GR5A | Axel – De Klinge | 30.08.20

Voor het schooljaar weer toeslaat besluit ik in het laatste weekend van augustus een stuk van de GR5A te wandelen dat vanuit West-Vlaanderen wat moeilijker bereikbaar is. Ik trek de grens over naar het Zeeuwse deel van het Waasland. Over de relatief korte tocht van 17,5 km zal ik een kleine vier uur doen.

Op mijn allereerste etappe na ben ik tot dusver altijd met het openbaar vervoer onderweg geweest, maar vandaag blijkt dat onbegonnen werk: ik zou anderhalf keer langer onderweg zijn dan heel de wandeling duurt, en dat is me toch te gek. Ik kruip dan ook vroeg vanonder de wol en laad mijn fiets in de auto.

Het ochtendlicht begeleidt me richting Antwerpen, en in de buurt van Kemzeke wordt de drang om te stoppen en even een moment te genieten te groot. Op de brug over een lege E34 houd ik halt en zie hoe een waterig zonnetje tevergeefs door het ochtendgrijs probeert te gloren. Het levert fraaie plaatjes op.

E34

Ik zoek een parkeerplekje niet ver van het Stropersbos in De Klinge, nog op Belgisch grondgebied, en spring dan op de fiets, om via de kortste route, nog steeds een kleine 10 km, naar het eigenlijke beginpunt van mijn route te peddelen. Mij bekruipt zowaar een vakantiegevoel.

op weg naar het startpunt

Dat startpunt is de Gdyniabrug over het Zijkanaal naar Hulst, nu niet meer dan een gedenkbordje, maar in 1944 een baileybrug, een noodbrug in snelbouw aan wat nu de Derde Verkorting is, aangelegd door de Poolse Eerste Pantserdivisie. Met een verwijzing naar een van de twee zustersteden van Gdańsk gaven zij de plek ook zijn van heimwee vervulde naam.

Na de oorlog bleken die smalle eenrichtingsnoodbruggen flessenhalzen, en stukje bij beetje werden ze allemaal vervangen door bredere exemplaren. De oorspronkelijke brug ligt een eindje verderop in het Gdynia Museum, maar dat is zonder afspraak slechts op zaterdag te bezoeken. Ik besluit niet langer te talmen en trek eropuit.

Gdynia bridge

Het ochtendgrijs ligt als een wattig deken over de velden. In de verte ontwaar ik silhouetten van bomen en pylonen. Af en toe weerklinkt de roep van een kauw, een fazant. Ieder moment lijken er wezens uit de akkers te kunnen opduiken. Het blijft verdacht rustig.

tussen Gdyniabrug en Oude Vaart
tussen Gdyniabrug en Oude Vaart

De mist versterkt mijn gevoel van afzondering, ook al hijgt er me zo om het kwartier wel een eenzame fietser tegemoet. Ik groet steeds passend bescheiden, maar voel geen vonk, geen diepere connectie. We zijn omhuld in kille zwachtels, hier is het ieder voor zich.

tussen Gdyniabrug en Oude Vaart
tussen Gdyniabrug en Oude Vaart
tussen Gdyniabrug en Oude Vaart

Alle wegen lijken dood te lopen. Het perspectief is afgeknot, verkort. Ik loop door een verengd stuk wereld, het scherp van de snee. Sieh, der Herbst schleicht her.

tussen Gdyniabrug en Oude Vaart
tussen Gdyniabrug en Oude Vaart

Helemaal vermijmerd mis ik haast een afslag over een sloot.

Oude Vaart /naar Landgoed 'Groot Eiland'

In dit verstilde landschap is de signaalkleur van de aangemeerde sloep een schreeuwende spat bloed. Keel op zilver en sinopel. Het is volmaakt windstil, geen riethalm ruist. Ik proef de obool op mijn tong en vat de oversteek aan.

veesluis - naar Landgoed 'Groot Eiland'

Onderweg naar het landgoed Groot Eiland komt een bereden triumviraat het vluchtpunt uitgesneld. Op de bil van een van hen staat in koeien van letters FILET PUR. Ergens moet ik lachen. Ook ik steak een tandje bij.

naar Landgoed 'Groot Eiland'

Vlak voor het landgoed Groot Eiland vind ik op het GR-paaltje een bijna-aptoniem van een hekwerkbouwer: Ga-van-m’n-ARFMAN.

