GR5A | ZWIJNDRECHT – KRUIBEKE | 04.10.20

Op een zondagmorgen begin oktober neem ik me voor van Zwijndrecht naar Kruibeke te wandelen. Ik verkeer in de waan dat het een eitje wordt: 22 km maar volgens mijn topogidsje. Uiteindelijk blijken het er evenwel 27, en ook weer en wind eisen hun tol. Ik stap ongeveer 6 uur effectief over het lastige, maar uitermate verrassende traject.

Mijn auto laat ik achter aan de kerk van Kruibeke, en windekinds trap ik naar Zwijndrecht. Twintig luttele minuten later al stal ik me naast nog dommelend foorgekraam. Binnensmonds vloek ik, want in de namiddag, als ik mijn fiets kom ophalen, wordt het hier vast Lucky Duck-druk.

Het is buiig, dus bevestig ik mijn broekklemmen en houd mijn regenoutfit aan.

schoenen

Langs het kerkhof weg zet ik er flink de pas in.

Kerkhof

Een boom staart me uitdrukkingsloos aan. Wat wil die man hier?

boom

Op de plankenwand van een tuinhok knipoogt Plop nalatige baasjes guitig doch gebiedend toe. Ik, hondloos, stem voor één keer in met de overjarige melkhuispatron, en trek hopperdemopper via Vredespad en Vlietestraat het groen in.

plopperdepoep
hop
gr-markering

Een eerste long is het Vredesbos, waar mijn geestesoog voor een twijgenwigwam verknipte Vredesmieren een walmende pijp ziet doorgeven. Op de viertalige totem prijkt gelukkig verzoenend een GR-markering. Völkerverständigung mag het ook van eenvoudige symbolen hebben.

vredespaal
tipisch

Een vroege vlucht ganzen doet me dromen; een blinde muur opent een vista naar een verre einder.

Vlietbos
raamkunst

Ik wil mee vreugde scheppen, in alle betekenissen die het woord rijk is, en stap door, via het Vlietbospad en de Verbrandendijk naar de brug over de R1.

vreugd

Het voetpad is onderbroken, maar ik zie geen alternatief om de ringweg te dwarsen. Eerst neem ik me voor om op de smalle berm naast het hekwerk behoedzaam verder te gaan, maar na een paar hachelijke momenten wissel ik naar het godverlaten werfterrein in de middenstrook.

R1

Het is prettig op de wandelronde eens uitgesproken géén groen te zien. Het wildvertakte wegennet herinnert aan de hoes van Radioheads OK Computer – binnen enkele maanden kan hier weer aangeschoven worden. Hearts full up like landfills / Bruises that won’t heal.

R1 / Paranoid Android

Aan het tramkeerpunt zingt een verdwaalde mier van Alle Menschen werden Brüder.

alle Menschen

Enigszins getroost steek ik over naar Het Rot, een deel van het natuurgebied Middenvijver.

oversteek

Het is er zanderig, met plassen en kreken en heideachtige begroeiing. Er zijn wel wandelaars, maar het is hier zo uitgestrekt dat ik me ver van de bewoonde wereld waan.

Het Rot
Het Rot

Door het berkenbos snelt speels een driepotige hond. Wat zou ik dan de moed verliezen?

driepoothond

Ik steek de vlakte over. Aan de rand dreigen de flatgebouwen van Linkeroever.

Middenvijver
Middenvijver

Daar, tussen de blokken, liggen in een plas stille getuigen van een verbeten territoriumstrijd. Jong geleerd is oud gedaan, gongt het in mijn hoofd, en ik voel me betrapt: mijn gedachten joelen als een heir van donkerwilde machten, en slechts met moeite weet ik ze te bezweren. Vurig hoop ik dat de ban van het gezegde mag gebroken worden.

wapentuig

In de Willem Klooslaan staat op een pleintje een kroostloze wipvis, star en stil.

Kloosvis

Verder, langs het Sint-Annabos, bereik ik de Scheldedijk.

geboomte
spookpaard
:-)
woontorens

In een kiosk op een enorme parking aan de Gloriantlaan tracht ijscocommerçant Adriaantje me haast obsceen te verleiden tot een Charly, een Upla of een Vanibloc. Ik likkebaard erheen, maar het wordt een kale reis: de producent blijkt enkele jaren terug failliet te zijn verklaard.

Adriaantje IJs

Op het Eilandje aan de overkant staat vandaag wat dofjes Zaha Hadids Havenhuis. Een waterbus glijdt voorbij.

waterbus

Ik passeer het strand van Sint Anna, ga voorbij een scheef Seefbierbord.

seef skeef

En de bocht om torent de autochtone zendmast van Radio Minerva.

