GR5A | Ronse – Geraardsbergen | 12.07.20

Vandaag trek ik oostwaarts de Vlaamse Ardennen door, van Ronse naar Geraardsbergen. In totaal leg ik in ongeveer 8 uur iets meer dan 35 km af.

Drie weken geleden wandelde ik vanuit Breucq naar Avelgem en liep daarbij al eens door Ronse, maar op zondag is de busverbinding vanuit het station daar niet optimaal. Daarom besluit ik met enige pain in het hart (en de maag) een stuk van de route over te doen in omgekeerde richting, weliswaar via een lichtjes afwijkend parcours.

pain, 24/24, al van 's ochtends vroeg

Spijt krijg ik niet van die noodgedwongen keuze, want aan de stadsrand bots ik op deze eigenzinnige stoepcreatie, die ik bij mijn vorige passage heb gemist. Ik let vooral op het bloempotkapsel – pas thuis valt me ook de patente Yorkshire Terrier op.

check de yorkshire

Op de zuidflank van de Muziekberg kom ik voorbij Kapel Lorette. Die werd eind 17de eeuw gebouwd opdat de parochianen niet naar Ronse zouden moeten ploegen voor de zondagsmis, weet een infobord.

Naast de kapel staat gemakshalve ook een heuse lourdesgrot, waar de op de knieën gevallen Bernadette verwarrend genoeg haast identiek gekleed is als de aanbeden Moeder Gods. Even vermoed ik autodevotie, tot ik een stapje dichterbij zet en mijn vergissing inzie.

Kapel Lorette

Ook op de Muziekberg ligt nog steeds statig jeugdherberg De Fiertel, waar ik dertig jaar geleden enkele memorabele herfstvakanties lang op kamp was. Hoe de tijd verglijdt.

De Fiertel

Wat verder herken ik een zandwegel en weet ik me in Breucq – en dus opnieuw op de officiële GR-route. Ik kruis een ouder koppel; we knikken elkaar toe.

koppel

In een Waalse voortuin houdt onder een apenboom een pinguïn de wacht.

penguïn

Eens de huizen voorbij slingert de weg opnieuw de velden in. Onder een stralende hemel loop ik richting Pottelbergbos.

richting Pottelbergbos

Dat Pottelbergbos dwars ik op holle wegen, een typisch landschapskenmerk in de Vlaamse Ardennen, weet een infobord.

Pottelbergbos

In de volgende groene long, het Brakelbos, emuleer ik uit wildgebrek zelf taksgewijs (-ei-) het Reeënpad.

reeënpad
Brakelbos

De weg naar het Lieverenbos is een ansicht waard.

op weg naar het Livierenbos

Het langgerekte bos zelf valt me dan weer wat tegen. Het pad snijdt het geboomte lijnrecht doormidden, wat wel een fijn verdwijnpunt oplevert, maar ook een eerder monotone beleving. Gelukkig is de schaduw meer dan welkom.

Livierenbos

Naast het volgende, veel kleinere Hayesbos staat deze schijnbaar driestammige optische illusie. Die stemt me wel weer gelukkig.

naast het Hayesbos

In het eigenlijke bos is het onthaal veel minder positief, maar ik laat het niet aan mijn hart komen.

fuck off

Over oude kerkwegels gaat het naar de volgende getuigenheuvel, met daarop het Steenbergbos. Het landschap voelt oeroud aan.

op weg naar het Steenbergbos
naar het Steenbergbos
langs het Steenbergbos

Ik zit met mijn hoofd nog helemaal in het eertijdse als plots een vierspan paarden de bocht om komt stuiven. De hond blaft me niet toe; toch wuif ik hem na.

koets

Intussen ben ik aanbeland op het grondgebied van Brakel, en loop ik tussen aardappel-, bieten- en graanakkers richting Zarlardinge.

aardappelen
door de velden
op weg naar Zarlardinge

In Zarlardinge is er dit pronte paard, dat (hoop ik) deel uitmaakt van de BiZAR-kunstenroute.

oké is goed

Er zijn wel meer fabelwezens. Onder een tractorport tref ik deze impressie van kameel aan.

slapende kameel

Ik nader het centrumpje, waar het onderwijsbeest in me wakker wordt.

voor al uw onderwijs

In de vlakke zon aan de kerk trakteer ik mezelf op een dame blanche. De coupe smelt sneller dan ik hem de baas kan.