ARFMAN  - naar Landgoed 'Groot Eiland'
Landgoed 'Groot Eiland'

Op het brugje staar ik in de diepten van de sloot. Wellicht barst die van het leven, maar nu roert zich niets. Nergens een luchtbel, zelfs geen insect dat het oppervlak over glijdt.

Landgoed 'Groot Eiland'
Landgoed 'Groot Eiland'

Pas wat verder, op het kletsnatte wandelpad, gaat een fazant me minutenlang voor. Het beestje houdt zonder omkijken de afstand gelijk, en lijkt me ergens heen te leiden. Tot het eensklaps in de bosjes links verdwijnt, en me weer aan mezelf overlaat.

Landgoed 'Groot Eiland'
Landgoed 'Groot Eiland'

Aan het eind van het natuurgebied moet ik andermaal een brugje over.

Landgoed 'Groot Eiland'

De lucht wordt steeds intenser wit. Ik heb geen zonnebril mee, en rondkijken begint pijn te doen.

Landgoed 'Groot Eiland'

De zon, een uitgewassen vlek in de honderd tinten grijs, priemt net niet tevoorschijn. Langs de lanen staan de bomen wellicht strak in het gelid, maar van een afstand is het een komieke bende, met gestuikte dikkerdjes en scheve petaters. De rij lijkt een tand kwijt.

op weg naar Hulst
op weg naar Hulst
op weg naar Hulst
op weg naar Hulst

En dan is het zover. Pril blauw herkleurt het landschap.

op weg naar Hulst
op weg naar Hulst

Een bordje herinnert me eraan waar ik me bevind. Daer maecte hi hem te Vlaendren waert / Ende quam in Waes, int soete lant – ik, zeer Bruin de beer.

op weg naar Hulst

Ik loop op lege wegen.

op weg naar Hulst

Aan een plas in de Oude Vaart zit een man te vissen.

op weg naar Hulst

En dan is het al ajuin wat de klok slaat. Honderdduizenden uien moeten er liggen. Niet alleen mijn gemoed schiet vol.

uien

De zon is er nu even helemaal bij. Op weg naar Hulst lichten de laatste gewassen op. Hun kleuren zijn betoverend, verzilverd haast.

op weg naar Hulst
op weg naar Hulst
op weg naar Hulst

In de verte lonkt de toren van de Sint-Willibrordusbasiliek.

op weg naar Hulst

Maar dan gaan de hemelsluizen open. Haastig schiet ik mijn regenkledij in. Het veranderende licht was een voorbode, zo blijkt, en kilometers lang plenst het water me voort. Pas eens ik de stadsring voorbij ben, houdt het even op.

Een pompstation met een wel heel explosieve naam markeert de weg naar de stadsomwalling van Hulst. Sommige lieden kronkelen op vreemde manieren.

Firezone

Iemand prijst ook PR⋃IMEN en AARDBEIEN aan middels een met de hand beletterd bord. Voor dat soort ambacht voel ik grote achting.

PRUIMEN AARDBEIEN

Gestaag gaat het richting centrum. Het doet goed weer in Nederland te zijn.

Hulst
Huize Verder
Hulst

Ik bereik de stadswallen, die nog stammen uit de Tachtigjarige Oorlog, begin 17de eeuw. Tussen de 8 en de 10 meter hoog zijn ze, en straks loop ik er een flink stuk bovenop.

Hulst

Voor ik de Dubbele Poort doorga meent een meeuw even naargeestig te moeten schreeuwen.

Dubbele Poort

Weerom slaat het weer om. Opnieuw begint het te druppelen. Aan de Nieuwe Bierkaai neem ik snel het centrum in me op, en besluit toch even naar de basiliek te lopen.

Hulst

Ik passeer het Refugium van Cambron, de zetel van de rentmeester en tevens gebruikt als graanopslag van de cisterciënzerabdij van Cambron, een halve wereld verder in Henegouwen (vandaag deel van het domein van Pairi Daiza). In het metselwerk zijn geglazuurde runentekens te vinden, bedoeld om onheil af te weren.

Runen

Wanneer ik het hoekje omga, kroont een luifel me tot Prince of Wales, doch een steenworp verder ascendeer ik al tot koning van Engeland. Het gaat snel. Mijn aderen kleuren even blauw als mijn regenjack.