Radio Minerva

Daar ongeveer heb ik afgesproken met Near-Native Companion, vriend in donkere dagen, die me na een vorige etappe in het Waasland ook vandaag een eind zal vergezellen. Het doet goed elkaar terug te zien.

Niet veel verder al houden we bijpratend even halt bij het gesnerp van fanatiek rondjes draaiende modelbouwbootjes op een droef bassin. Wat er in die mensen gevaren moge zijn, vraag ik me af.

bootjes

Daarna plenzen we door de jachthaven. Op een handvol klussende zeescouts na is er weinig deining. Het is er ook het weer niet naar.

jachthaven

Doornat raken we op de Boeienweide gevangen in het blikveld van vorst en vogel, reiger en roi. Het is een ambachtelijk bronzen beeld van een minzaam moreel baken, maar misschien is dit neige hellen ergens toch ook de voorbode van wankelen? Wellicht maken we dat nog mee.

boei
Koning Boudewijn

Aan de voetgangerstunnel zullen onze wegen scheiden, maar eerst nuttigen we iets warms in Retro Café 2. Stoer weigeren we de terrasbrander en kleumen ingeduffeld bij een hete mok, pratend over lief en leed, zichtbaarheid, artistieke beslissingen en beklemmingen, steeds nieuwe beklemmingen. Deugd doet het.

kopje
Minigolf Beatrijs

Na het afscheid trek ik, voorbij Minigolf Beatrijs en een eik die me huiverend aan Batmans Scarecrow doet denken, alleen verder richting Galgenweel.

Scarecrow

Op een smalle strook tussen Schelde en brakwatermeer guurt de wind me tegemoet. Ik probeer een boterham te eten, maar heb moeite het flapperende beleg op zijn plaats te houden.

gr-markering

Gecraqueleerde en bladderende borden in lang vervloden kleuren weren me. Niet-lid, vloek ik. Hier ben ik een buitenstaander.

textuur
verboden

Op Rechteroever intussen is de Ka’aba van Brabo verschenen, een schaalloze kubus die dienstdoet als onderstation voor de elektriciteitsvoorziening. Voor mij is de blinde petrolblauwe box een van de iconische hoogtepunten aan de stroom.

blauwe Kaaba

Intussen wankel ik boven een van de sleuven van de al even iconische Kennedytunnel. Het duizelt me dat ik hier zomaar kan staan. Ik durf haast niet te kijken, laat staan zwaaien. Het zoeven is gesyncopeerd, op z’n zondags sloom maar niettemin insistent.

Kennedytunnel

Een paar passen verder maar sla ik rechts het pad door het Burchtse Weel in. Sinds 2011 doen de getijden hier weer hun werk – op de slikken en schorren pleisteren tal van vogels en ander gedierte. De scheppende en slopende macht van het water is onmiskenbaar.

Burchtse Weel
Burchtse Weel

Een bankje nodigt uit eindelijk mijn fietsbroek uit te trekken, want de zon is door de wolken gebroken. De aanblik van het weel is er grandioos – het is een moment om niet te vergete.

WILL YOU REMEMBE

Op het pompgemaal verderop houdt een tribunaal aalschovers zitting. Van slechte wil noemt men een aalscholver ook wel waterraaf of koolgans, maar vooral het anagrammatische en Annie M.G. Schmidtiaanse schollevaar vind ik bij het vorstelijke dier passen.

aalscholverparlament

In het dorpje Burcht doet een geveltje van TEAM BELGIUM.

TEAM BELGIUM

Een tijdje baad ik in de warme bakstenen gloed van de Sint-Martinuskerk, waar in het hofje ernaast Adam en Eva innigst verstengeld zijn.

Sint-Martinuskerk Burcht
Adam en Eva

Omdat het volle uur binnenkort zal slaan wacht ik een paar minuten bij de buitenbeiaard, maar die blijft teleurstellend stom.

Ik smeed wel vriendschappen met enkele sympathieke bebaarde broeders op een camionette-je, wat – besef ik – in het Nederlands het niet minder sympathieke camiónnetje zou zijn. Maar sla me dood voor ik dat in compagnie zo durf te zeggen.

m'n maten

Aan de logistieke achterkant van het Fort van Kruibeke is het minder fraai. De afsfaltstraten liggen er rafelig en uitgeput bij. Hier en daar ontbreekt een raam, stapelt afgedankte huisraad zich op.

bellen aub
reflectie

Maar een vroom vers geeft de klagers het nazien: En zoo uw pijn of smart / Of droefheid praamt te zeer // Zeg dan waarom geklaagd / De Heer leed nog veel meer.