Nadien loop ik om het kerkje, waar naast een indrukwekkende Christusfiguur de muren een boodschap dragen: Het is den menschen vastgesteld eenmaal te sterven. | Waakt, want gij kent noch dag noch uur.

kerk Zarlardinge

Zoals steeds geldt ook hier:

niets is vanzelfsprekend

Toepasselijk kom ik als ik mijn tocht verderzet uit op het kerkhof van Zarlardinge, een adembenemende plek.

kerkhof Zarlardinge

Er zijn ook twee kunstwerken die er perfect op hun plaats staan.

kerkhof Zarlardinge
Hans Claus, ‘Afstamming’

kerkhof Zarlardinge
Ben Antrop, ‘Verlangen, extase, illusie
Zarlardinge / biZAR route

Tussen Zarlardinge en Overboelare wordt het landschap zo mooi dat het pijn doet. Geen wonder dat wie hier woont trots is op deze streek.

tussen Zarlardinge en Overboelare
paard

Om het moment vast te leggen maak in een bolle spiegel een zelfportret.

zelfportret in bolle spiegel

In Overboelare passeer ik Chiroheem Zonneschijn, overwoekerd door meer dan de lockdown, lijkt het wel.

chiroheem zonneschijn

Een kuiken steekt een gazon over. Zo had ik het niet bedoeld.

chickie

En dan bereik ik het jaagpad naar Geraardsbergen. Het overvalt me: komende van de Leiestreek, over de Schelde, en nu aan de Dender!

de Dender naar Geraardsbergen

Het is genieten aan de waterkant, en na een kleine 2 km zie ik op de rechteroever de St.-Bartholomeuskerk verrijzen.

Geraardsbergen

Ik trek het centrum nog niet in, maar rep me meteen naar het station. Het is al laat, de rit huiswaarts duurt wel even, en er komt binnenkort een trein. Toch kan ik het niet laten nog snel een selfie te maken.

de fameuze afwijking

Moe en gaar vat ik de terugtocht aan.

maskerplicht

Meer foto’s:

kerkhof Zarlardinge

GR5A | Menen – Wijtschate | 05.07.20

Op een wisselvallige, winderige dag in juli trek ik het Heuvelland in.

De route begint in Menen, waar ik een week eerder was geëindigd. Omdat ik toen met de kinderen naar topogidsnormen maar een halve dagtocht heb gemaakt, én omdat er door wegenwerken in Wijtschate-centrum een paar bushaltes niet bediend worden, klok ik uiteindelijk af op iets minder dan 37 km, ofwel ongeveer 7 uur effectieve wandeltijd.

Onderweg van het station van Menen naar het vertrek aan het Badhuis passeer ik enkele muren vrolijk stemmende trieste graffiti.

Graffiti
Badhuis Menen

Het eerste stuk loopt een roteind langs de Leie, deels door industriegebied. Een noodzakelijk kwaad, maar er is ook ruimte voor zelfvermaak. Ik tart meteen alle verbodsbepalingen en trotseer het gevaar:

VERBODEN ONDER DEN LAST TE STAAN

Ik meen ook een dood schaap te zien liggen, maar nadere inspectie wijst uit dat het slechts om een stúk dood schaap gaat, dat verder harmloos is:

ik dacht een dood schaap maar nee hoor

Aan de sluis zwaait een Nederlandse schippersvrouw me enthousiast toe. Sympathiek, die binnenscheepvaart.

sympathiek

Maar voor het grootste deel is het meer dan een kilometer zoiets:

jaagpad Menen

Als ik van de Leie wegtrek kom ik een buizerd tegen, van wie ik een staarwedstrijdje verlies:

staarwedstrijdje

De route richting Wervik wisselt sterk: soms zijn er grindpaden, soms asfaltwegen, soms kleine wegelingetjes achter huizen door.

pad

Uiteindelijk kom in aan bij de Laagweg, waar de route van Wervik wegdraait.