Prince of Wales
Koning van Engeland

En dat is nodig, want intussen is Gods water gebroken. Ik wil de Willibrordusbasiliek in vluchten, verkozen tot mooiste kerk van Nederland, maar daar is een dienst aan de gang en ik word vriendelijk maar kordaat in het portaal gemaand. Nog nadruipend durf ik geen vin te verroeren, omdat elk beweginkje, hoe schuchter ook, de glazen deuren voor en achter me doet openschuiven. Vanuit mijn limbo zie ik hoe men het lichaam van Christus neemt, breekt en eet.

Sint-Willibrordusbasiliek

Eenmaal verlost uit mijn benarde situatie door een intredende ziel zet ik mijn tocht voort over de stadswallen. Niet ver van de Gentse Poort tref ik het monument aan voor Reynaert. Hi hadde te hove so vele mesdaen / dat hire niet dorste gaen, lezen we bij Willem, en jawel: ook in deze opstelling onttrekt de sluwerd zich aan het hof door buiten de quasi-tweedimensionaliteit van het fries te blijven.

Reynaert

Via de bedding van de voormalige spoorlijn Sint-Niklaas – Hulst gaat het daarna verder.

spoorbaan Hulst - Sint-Niklaas

In de Clingse Bossen is Agent Orange langsgeweest: tal van bomen zijn gemerkt met een feloranje stip. Zij zijn voorbestemd voor de commerciële houtkap, lees ik. Wat jolig scheen stemt droef.

spoorbaan Hulst - Sint-Niklaas

Ik verlies er zowaar het noorden van.

spoorbaan Hulst - Sint-Niklaas

Ik passeer de vanwege corona gesloten paalkampeerplaats Zoetevaart, waar je in beter tijden een bivak kunt opzetten. Het idee trekt me aan, maar helaas gaat Staatsbosbeheer de Nederlandse natuurbivaks definitief sluiten wegens te veel overlast, verneem ik later. Het was te vrezen dat een kudde malloten een schitterend idee om zeep zo helpen.

paalkamperen

Het blijft hard regenen. De weggetjes worden drassig, mijn schoenen houden het niet meer.

naar de Klinge
naar De Klinge

Onder mijn zolen knerpen bij elke stap een tiental eikels. Eikels!, denk ik elke keer opnieuw, Eikels! Eikels! Eikels! Het davert in mijn hoofd, obsessief. EIKELS! EIKELS!

eikels

De richtingpaddenstoel naar de grens doorbreekt de kortsluiting.

ANWB-paddenstoel

Het landschap wordt sprookjesachtig. Haast alle lage takken zijn bedekt met een zilvergroene laag bosschildmos, determineer ik achteraf (hopelijk correct).

mos

Het bos herbergt ook een bevreemdende dekzandvlakte. Met al zijn methodisch getrokken lijnen lijkt dit het Zeeuwse Nazca wel. Even voel ik mijn innerlijke Von Dänicken zich roeren, maar dan sta ik dan weer met beide voeten op de grond.

Om me heen dreigen intussen de naaldbomen. Ze hangen over me heen, treurig maar obstinaat sinister ook, met een palet dat verval ademt.

Clingse bossen
Clingse bossen

De roeste plekken op het schaarse gras zingen hun corrosie: Gimme siren, child, and do you hear me call?

En dan bereik ik de gietijzeren grenspaal 277, geplaatst 13 jaar na de stichting van België, nadat op een conventie in Maastricht de precieze afbakening is bepaald.

grenspaal 277

Veel later, lees ik, nadat in 1914 het Waasland in Duitse handen viel, was de grensovergang in De Klinge erg aantrekkelijk voor smokkelaars, die zich in het neutrale Nederland bevoorraadden. Het duurt niet lang voor de bezetter een elektrische omheining optrok, de zogeheten Doodendraad, 2000 volt sterk. Honderden verloren over de gehele grensstreek hun leven.

Dodendraad
Doodendraad

Hoe anders is het nu, in het Europa van 2020, waar – coronabarrières niet te na gesproken – de grenzen permanent geopend zijn.

douane

Wandelen op de GR-paden, die historisch met elkaar verweven streken en naties elkaar verbinden, voelt als je ongemerkt grenzen kruist aan als deel van het vredesproject dat de EU nog steeds ambieert te zijn. Geconfronteerd met prikkeldraad en hoogspanning uit een niet eens zo ver verleden is die gedachte des te acuter. Deine Zauber binden wieder, was die Mode streng geteilt – geen ijdel motto.

