – Aalst | 23.08.20

GR5A

Door een deugddoende gezinsvakantie in Oostenrijk is het is inmiddels meer dan drie weken geleden dat ik nog eens onderweg was op de GR5A. Hoog tijd om de draad weer op te pikken. Vandaag trek ik andermaal de Denderstreek in, en wandel van Nederhasselt naar Aalst. Alles samen doe ik vijf en een half uur effectief over de 25 km.

Mijn reizen is ook altijd een beetje treinen, en daarin heerst tot nader order mondermaskerplicht. In een verder leeg stel doe ik mijn plicht en behoed ik mijn vele imaginaire vrienden voor mijn kwalijke wasemingen. We naderen Zottegem. Dat kan geen toeval zijn.

mondmaskerplicht

Het overstappen op een bus gebeurt in Denderleeuw, waar ik mijn burgerzin op het uitgestorven stationsplein verder kan etaleren. Zie mij gaan, zie mijn gaan, met mijn mondmaskertje aan!

mondmaskerplicht

Om mijn daden toch enige fundament in de realiteit te geven neem ik poolshoogte in het bakkerijtje om de hoek. Mijn medemensen in de rij weten zich veilig. Ik koop een après-midi’tje om de tijd uit zijn voegen te krijgen, maar die wil niet zo. Nul op het rekest.

bij de bakker in Denderleeuw

Het is 20 minuten rillen op het bankje aan de halte. De lucht is grijs en kil. Er staat een gemene wind die guurt en schuurt. Doorgaans heb ik het niet snel koud, maar ik huiver. Dit is geen goed begin.

DENDERLEEUW DENDERLEEUW DENDERLEEUW

Op voorhand heb ik op de kaart gezien dat de bus me langs een wijk zou rijden die Slettem heet, maar awoert: er staat geen bebouwdekombord, dus elke reële bevestiging van die toponymische zedeloosheid ontbreekt.

Die ontgoocheling hangt nog in mijn kleren als ik land in Nederhasselt. Ik stroom uit de bus zoals de parochianen uit het kokette kerkje. Onwennig staren we elkaar aan.

kerk Nederhasselt

Ik wacht tot de congregatie haar weg naar buiten heeft gevonden, en laaf me binnen aan de meervoudige warmte. Naast een zilveren kandelaber staat vredig een herbestemd kuipje aardse geneugten. Samen streven naar het hogere. Lift me up, Lord Jesus.

Tiramisú

Ik raak niet meteen weg; er gaat een eigenaardige aantrekking uit van deze 12e-eeuwse Sint-Amanduskerk. Maar uiteindelijk, aan de heiland voorbij, vat ik uiteindelijk toch mijn tocht aan.

Eindelijk kan ook het masker af: sportwandelen kan onbeschermd, verordende een infobord.

wat is dat met die rode kruisen?

Onder een loden hemel trek ik de akkers in. De maïs staat hoog, mijn blikveld is beperkt. Ondergronds vergezelt me een gasleiding.

corny
gasleiding

Ik weet niet wat het is, maar het landschap irriteert me. Het is troosteloos, eentonig, en ik word nerveus van de mountainbikes die me telkens weer van achteren voorbijschieten. Ik voel me niet goed hier.

weids
Nederhasselt richting Lebeke

Het ligt ook wel aan de muziek die ik op heb staan, wat ik gelukkig na enkele kilometers inzie. Ik had het idiote plan opgevat om de mij relatief onbekende vroege albums van King Gizzard and the Lizard Wizard integraal op te zetten, maar de gesyncopeerde ritmes zorgen voor onrust en onbehagen, en ik besluit in stilte verder te stappen. Een leeg kader helpt me weer te focussen.

kadreren

Ik loop door een holle weg, aan het eind van de tunnel ontwaar ik licht.

tunnelzicht

Dat licht blijkt afkomstig van Kapel Ruysbroeck, waar ik rust vind in een moment bezinning en een boterham met cheddar.

Kapel Ruysbroeck

Kauwend merk ik een QR-code op die me naar een podcast van het project “Het Bankje” wil leiden, onder de auspiciën van OPENDOEK, de koepel voor amateurtheater in Vlaanderen en Brussel. Ik ga er even voor zitten, en ineens ben ik getuige van een bejaardenroof, hoe Gusta haar bloedeigen moeder uit de covidgreep van het zorgcentrum bevrijdt. Als een vroege herfst dwarrelt de colour locale om me heen.