LAAGWEG

Het centrum bereik je dus niet – jammer wel, want in de Franse zustergemeente Wervicq-Sud ligt een Duits soldatenkerkhof, dat ik wel eens had willen bezoeken. Ik haal dat zeker eens in met de fiets.

Ik kruis ook de enige spoorweg van vandaag, en sta – jawel – voor de rode lichten.

STOP / START

Wat verderop tref ik een verzakte koe aan, die bij nadere inspectie met haar voorpoten in een put bij haar waterdispenser staat. Ik dacht al.

verzakte koe

Onderweg pleister ik kort bij het aardbeienbedrijf van Wim Mahieu, waar ik voor geen geld een klein bakje scoor. Njammie.

mmm aardbeien knabbelen

Een kniesoor die erop let dat door Broer Wind het zakje wel haast voortdurend uit mijn handen waait. Want waaien, dat doet het. Ten bewijze een veld golvend vlas:

De luchten overtrekken, en af en toe valt er wat regen. Gelukkig niet te erg.

langs de velden
patatten
kraters

In een plaats die Google kent als “Amerika”, vlakbij de Kantienbeek, stop ik voor een pauze, in de luwte van een boerhof en een kapelletje. Gemberthee, banaan, rust.

stopplaats uit de wind bij een kapelletje
middagpauze

Inwendig versterkt word ik verderop attent gemaakt op rondstruinende trollen.

OPGEPAST TROLLEN

Geen idee wat er van aan is.

Hier en daar bevat het landschap ook sympathiek gaye toetsen:

beetje gay wel
beetje gay wel

De wind doet steeds gekkere dingen. Hij waait zus, mijn capuchon bolt zo.

de wind doet rare dingen met mijn capuchon

In Komen vind ik beschutting aan de kantine van de plaatselijke modelvliegtuigclub. De terreinen zijn privé, maar er is geen mens en ik ben proper op mezelf, dus spring ik over het hekje. Het doet deugd even op een bankje te zitten en mijn meegebrachte kikkererwtensalade te nuttigen.

Bij het opstaan echter is het van instant karma.

karma

Grappig, trouwens, zo op de taalgrens bungelend. Met die ryders moest ik wel even lachen, daar in Houthem.

paardryders

Een verrassende en interessante plek blijkt het nooit voltooide Kanaal Ieper-Komen, dat de IJzer met de Leie had moeten verbinden. Door onder meer de bodemgesteldheid en WW1 is dat er niet gekomen, maar er zijn stukken van bewaard – een gedeelte los, verderop ook een bekender stuk in het Provinciaal Domein Palingbeek.

Het eerste deel langs de spoorweg is veruit het mooiste omdat het er volstrekt verlaten bij ligt. Ik merk een dagpauwoog op die ik een tijdje volg, en spot ook wat bosje op een infobord aangekondigde rolklaver (denk ik).

langs het ingestuikte kanaal Ieper-Komen
kanaalpad Ieper-Komen
dag dagpauwoog
bij Hollebeke
een lokale klaversoort waar ik de naam van ben vergeten
bedding kanaal Ieper-Komen

Het stuk aan de Palingbeek is minder aangenaam om te wandelen, vooral door de lange kasseistroken, die na al die kilometers serieus in mijn zolen bijten. Er is ook best veel volk, wat na al die uren leegte en stilte confronterend is. Ik draai de muziek wat harder en zet er flink de pas in. Nix wie weg hier. Wel boeiend zijn de vele informatiepunten over het oude kanaal.

ingang domein Palingbeek
langs de Palingbeek
wandelboom Palingbeek

Direct achter het domein wordt het landschap oogstekend mooi. Ook zijn er steeds meer tekenen van het oorlogsverleden: Spoilbank Cemetery, obussen naast de landerijen, wegwijzers in het Engels.