DE HEER LEED NOG VEEL MEER

Misschien.

Opnieuw is er natuurgebied, het Kortbroek. Een houten pad dwarst een vijver. Het is herfst.

Kortbroek
Kortbroek

Via het jaagpad bereik ik dan de Kruibeekse Polders, het grootste gecontroleerde overstromingsgebied van Vlaanderen.

Kruibeekse Polders

Een ingenieus sluizensysteem creeëert er kunstmatige tijden, waardoor er als vanouds slikken en schorren ontstaan. Die sluizen dragen de namen van hun bouwers, en passen wonderwel bij de context. Zo is er de Meiresluis, toch op en top Antwerps, en ook de aquatisch toepasselijke Meyvissluis: die haringsoort leeft in zee, maar komt in het voorjaar in de Zeeschelde paaien.

Meiresluis
SATAN IS YOUR FRIEND
Kruibeekse Polders
Kruibeekse Polders

De verdronken polders stemmen nederig. In zilvereren plassen sabbert het wassende Scheldewater aan de oevers. Onder het spiegelvlak verschuilt zich blei, brasem en baars. Op een lijnrecht vlonderpad steek ik het gebied over richting dorpskern, door riet en elzenbroekbos. Verduiveld goed beschutte watervogels doen snaterend mijn komst kond.

Kruibeekse Polders
Kruibeekse Polders
Kruibeekse Polders

Over de verhoogde dijk loop ik dan Kruibeke binnen, naar mijn auto.

Ik zet me schrap voor het foorgedruis dat ik weet dat zal komen, en rijd bezield het Stad weer in.

Meer foto’s:

R1 / Paranoid Android

GR5A | WIJTSCHATE – WESTOUTER | 19.09.20

Op de tweede zondag van september is het eerste leerstof wat gaan liggen en kan de riem er even af. In lustig warm weer stap ik van Wijtschate naar Westouter. Over de ruim 24 km zal ik een uur of zeven doen.

Na mijn ervaringen in Nederland heb ik de smaak te pakken: ik parkeer in Westouter aan de kerk, en fiets eerst vanaf het eindpunt naar Wijtschate, ruim 11 km heuvelland. Het vroege licht overgiet alles met een goudzilveren gloed. Vee gloeit op, loeit genoeglijk. De vaak harde boerenstiel romantiseren zou naïef zijn, maar hier en nu, in dit ochtendlandschap, mag voor mij de tijd stil blijven staan.

ochtendkoebeest

In Wijtschate las ik eerst een korte sanitaire stop in. Naast de kerk zijn er enkele trouwe pissijnen, waar op één ervan het gouden nat in het email een golden retriever lijkt te hebben weggestraald. Hij kijkt zedig om, mij niet aan. Zedig dus blaf ik op commando.

golden retriever pissijn

Ook ik ben aangeland.

aangelanden

Meteen buiten de dorpskern sinister ik het Kampagnebos in, een van de plekken waar vanaf begin 1916 de tunneloorlog en mijnenslag woedde tussen de geallieerden en de bezetter. Een van de gemetste schachten naar de Duitse tunnels vertrekt hier. ‘Dietrich’ heet hij, die schacht, van het Oud-Frankische woord thiuda, oftewel ‘heerser des volks’. Vandaag huizen er vleermuizen en een vergeten coronabeer.

Dietricj, een Duitse schacht
coronabeer

Richting Wulvergem kruis ik de linies. Herdenkingsbomen markeren de Duitse en geallieerde stellingen in de Ieperboog met rood en blauw. Ik probeer me het niemandsland als maanlandschap voor te stellen, maar het lukt me niet.

Duitse linies

Een bordje wijst de weg naar de heuvel waar voor de oorlog de Spanbroekmolen wiekte. Eronder werden in 1917 met 19 dieptemijnen verschillende ondergrondse munitiekamers tot ontploffing gebracht, een explosie die volgens oorgetuigen tot in Londen en Parijs te horen was. De enorme krater, 100 jaar geleden wel 27 m diep, is nu beschermd als de Pool of Peace, een bruinige plas waar waterlelies drijven.

wegwijzer Pool of Peace / Spanbroekmolenkrater
Spanbroekmolenkrater
Pool of Peace

Vanuit onze tijd blijft het onvatbaar wat zich hier moeten hebben afgespeeld. Hier op het veld klinken kikios obusios en benauwdios bom als de authentieke waarschuwingen die ze waren.

In Wulvergem zelf houd ik even halt aan het kerkje. Op een kerkhofje strekt een hond zich uit.