Zonder omhaal stap ik België in.

Nog meer foto’s:

Koning van Engeland

GR5A | Zwijndrecht – De Klinge | 16.07.20

Vandaag loop ik van de Antwerpse gemeente Zwijndrecht naar het gehucht De Klinge op de Nederlandse grens, een traject dat niet onmiddellijk aansluit op de etappes die eerder al heb gelopen. De keuze viel op dit noordelijke gedeelte omdat ik vandaag onderweg ben met Goed Gezelschap – laten we hem Near-Native Companion noemen. Eerst zouden we de Westhoek intrekken, maar deze regio is veel dichter bij zijn huis, en toch is ook hij er nog nooit geweest.

In totaal stappen we een kleine 30 km, waar we ongeveer 6 uur effectief en minstens evenveel plensbuien over doen.

Startpunt is de tramhalte in Zwijndrecht, maar voor ik daar aankom, moet ik overstappen in Sint-Niklaas, waar ik op het perron even van ninja doe.

Nina style

In Zwijndrecht wordt meteen gezichtsloos GEVAAR gesignaleerd. Ik schiet niet in een paniekkramp, maar aan de tramhalte sein ik de dreiging wel door aan Near-Native Companion. Wij gewaarschuwd duo zijn nu een spreekwoordelijk kwartet waard – wat kan er nog fout lopen?

Het gevaar loert overal

De juiste route vinden is kinderspel: we vertrekken aan de R. Orlentstraat, wat ik in de gauwte als vanzelfsprekend verkeerd lees als Oriëntstraat. Via onder meer het Anna Bijnspad verlaten we de gemeentekern richting Smoutpot.

In dat gehucht is al meer dan een eeuw een kapelletje de spil van het sociale leven, weet een infobord. Bij het lezen ervan krijgen Near-Native Companion en ik een lachstuip, allicht evenzeer veroorzaakt door de nog stapvoets smeltende ongemakkelijkheid van het door corona al te lang uitgestelde weerzien dan door de tekst op zich. Dat de kapel met picknickbank ons uitnodigt om te genieten van de (relatieve) rust is immers bezwaarlijk een dijenkletser. Een foto van Josephine Charlotte met modderlaarzen al evenmin.

Smoutpotkapel

En toch is er een angel, bedenk ik later. In een recensie-essay over twee recente wandelboeken had Near-Native Companion het over ‘de Vlaamse wandelknooppuntenroutes, die je behendig leiden langs een montage van de luttele pittoreske snippers groen die ons verkavelde land nog telt — alsof er voortdurend een decortje van natuur wordt opgetrokken, in de coulissen waarvan men altijd de autostrades van het reële hoort huilen.‘ Het kapelletje is natuurlijk geen ‘natuur’ per se, maar wel een ‘pittoreske snipper’ volkscultuur. Dat het infobord het picknickbankje als decor ontmaskert, onthult voor de wandelaar hoe illusoir de authenticiteit van zijn onderneming wel niet is. Misschien lachen we daarom wel smakelijk – om de lucht te klaren?

Nog in Smoutpot staan in een weiland de eerste schapen van vandaag ons aan te staren, met enig geblaat en dito wol. Op het achterplan grhinnikken een handvol radicaal sociaal gedistancieerde paarden.

Smoutpot

Algauw bereiken we in de buurt van Melsele ook de eerste tekenen van het militaire verleden van deze streek, namelijk de Defensieve Dijk en iets wat Schans Halve Maan heet.

Schans Halve Maan

Het topogidsje leert dat die onderdeel zijn van een verdedingsgordel aangelegd kort na de oprichting van België. Het grondgebied van de nieuwe staat werd als onverdedigbaar beschouwd in zijn totaliteit, zodat men koos voor Antwerpen als ‘Nationaal Reduit’, een vesting waarachter het leger zich ultima ratio kon verschansen in afwachting van ter hulp snellende bevriende naties. In die zin was Antwerpen zowat de Hoornburg van België. Want toen uiteindelijk de horden orks uit het oosten kwamen, viel Antwerpen toch …

Verderop, achter de spoorlijn, gapen ons drie paar koeienogen aan. Welke geluiden ik ook maak, in een vierde koebeest is geen sjoege te krijgen. Het eet onverstoorbaar door. Als straf besluit ik het niet vast te leggen voor de eeuwigheid.

er waren eigenlijk 4 koebeesten maar de laatste wilde niet op de foto

Via een lange dreef gaat verder richting Beveren-Waas.

tussen Melsele en Beveren

Het weer wordt grimmig. We trekken onze regenjassen aan. In de verte zien we de windmolens langs de E34.

windmolens

Het gutst nu. Praten gaat gelukkig almaar vlotter, maar foto’s maken is onmogelijk.