Spoilbank Cemetery
veel mooier een beetje van de Palingbeek weg
obussen
door veld en dal
velden

Helemaal sprookjesachtig wordt het na Oak Bank Cemetery, waar in een landweg de struiken een tunnel vormen. Het Hol van Pluto, maar wát een hol.

hol van Pluto
GR markering

Het laatste stukje voor het einddoel zijn de Huikerbossen. Geen uitgestrekte wouden, maar ff een kwartiertje in de luwte lopen doet deugd, zeker in zo’n omgeving.

Huikerbossen
FF PAUZE

De wind is namelijk nog steeds ongenadig. Dit is de weg naar Wijtschate:

op naar Wijtschate

Ik passeer nog Somer Farm Cemetery en nog meer obussen.

Somer Farm Cemetery
obussen

In Wijtschate blend ik met de locals.

blenden met de locals

Ik merk ook een affiche met een huisdierenreddingsoproep op, die me meteen met een warme gloed vervult.

red onze dieren a.u.b.

Bij Bakkerij Geert koop ik als traktatie nog een chocoladekoek met crème, de laatste die nog in de schappen ligt, en geniet. Goed spul.

Alles doet nu echt wel pijn.

PAIN

Maar omdat de bushalte in het centrum niet bediend wordt wegens wegenwerken, moet ik nog een eindje verder.

bushalte

Uiteindelijk kom ik uitgewaaid en bruingebrand aan in het station van Ieper, en spoor ik huiswaarts.

Station Ieper

Nog meer foto’s:

verzakte koe

GR5A | Aalbeke – Menen | 28.06.20

Derde etappe van de GR5A, alweer dicht bij huis, maar dit keer een kortere afstand samen met de kinderen. Vertrekpunt is opnieuw de Hoogmolen in Aalbeke, het doel de grensstad Menen, een dikke 11 km verderop.

De kinderen hebben de gierende banden van hun wegstuivende moeder en enige lichte dwang nodig om op gang te komen, want van harte is de hele onderneming geenszins.

niet van harte

Tot wandelen gedoemd trekken we al snel de velden in, met aan de horizon meteen ook De Sjouwer, het monument voor de Vlaamse grens- en seizoensarbeiders in Frankrijk naast de E17. Maar daar zijn we nog niet. Onderweg komen we eerst enkele fotogenieke vogelverschrikkers tegen, en de schoorstenen van dakpannenfabrikant Koramic Pottelberg. Gelukkig verbetert de sfeer: er worden stenen geraapt die papa mag meezeulen, een repetitief lied wordt ingezet, een dochter blijkt een spraakwaterval.

vogelverschrikkers
Torens Koramic Pottelberg
De Sjouwer

Een steenworp verder zijn we bij de Sjouwer. Voor een reep vind ik twee van de drie koters bereid even te poseren.

bij De Sjouwer

Door veld en dal slingert de weg verder richting Rekkem. Op sommige van de onverharde paadjes lopen we achter elkaar, een communicatieve verademing.

op pad

Eens aan de Leie volgt de route enkele kilometers lang het jaagpad, wat aan de saaie kant is, ook al omdat het daar doorgaans wat drukker is met andere wandelaars en fietsers (awoert medemensen!). Gelukkig schieten we af en toe een parallelle groenzone in, onder meer het Diefhondbos, aangelegd boven op een oude vuilnisbelt.

Diefhondbos
Diefhondbos

Bijna in Menen lopen we onder de N32, waar een graffitikunstenaar geen puf meer had voor een K. Met inzet van lijf en leden is dat euvel snel verholpen.