Wulvergem

Het is geen Rataplan, maar intussen ben ik onmiskenbaar in het Verre Westen aanbeland. Ik zoek me een halm buffelgras uit om viermaags op te sabbelen.

lucky luke

In een voortuin langs het pad naar Kemmel staan naast een ruilbibliotheekje en een tot verpozen nopend prieel ook boodschappen van algemeen nut.

ruilbibliotheekje

Een ervan komt in spijkerbroek manend uit het Verre Oosten: Examine si ce que tu promets est juste et possible car la promesse est une dette.

la promesse est une dette

Aan de wegkanten ligt nog steeds wat de boeren bovenhalen aan springtuig; koeien pootbaden in wat ooit bomkraters waren. Ich gelobe …, ich verspreche … – in houwe en trouwe, tot Vlaanderen “Vlaanderen” heet, vul ik in gedachten aan.

obusios
op naar de Kemmelberg
x-been

Halverwege loop ik Kemmel binnen. Ook het uitslaand vlammende wapenschild verwijst naar de oorlogsgruwel van weleer.

vlag Kemmel

In het het Engelse landschap van het Warandepark nuttig ik mijn bloemkoollunch in de schaduw van het neorenaissancistische gemeentehuis. Het gecombineerde geel van het crepiglas van de zijgebouwramen en de rudbeckia stemt me heerlijk nazomers.

Warandepark Kemmel

Op de hoek van de Kattekerkhofstraat wijst een wandelboom me de weg de berg op.

wandelboom

Op de top bevindt zich een geodetisch punt, en mijn innerlijke Vermessungsrat roert zich. 156 boven zeeniveau.

geodetisch punt

Vlakbij ligt ook de zogeheten Kinderput, waar stelletjes die aan kinderen willen beginnen in moeten gaan liggen. Iedereen lijkt er in een saillante boog omheen te trekken.

De Kinderput

Een kasseistrook voert me naareen obelisk ter nagedachtenis van de Franse soldaten die rond Kemmel het leven lieten tijdens de Grote Oorlog. Op vijf maanden tijd sneuvelden tijdens verschillende slagen hier in de streek meer dan 200.000 soldaten, van wie 82.000 Fransen. Het zijn cijfers die ook na een eeuw ontzag en rouw oproepen. Op een wrang erepodium blikt overwinningsgodin Victoria met lede ogen over het Ossuaire français, het massagraf aan de voet van de heuvel.

'Den Engel'
Ossuaire français Kemmel
Ossuaire français Kemmel

Iets meer dan 5000 Fransen vonden er een laatste rustplaats – slechts 57 van hen konden worden geïdentificeerd. Een Gallische haan kraait zijn treurend gram en roept hen bij hun naam.

Ossuaire français Kemmel

Op het pad richting Loker fladdert me majesteitelijk een koninginnenpage toe. Wars van genderrollen breng ik haar een reverence. Wat een mooi dier.

koninginnenpage

Een trapje verderop leidt me over prikkeldraad naar de Douvevallei en het Eeuwenhout, herbestemde stukken weiland waar de laatste twintig jaar alle perceelgrenzen zijn opgegeven.

Douwevallei & Eeuwenhout
Douwevallei & Eeuwenhout

In het verwilderde gebied maak ik een misstap en verzwik ik haast mijn enkel. Maar ik spot ook een biddend valkje, een speels roodborstje en een omgevallen boomstam die me herinnert aan de steunende triceratopskoe uit Jurassic Park.

roodborst
tricetarops

Een verdacht gebleekt bot langs de wegkant maakt het knekelveld compleet.

knook

De Rodeberg beklim ik moeizaam; ik heb niets eens de puf meer om een uitzichtsplatform te bestijgen. Het is niet erg ver meer, maar graad na graad wordt de hitte me teveel.

uitzicht

Aan een poëtische picknickzone eet ik een banaan, en ik pauzeer even om een ultralokale verkeersopstopping gade te slaan: twee traag de berg op kruiende golfkarretjes blokkeren een drietal ruiters, niemand kan een kant op. De wereld is een hellend vlak.

schotse schapen
Kemmelberg

In het Hellegatbos loop ik helemaal verloren. Ik kom uit op het amfitheater De Kosmos, en slechts met wat geluk vind ik de wit-rode-markeringen terug.

Rodeberg
Rodeberg

Dorst heb ik, maar moet nog een paar kilometer.

Langs een weg priemen boven een gridnbetonnen afschutting van een landbouwbedrijf twee mechanische, ten hemel gestrekte armpjes. Ze doen me aan WALL·E denken, Pixar’s onverdroten minnende robot.