Niet veel verderop vind ik naar verluidt de BESTE PLANT. Een buitenkans: die wil ik op plaat! Ik vraag haar even te poseren, en ze volgt gedwee.

beste plant

Ik klim verder en dwars in Lebeke de baan. In een bolle verkeersspiegel als uit een lachkabinet maak ik een somber zelfportret.

van Nederhasselt naar Lebeke
zelfportret in bolle spiegel

Ook al klaart de hemel wat op, mijn gemoed is weer onder het nulpunt gezakt. Het helpt aanvankelijk ook niet dat een rafelig gemaskerd paard me tegemoet snelt, aandravend als een schim uit een vergeten steekspel. Maar het blijkt aanhankelijk, en volgt me een eindje langs de prikkeldraad. Mijn stemming kantelt.

paard met vliegenkap

Verderop leeft een toom kippen onder de velerlei blikken van wel zeer divers pluimage. Een rastafaria chillaxt broerderlijk naast een whatsappende kabouter, twee moriaantjes snellen toe bij een blaffer met dolle ogen. Waar ben ik in godsnaam beland?

wat ornamentjes voor de in den hof misschien?

Ik loop verder door ruraal areaal. Soms zijn de paadjes strakwitte linten door de weilanden, soms voert de weg me voorbij stokoud langbouwgoed. Het doet deugd even de zon op mijn schedel te voelen.

van Lebeke naar Denderhoutem
tractor

Een enkele keer passeer ik ook de schaduwzijde van zonevreemde industrie, waar de regen van de afgelopen dagen een papperige ravage heeft aangericht.

rustplaats

In een met herassen dubbel afgesloten wei staart een armlastig schaap me unverfroren aan.

schapen

Ik merk een coloradokever op die een kleine last met zich meetorst. Voorzichtig tracht ik het sprietje van zijn schild te vegen, maar niets lijkt te lukken. Ik voel me machteloos, inadequaat. Het beestje lijkt het gelukkig niet te deren.

coloradokever

Tussen Denderhoutem en Welle, in de Eigenstraat, schiet ik een selfie. In weerwil van het nieuwe verkeer ik in een permanente staat van déjà vu.

HERHALING

En dan houd ik toch even halt voor de lunch. Vlak voor een tweesprong aan de Wildebeek – in werkelijkheid niet meer dan een modderig piesstroompje – ligt een stapel oprtittegels. Ik neem plaats, klik mijn trommeltje open, en geniet van het uitzicht op een schaapkooi.

lunchen aan de Wildebeek
optrekje

Weer onderweg gaan alle sluizen open. Een onbeschut stuk pad in Welle lijkt een eindeloos golvende stroom te zijn geworden. I ain’t no Jesus, but I walk on water.

WALK ON WATER

Zodra het weer droger wordt, valt me voor het eerst de slungel op het snelheidsmatigingsbord SPELENDE KINDEREN op die op het eerste gezicht een makke lobbes lijkt, maar in feite de kleinere loebas een dreun verkoopt. Tot zover de teamgeest. Niet alleen het wegdek is blijkbaar gebrekkig, maar ook de onderlinge verhoudingen in deze wijk.

GRAAG TRAAG SPELENDE KINDEREN
GEBREKKIG WEGDEK

Een ogenblik sta ik stil bij het station van Welle, waar op de sporen van de tweede golf na niets te beleven valt.

striking a pose

Een bordje wijst me de weg naar het natuurreservaat Wellemeersen.

bordje naar Natuurreservaat Wellemeersen

Voor ik daar aankom moet ik echter een recente spoorwegbrug over, waar een bezorgde ziel NIET SPRINGEN ALSJEBLIEF in heeft gekerfd.

NIET SPRINGEN

Door de expliciet gemaakte mogelijkheid hangt er iets naargeestigs over de plek, iets wat ook de eerste OILSJTerse falussen niet teniet kunnen doen.

OILSJT

Een heel eind trek ik langs spoorlijn 50.

Natuurreservaat Wellemeersen, Welle

In het natuurreservaat, een van de laatste overstromingsgebieden in de Dendervallei, haal ik weer adem. Het is er ingroen, en de lucht licht op in tin- en zilvertinten.

Natuurreservaat Wellemeersen, Welle
Natuurreservaat Wellemeersen, Welle

Ik passeer de kantine van de lokale RODE DUIVELS. De eindtijd lijkt ingezet.

VOETBALCLUB RODE DUIVELS

Opnieuwd voel ik me niet veilig, overal dreigt gevaar.