FUC
FUC K

Oorspronkelijk was het de bedoeling in de Barakken een ijsje te eten, maar het ziet er echt zwart van het volk, wat in coronatijden verre van ideaal is. Dan maar doorlopen door een smal stadspark dat de oude vesten volgt, tot we bij het Badhuis uitkomen, waar de vrouw des huizes ons oppikt.

blingaap

Alle foto’s:

De Sjouwer

GR5A | Breucq – Avelgem | 25.06.20

De tweede etappe van de GR5A, de Wandelronde van Vlaanderen, zal me opnieuw naar Avelgem leiden, maar ditmaal rechtsom. Het beginpunt koos ik volgens de topogids in Breucq, een gehucht in de Waalse gemeente Ellezelles, goed voor een kleine 26 km.

Met een paar keer overstappen spoor ik naar Ronse, waar er nog oude perronlampen staan. Heerlijk vind ik die: uit een sloop redde ik er enkele jaren terug een paar die nu in de tuin hangen. Van daaruit neem ik de bus naar het vertrekpunt, een wat sjofele halte op de N48 van Ronse naar Geraardsbergen.

Perronlampen
Bushalte Vier Winden / Quatre Vents

Gelukkig gaat het daarna gleich gut los. De route loopt meteen een onverhard pad in, waar een zwaluw verschillende keren rakelings over mijn hoofd scheert. Wellicht kom ik wat te dicht in de buurt van het nest? Of trek ik vliegen aan, en dus ook roofgedierte?

Ook al is het nog vroeg, het is loeiheet als ik richting Kanarieberg trek. De zon brandt genadeloos, dus stop ik al meteen om me in te smeren. (Bereidwillige fabrikanten van hoogwaardige zonnemelk mogen zich melden voor product placement.)

Gelukkig is er ook af en toe schaduw, bijvoorbeeld in het magische Muziekbos, waar op een boom deze sjamanistische vlek te vinden is. Een lord of the flies-achtige varkenskop? Een wolf? Wie zal het zeggen…

Omhoogkijken is altijd ook een beetje je evenwicht verliezen, zo majestueus fluorescerend (luminiscent?) is zo’n bos. De kruinen in het bos doen er trouwens vanzelf aan social distancing, wat in botanische kringen crown shyness heet. Blijkbaar om te vermijden dat bladetende insecten overspringen, dus zo mank loopt de vergelijking met corona niet eens.

Weer uit het bos vergaap ik me aan de vele bestrikte ganzen in de voortuintjes. De een na de ander, in goedburgerlijke verstening van waakzaam nabuurschap.

A propos voortuintjes: verderop spot ik onder meer ook een beeldje van een middeldiep in de grond verzonken hond, én iemand met de mot in de respectievelijke bollen en top van zijn atomium- en eiffeltorenbuxus.

Hond
buxus atomium en eiffeltoren

In het gehucht Klijpe koop ik naast de kerk een boulet als bijgerecht bij mijn bloemkoollunch. Eerste en enige gesprek van de dag met de friturist van dienst, over hoe hij ooit eens lastiggevallen was door jagers in de bossen rond Ellezelles, en hoe hij nadien de banden van hun 4×4’s had platgestoken met een mes. De ontboezemingen zijn niet wederzijds.

Even later zweet ik alweer peentjes en doe van Neil Armstrong in een strook gesmolten asfalt.

Wat verderop is er gelukkig wat schaduw op de ellenlange Ronde Van Vlaanderenstraat, waar de winnaars van de verschillende edities vereeuwigd zijn. De Kannibaal kon niet ontbreken.

Ik ben zowat halverwege nu, en nader het Kluisbos.

Op de Knokteberg vind ik opnieuw een wandelboom.

Ik duik het Kluisbos is, waar ik de route een beetje saai vind – almaar rechtdoor, op steenslag, terwijl de omgeving er in feite best mooi is, weet ik van eerdere wandelingen. De schaduw is wel weer meer dan welkom.

Eens uit het bos valt me op hoe triest sommige Waalse woningen erbij staan.

En dan, voor ik het weet, ben ik bij de Schelde, die ik op een fiets- en wandelbrug oversteek.