Wally

Eindelijk in Westouter loop ik langs een beenhouwerij waarvan de eigenaar de boeken dicht moest doen, naar eigen zeggen na herhaaldelijke pestcontroles door het Federaal Voedselagentschap. Grote affiches over paperassen en regelneverij moeten die beslissing staven. Aan de gevel prijkt nog de kop van een rund. Adieu belle bête, morceau de viande, tranche de ma vie.

koebeest

Op de militaire begraafplaats rond de Sint-Eligiuskerk, Westouter Churchyard en Extension, lik ik mijn vooral spreekwoordelijke wonden. Want 101 soldaten liggen er: de meesten Britten en strijdkrachten uit de Commonwealth, maar ook drie als beesten gevallen Duitsers, onder wie deze Robert Glass, herdacht met een eenvoudige, rechthoekige gedenksteen.

Westouter Churchyard and Extension

Daarom, voor hem, voor hen ditmaal in het Duits, Wilfred Owens ‘Anthem for Doomed Youth’.

Was läutet denen heim, die da wie Vieh
verrecken? Nur der Aufschrei der Kanonen,
Gewehrgeratter nur geleitet sie
mit hastig hingestotterten Sermonen.
Kein Spott: keine Gebete, keine Glocken,
die trauern, keine Stimme, nur die Chöre ––
schrille Patronenchöre, die sie schocken,
und Hornruf –– heimwärts –– wenn es doch so wäre.

Huiswaarts gaat het dan ook voor mij, ingetogen, uit deze geschonden streek.

Meer foto’s:

Westouter Churchyard and Extension

GR5A | Axel – De Klinge | 30.08.20

Voor het schooljaar weer toeslaat besluit ik in het laatste weekend van augustus een stuk van de GR5A te wandelen dat vanuit West-Vlaanderen wat moeilijker bereikbaar is. Ik trek de grens over naar het Zeeuwse deel van het Waasland. Over de relatief korte tocht van 17,5 km zal ik een kleine vier uur doen.

Op mijn allereerste etappe na ben ik tot dusver altijd met het openbaar vervoer onderweg geweest, maar vandaag blijkt dat onbegonnen werk: ik zou anderhalf keer langer onderweg zijn dan heel de wandeling duurt, en dat is me toch te gek. Ik kruip dan ook vroeg vanonder de wol en laad mijn fiets in de auto.

Het ochtendlicht begeleidt me richting Antwerpen, en in de buurt van Kemzeke wordt de drang om te stoppen en even een moment te genieten te groot. Op de brug over een lege E34 houd ik halt en zie hoe een waterig zonnetje tevergeefs door het ochtendgrijs probeert te gloren. Het levert fraaie plaatjes op.

E34

Ik zoek een parkeerplekje niet ver van het Stropersbos in De Klinge, nog op Belgisch grondgebied, en spring dan op de fiets, om via de kortste route, nog steeds een kleine 10 km, naar het eigenlijke beginpunt van mijn route te peddelen. Mij bekruipt zowaar een vakantiegevoel.

op weg naar het startpunt

Dat startpunt is de Gdyniabrug over het Zijkanaal naar Hulst, nu niet meer dan een gedenkbordje, maar in 1944 een baileybrug, een noodbrug in snelbouw aan wat nu de Derde Verkorting is, aangelegd door de Poolse Eerste Pantserdivisie. Met een verwijzing naar een van de twee zustersteden van Gdańsk gaven zij de plek ook zijn van heimwee vervulde naam.

Na de oorlog bleken die smalle eenrichtingsnoodbruggen flessenhalzen, en stukje bij beetje werden ze allemaal vervangen door bredere exemplaren. De oorspronkelijke brug ligt een eindje verderop in het Gdynia Museum, maar dat is zonder afspraak slechts op zaterdag te bezoeken. Ik besluit niet langer te talmen en trek eropuit.

Gdynia bridge

Het ochtendgrijs ligt als een wattig deken over de velden. In de verte ontwaar ik silhouetten van bomen en pylonen. Af en toe weerklinkt de roep van een kauw, een fazant. Ieder moment lijken er wezens uit de akkers te kunnen opduiken. Het blijft verdacht rustig.

tussen Gdyniabrug en Oude Vaart
tussen Gdyniabrug en Oude Vaart

De mist versterkt mijn gevoel van afzondering, ook al hijgt er me zo om het kwartier wel een eenzame fietser tegemoet. Ik groet steeds passend bescheiden, maar voel geen vonk, geen diepere connectie. We zijn omhuld in kille zwachtels, hier is het ieder voor zich.

tussen Gdyniabrug en Oude Vaart
tussen Gdyniabrug en Oude Vaart
tussen Gdyniabrug en Oude Vaart

Alle wegen lijken dood te lopen. Het perspectief is afgeknot, verkort. Ik loop door een verengd stuk wereld, het scherp van de snee. Sieh, der Herbst schleicht her.

tussen Gdyniabrug en Oude Vaart
tussen Gdyniabrug en Oude Vaart

Helemaal vermijmerd mis ik haast een afslag over een sloot.