VALGEVAAR IN PUTTEN

Maar dan zie ik de eerste gallowayrunderen die het gebied begrazen. De aanblik klaar mijn geest wat op.

Gallowayrunderen

Op knuppelpaden trek ik steeds dieper de natuur in.

knuppelpaden

Ik kan het niet laten even in een boom te gaan hangen. Het kost me best wat moeite: enkele keren sla ik roemloos te pletter op de stam voor ik me rechtstreeks aan de doorhangende tak haak.

aan boom

Verderop sla ik een tijdlang nog een kudde galloways gade. Het zijn verrassend kleine dieren, die gestaag de wei afgrazen.

Een kalfje demonstreert in natura waarom in het Engels een weerborstel een cowlick heet.

cowlick

Via een levensgevaarlijk hekwerk, dat een andere wandelaar attent met roodwitte linten heeft trachten te beveiligen, bereik ik de Dender.

prikkeldraad

Ik besluit even mensjes te kijken, tot plots een man vastberaden mijn vizier in komt trekkebenen. Ik weet niet wat van hem te denken.

Onder de brug in de E40 heeft iemand een verwensing gekalkt die meteen ook als antwoord fungeert voor al wie het zou aandurven iets over de idiosyncratische spelling te zeggen. Een waar meesterwerk.

KUS MIJN KLOTTEN

De muren van een kleinere tunnel grossieren in nog meer grafitti.

TE DOM OM EEN HAKENKRUIS TE TEKENEN?
JUST FAKE
ballonetje oplaten

Ik eet een banaan. Als ik de schil wil weggooien, blijft die in het hoge struikgewas naast de autostrade bungelen. Niets ben ik waard.

oeps banaan gegooid

Wat verderop, in Erembodegem, moet ik onder het station door. Het GR-logo lijkt gestraft, zo scheefweg in de hoek gedouwd.

station Erembodegem

Nog in Erembodegem loop ik onder een spoorwegbrug die architecturaal zonder enige twijfel het hoogtepunt van deze etappe is. De blanke betonpalen en aangeslagen gewelven verlenen het geheel een haast Romeinse grandeur.

spoorwegbrug Erembodegem

In een woonwijk een eindje verder, in de kapel van Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen, is een Fonske – ‘zoet gevooisd van tale’ – met een gedenksteen vereeuwigd:

OLV van Vlaanderen
zoet gevooisd van tale

De kapel herbergt nog wel meer mooie boodschappen:

wees mijn sterkte
wees mijn vreugde

Langzaamaan nader ik het Osbroek, een nieuw natuurgebied op de rand van Aalst. Een haag langs het pad ernaartoe doet me met zijn organische stulpingen aan Gaudí denken. Gaudíamus igitur, grinnik ik.

coole haag
coole haag

Het Osbroek zelf is een verstilde plek met mistroostige meertjes.

Osbroek, tussen Erembodegem en Aalst

Op een paaltje draait een gehavend lieveheersbeest vertwijfelde rondjes. Hulp kan niet baten, maar ik deins terug voor de genadeslag.

gehavend lieverheersbeest

En dan loop ik door het Stadspark Aalst binnen.

perk

Op een langgerekte vijver zie ik op lange poten een winkelend waterding aan het werk – deel van een kunstenfestival, zo blijkt.

winkelend waterding

En dan loop ik plots door het stadscentrum. De Sint-Martinuskerk steekt sacraal af tegen de blauwe hemel.

Sint-Martinuskerk

Maar in deze stad wordt het sacrale uitgebalanceerd met het wereldse, weet ik, wat een enigszins puberaal opschrift in een steegje bevestigt.

TETTEN

Op de markt slaan het stadhuis en het beeld van Dirk Martens me met verstomming. Ik had er geen benul wat een plaatje deze binnenstad zou zijn.

marktplein Aalst
Dirk Martens

Maar ondanks (of net door) de gezellige drukte voel ik me zielsalleen. Ik vind geen aansluiting, bij wie ook. Iedereen lijkt druk in zichzelf gekeerd. Het wandelen is verloren lopen geworden.

KATTEGEBISJ

Ik koop nog snel een döner, die ik schichtig opeet op het stationsplein. Want mag dat wel in deze tijden, zomaar op straat iets eten?

Als de trein zich aankondigt, besluit ik een streep te trekken onder deze etappe, en laat ik Aalst achter me. Maar niet voorgoed, neem ik me voor. Ik keer naar deze stad terug. Blijer, anders gemutst. Met niet Claus, maar Boon onder de arm.

AALSTAALSTAALSTAALST