Fiets- en wandelbrug over de Schelde
Schelde

En dan ben ik aan het eindpunt, het oude station van Avelgem, dat nu als bushalte dienstdoet.

Alle foto’s:

Schelde

GR5A | Aalbeke – Avelgem | 20.06.20

Met het officiële topogidsje in de hand begin ik aan de GR5A met een tocht van Aalbeke naar Avelgem, samen iets meer dan 21 km.

Aalbeke, een deelgemeente van Kortrijk, is zowat het dichtste punt bij mijn huis in Harelbeke, dus lijkt dat me een ideale eerste etappe. Er rijden wel bussen heen, maar omdat we vandaag in de buurt moeten zijn dropt mijn vrouw me aan de Hoogmolen. Van daar trek ik het glooiende landschap richting Schelde in.

Hoogmolen Aalbeke

Het grootste deel van de route gaat door de velden, soms op kleine wegelingetjes, die vaak ook verhard zijn. Zeker rond Bellegem zijn er daar best wel wat ook deel van de wandelknooppuntenroute in de streek.

Tussen Aalbeke en Bellegem

Onderweg kom ik op zeker moment wat schapen tegen. Omdat schapen altijd een beetje meh zijn, hier wat bewijsmateriaal:

Zwart schaap
Het zwartste schaap dat ik kon vinden

Fijn is ook de far-west-optuiging rond het kerkje van Rollegem, waar de frontiergedachte van Zuid-West-Vlaanderen een totemeske invulling krijgt:

Far west

Al het kindergekraai van het speelplein aan de kerk noopt me tot een kwaadwillige selfie:

De Kindervriend

Even verderop heeft een boer een berg hooi of bieten of afval of zo bedekt met een oudgeel doek, dat wonderwel contrasteert met de lucht.

blauw / geel

Een bijzondere plek vind ik de doorsteek onder de E403, waar er fotogenieke graffiti te vinden is. Ik kan het niet laten er even verpozend bij te poseren:

WEES BLIJ WEES VRIJ
I've a feeling we're not in Kansas anymore

Na Bellegem gaat het landschap steeds meer op en neer. De route loopt tussen de velden en weilanden.

Argendaalpad
Tussen Bellegem en Avelgem
Tussen Bellegem en Avelgem

Een van de highlights onderweg (althans volgens het gidsje) is deze Molen Ter Klare, gelegen op het hoogste punt van Zwevegem (76m). Vernietigd door de Duitsers in WW2, maar heropgebouwd. Nu ja, een molen.

Molen Ter Klare Zwevegem

Ik passeer ook Restaurant Muishond, waar ik wat onnozeliteiten niet kan laten. Schaamtelijk is wel dat de bazin me blijkbaar bezig heeft gezien.

Even later bereik ik het Orveytbos in Zwevegem, een plek die ik wel ken van het hardlopen (een route die ik af en toe neem, passeert erlangs), maar die ik nog nooit heb verkend. Heerlijk vertoeven daar, ook voor de lunch.

Orveytbos

Na het bos volgt een natuurgebied langs een oude spoorwegbedding – de Spoorzate. Hier en daar liggen er voor modderiger tijden balkjes op de grond en biedt zich aan de muren poëzie aan.

Spoorwegzate, Zwevegem
denkkronkels snoeien

Wat verderop had een kunstzinnige onverlaat een zitplek in een tulp veranderd:

banktulp

De etappe eindigt met enkele kilometers van een fietspad dat kaarsrecht de oude spoorlijn volgt. Wel mooi van landschap, maar te eentonig als afsluiter. Er lijkt gewoon geen eind aan te komen.

Oude spoorwegberm richting Avelgem

Ik ben dan ook opgelucht toen ik het aantal kilometers zie teruglopen:

Avelgem 1.8 km

Eens in Avelgem richting bushalte, en via Kortrijk naar huis:

met de bus naar huis

Alle foto’s:

Molen Ter Klare Zwevegem