Oude Vaart /naar Landgoed 'Groot Eiland'

In dit verstilde landschap is de signaalkleur van de aangemeerde sloep een schreeuwende spat bloed. Keel op zilver en sinopel. Het is volmaakt windstil, geen riethalm ruist. Ik proef de obool op mijn tong en vat de oversteek aan.

veesluis - naar Landgoed 'Groot Eiland'

Onderweg naar het landgoed Groot Eiland komt een bereden triumviraat het vluchtpunt uitgesneld. Op de bil van een van hen staat in koeien van letters FILET PUR. Ergens moet ik lachen. Ook ik steak een tandje bij.

naar Landgoed 'Groot Eiland'

Vlak voor het landgoed Groot Eiland vind ik op het GR-paaltje een bijna-aptoniem van een hekwerkbouwer: Ga-van-m’n-ARFMAN.

ARFMAN  - naar Landgoed 'Groot Eiland'
Landgoed 'Groot Eiland'

Op het brugje staar ik in de diepten van de sloot. Wellicht barst die van het leven, maar nu roert zich niets. Nergens een luchtbel, zelfs geen insect dat het oppervlak over glijdt.

Landgoed 'Groot Eiland'
Landgoed 'Groot Eiland'

Pas wat verder, op het kletsnatte wandelpad, gaat een fazant me minutenlang voor. Het beestje houdt zonder omkijken de afstand gelijk, en lijkt me ergens heen te leiden. Tot het eensklaps in de bosjes links verdwijnt, en me weer aan mezelf overlaat.

Landgoed 'Groot Eiland'
Landgoed 'Groot Eiland'

Aan het eind van het natuurgebied moet ik andermaal een brugje over.

Landgoed 'Groot Eiland'

De lucht wordt steeds intenser wit. Ik heb geen zonnebril mee, en rondkijken begint pijn te doen.

Landgoed 'Groot Eiland'

De zon, een uitgewassen vlek in de honderd tinten grijs, priemt net niet tevoorschijn. Langs de lanen staan de bomen wellicht strak in het gelid, maar van een afstand is het een komieke bende, met gestuikte dikkerdjes en scheve petaters. De rij lijkt een tand kwijt.

op weg naar Hulst
op weg naar Hulst
op weg naar Hulst
op weg naar Hulst

En dan is het zover. Pril blauw herkleurt het landschap.

op weg naar Hulst
op weg naar Hulst

Een bordje herinnert me eraan waar ik me bevind. Daer maecte hi hem te Vlaendren waert / Ende quam in Waes, int soete lant – ik, zeer Bruin de beer.

op weg naar Hulst

Ik loop op lege wegen.

op weg naar Hulst

Aan een plas in de Oude Vaart zit een man te vissen.

op weg naar Hulst

En dan is het al ajuin wat de klok slaat. Honderdduizenden uien moeten er liggen. Niet alleen mijn gemoed schiet vol.

uien

De zon is er nu even helemaal bij. Op weg naar Hulst lichten de laatste gewassen op. Hun kleuren zijn betoverend, verzilverd haast.

op weg naar Hulst
op weg naar Hulst
op weg naar Hulst

In de verte lonkt de toren van de Sint-Willibrordusbasiliek.

op weg naar Hulst

Maar dan gaan de hemelsluizen open. Haastig schiet ik mijn regenkledij in. Het veranderende licht was een voorbode, zo blijkt, en kilometers lang plenst het water me voort. Pas eens ik de stadsring voorbij ben, houdt het even op.

Een pompstation met een wel heel explosieve naam markeert de weg naar de stadsomwalling van Hulst. Sommige lieden kronkelen op vreemde manieren.

Firezone

Iemand prijst ook PR⋃IMEN en AARDBEIEN aan middels een met de hand beletterd bord. Voor dat soort ambacht voel ik grote achting.

PRUIMEN AARDBEIEN

Gestaag gaat het richting centrum. Het doet goed weer in Nederland te zijn.

Hulst
Huize Verder
Hulst

Ik bereik de stadswallen, die nog stammen uit de Tachtigjarige Oorlog, begin 17de eeuw. Tussen de 8 en de 10 meter hoog zijn ze, en straks loop ik er een flink stuk bovenop.