Dat is jammer, want we lopen inmiddels door een naar GR-normen vreemde plek die al onze aandacht opeist: de Beverse woonwijken. Een doorsteeksteegje, wat hangplekken voor de jeugd, groenzones, speeltoren naast Intex-zwembad in verwoed met draad en grenen afgeschutte tuintjes, strak in het gelid. In al hun grillige uniformiteit is de wijk een staalkaart van verkaveld Vlaanderen.

Van de regen in de drup knoop ik mijn veters en eet ik een banaan aan de Kapel van Onze Lieve Vrouw van Gaverland. Menig vuilnisbak lonkt naar de schil.

Tussen Beveren en Vrasene bouwden de Duitsers in 1917 een bunkerlinie om Antwerpen tegen geallieerde aanvallen uit het westen te verdedigen. 188 staan er in totaal, weet het gidsje … en ook dat de werken uiteindelijk tot niets hebben gediend.

Duitse bunkerlinie Vrasene

Vrasene schampen we slechts. Spijtig, want ik had graag eens de hoeve gezien waar het legendarische danscafé Popcorn in gevestigd was. Maar die ligt helemaal uit de smete en van de werke weg aan de andere kant van het dorp, en die extra kilometers kunnen er bij dit weer echt niet meer bij. We zijn bij onze favoriete Britney-songs aanbeland.

Vrasene

Een beetje buiten Vrasene passeren we de Kapel van de Heilige Rita, Helpster in Onmogelijke en Hopeloze Zaken, en van de weeromstuit worden we welwillende supplianten. Ik moet aan Dürers handen denken.

H. Rita mret suppliant

We naderen inmiddels Sint-Gillis-Waas.

Sint-Gillis-Waas

Rijkelijk laat lunchen we op een bankje aan de Nieuwe Baan, tot een verse plens regen ons voortjaagt.

Sint-Gillis-Waas

We zompelen door Sint-Jacobs Gat – de doodsteek voor Near-Native Companions onaangepast schoeisel.

Sint-Jacobs Gat
Sint-Jacobs Gat

Aan het eind van het natuurgebied versperren enkele koeien de weg. Bramen links, een afspanning rechts. Ik debiel wil de draad naar beneden drukken om zo het gevaarste te omgaan, en krijg een schok als levensles. Uiteindelijk springen we over onze schichtige schaduwen heen en outflanken we de beesten.

Sint-Jacobs-Gat

In het Saleghem Krekengebied liggen er tal van plassen met aanlegsteigers, die loodgrijs oplichten onder de helle hemel. Ik maak gewag van visvijvers, maar er is vast meer aan de hand.

Groenendijk / Panneweel

In Meerdonk houden we ook een moment halt bij beeldengroep Free Foxes van Caroline Coolen, dat uitkijkt over de polders.

Free Foxes

Het landschap is spiegelvlak en alleen doorsneden door dijken met daarop lange lanen.

op weg naar Klinge
dijken

Aan de horizon ligt Doel.

met Doel in zicht

Via het Stropersbos bereiken we uiteindelijk De Klinge, waar we al niet lang moeten wachten snel de bus naar Sint-Niklaas kunnen nemen. In de winkelstraat daar ga ik nog even EXTRA LAAG voor een selfie.

extra laag

We eten bij Raja, een Italiaans-Indiaas restaurant op de Grote Markt dat al snel tot ‘Den Indiaan’ wordt omgedoopt. Warrige bestelling, maar het eten zelf is precies wat we nodig hebben na deze doornatte dag.

Bij wijze van finishvlag maakt Near-Native Companion achteraf nog een Mannen-Met-Baarden-foto voor het nageslacht.

mannen met baarden

Fijn was het, maar toch zijn we onvoldaan. Een vervolg dringt zich op.

Iets meer foto’s:

Nina style