Hulst

Voor ik de Dubbele Poort doorga meent een meeuw even naargeestig te moeten schreeuwen.

Dubbele Poort

Weerom slaat het weer om. Opnieuw begint het te druppelen. Aan de Nieuwe Bierkaai neem ik snel het centrum in me op, en besluit toch even naar de basiliek te lopen.

Hulst

Ik passeer het Refugium van Cambron, de zetel van de rentmeester en tevens gebruikt als graanopslag van de cisterciënzerabdij van Cambron, een halve wereld verder in Henegouwen (vandaag deel van het domein van Pairi Daiza). In het metselwerk zijn geglazuurde runentekens te vinden, bedoeld om onheil af te weren.

Runen

Wanneer ik het hoekje omga, kroont een luifel me tot Prince of Wales, doch een steenworp verder ascendeer ik al tot koning van Engeland. Het gaat snel. Mijn aderen kleuren even blauw als mijn regenjack.

Prince of Wales
Koning van Engeland

En dat is nodig, want intussen is Gods water gebroken. Ik wil de Willibrordusbasiliek in vluchten, verkozen tot mooiste kerk van Nederland, maar daar is een dienst aan de gang en ik word vriendelijk maar kordaat in het portaal gemaand. Nog nadruipend durf ik geen vin te verroeren, omdat elk beweginkje, hoe schuchter ook, de glazen deuren voor en achter me doet openschuiven. Vanuit mijn limbo zie ik hoe men het lichaam van Christus neemt, breekt en eet.

Sint-Willibrordusbasiliek

Eenmaal verlost uit mijn benarde situatie door een intredende ziel zet ik mijn tocht voort over de stadswallen. Niet ver van de Gentse Poort tref ik het monument aan voor Reynaert. Hi hadde te hove so vele mesdaen / dat hire niet dorste gaen, lezen we bij Willem, en jawel: ook in deze opstelling onttrekt de sluwerd zich aan het hof door buiten de quasi-tweedimensionaliteit van het fries te blijven.

Reynaert

Via de bedding van de voormalige spoorlijn Sint-Niklaas – Hulst gaat het daarna verder.

spoorbaan Hulst - Sint-Niklaas

In de Clingse Bossen is Agent Orange langsgeweest: tal van bomen zijn gemerkt met een feloranje stip. Zij zijn voorbestemd voor de commerciële houtkap, lees ik. Wat jolig scheen stemt droef.

spoorbaan Hulst - Sint-Niklaas

Ik verlies er zowaar het noorden van.

spoorbaan Hulst - Sint-Niklaas

Ik passeer de vanwege corona gesloten paalkampeerplaats Zoetevaart, waar je in beter tijden een bivak kunt opzetten. Het idee trekt me aan, maar helaas gaat Staatsbosbeheer de Nederlandse natuurbivaks definitief sluiten wegens te veel overlast, verneem ik later. Het was te vrezen dat een kudde malloten een schitterend idee om zeep zo helpen.

paalkamperen

Het blijft hard regenen. De weggetjes worden drassig, mijn schoenen houden het niet meer.

naar de Klinge
naar De Klinge

Onder mijn zolen knerpen bij elke stap een tiental eikels. Eikels!, denk ik elke keer opnieuw, Eikels! Eikels! Eikels! Het davert in mijn hoofd, obsessief. EIKELS! EIKELS!

eikels

De richtingpaddenstoel naar de grens doorbreekt de kortsluiting.

ANWB-paddenstoel

Het landschap wordt sprookjesachtig. Haast alle lage takken zijn bedekt met een zilvergroene laag bosschildmos, determineer ik achteraf (hopelijk correct).

mos

Het bos herbergt ook een bevreemdende dekzandvlakte. Met al zijn methodisch getrokken lijnen lijkt dit het Zeeuwse Nazca wel. Even voel ik mijn innerlijke Von Dänicken zich roeren, maar dan sta ik dan weer met beide voeten op de grond.

Om me heen dreigen intussen de naaldbomen. Ze hangen over me heen, treurig maar obstinaat sinister ook, met een palet dat verval ademt.

Clingse bossen
Clingse bossen

De roeste plekken op het schaarse gras zingen hun corrosie: Gimme siren, child, and do you hear me call?

En dan bereik ik de gietijzeren grenspaal 277, geplaatst 13 jaar na de stichting van België, nadat op een conventie in Maastricht de precieze afbakening is bepaald.

grenspaal 277

Veel later, lees ik, nadat in 1914 het Waasland in Duitse handen viel, was de grensovergang in De Klinge erg aantrekkelijk voor smokkelaars, die zich in het neutrale Nederland bevoorraadden. Het duurt niet lang voor de bezetter een elektrische omheining optrok, de zogeheten Doodendraad, 2000 volt sterk. Honderden verloren over de gehele grensstreek hun leven.

Dodendraad
Doodendraad

Hoe anders is het nu, in het Europa van 2020, waar – coronabarrières niet te na gesproken – de grenzen permanent geopend zijn.

douane

Wandelen op de GR-paden, die historisch met elkaar verweven streken en naties elkaar verbinden, voelt als je ongemerkt grenzen kruist aan als deel van het vredesproject dat de EU nog steeds ambieert te zijn. Geconfronteerd met prikkeldraad en hoogspanning uit een niet eens zo ver verleden is die gedachte des te acuter. Deine Zauber binden wieder, was die Mode streng geteilt – geen ijdel motto.

Zonder omhaal stap ik België in.

Nog meer foto’s:

Koning van Engeland

GR5A | Zwijndrecht – De Klinge | 16.07.20

Vandaag loop ik van de Antwerpse gemeente Zwijndrecht naar het gehucht De Klinge op de Nederlandse grens, een traject dat niet onmiddellijk aansluit op de etappes die eerder al heb gelopen. De keuze viel op dit noordelijke gedeelte omdat ik vandaag onderweg ben met Goed Gezelschap – laten we hem Near-Native Companion noemen. Eerst zouden we de Westhoek intrekken, maar deze regio is veel dichter bij zijn huis, en toch is ook hij er nog nooit geweest.

In totaal stappen we een kleine 30 km, waar we ongeveer 6 uur effectief en minstens evenveel plensbuien over doen.

Startpunt is de tramhalte in Zwijndrecht, maar voor ik daar aankom, moet ik overstappen in Sint-Niklaas, waar ik op het perron even van ninja doe.

Nina style

In Zwijndrecht wordt meteen gezichtsloos GEVAAR gesignaleerd. Ik schiet niet in een paniekkramp, maar aan de tramhalte sein ik de dreiging wel door aan Near-Native Companion. Wij gewaarschuwd duo zijn nu een spreekwoordelijk kwartet waard – wat kan er nog fout lopen?

Het gevaar loert overal

De juiste route vinden is kinderspel: we vertrekken aan de R. Orlentstraat, wat ik in de gauwte als vanzelfsprekend verkeerd lees als Oriëntstraat. Via onder meer het Anna Bijnspad verlaten we de gemeentekern richting Smoutpot.

In dat gehucht is al meer dan een eeuw een kapelletje de spil van het sociale leven, weet een infobord. Bij het lezen ervan krijgen Near-Native Companion en ik een lachstuip, allicht evenzeer veroorzaakt door de nog stapvoets smeltende ongemakkelijkheid van het door corona al te lang uitgestelde weerzien dan door de tekst op zich. Dat de kapel met picknickbank ons uitnodigt om te genieten van de (relatieve) rust is immers bezwaarlijk een dijenkletser. Een foto van Josephine Charlotte met modderlaarzen al evenmin.

Smoutpotkapel

En toch is er een angel, bedenk ik later. In een recensie-essay over twee recente wandelboeken had Near-Native Companion het over ‘de Vlaamse wandelknooppuntenroutes, die je behendig leiden langs een montage van de luttele pittoreske snippers groen die ons verkavelde land nog telt — alsof er voortdurend een decortje van natuur wordt opgetrokken, in de coulissen waarvan men altijd de autostrades van het reële hoort huilen.‘ Het kapelletje is natuurlijk geen ‘natuur’ per se, maar wel een ‘pittoreske snipper’ volkscultuur. Dat het infobord het picknickbankje als decor ontmaskert, onthult voor de wandelaar hoe illusoir de authenticiteit van zijn onderneming wel niet is. Misschien lachen we daarom wel smakelijk – om de lucht te klaren?

Nog in Smoutpot staan in een weiland de eerste schapen van vandaag ons aan te staren, met enig geblaat en dito wol. Op het achterplan grhinnikken een handvol radicaal sociaal gedistancieerde paarden.

Smoutpot

Algauw bereiken we in de buurt van Melsele ook de eerste tekenen van het militaire verleden van deze streek, namelijk de Defensieve Dijk en iets wat Schans Halve Maan heet.

Schans Halve Maan

Het topogidsje leert dat die onderdeel zijn van een verdedingsgordel aangelegd kort na de oprichting van België. Het grondgebied van de nieuwe staat werd als onverdedigbaar beschouwd in zijn totaliteit, zodat men koos voor Antwerpen als ‘Nationaal Reduit’, een vesting waarachter het leger zich ultima ratio kon verschansen in afwachting van ter hulp snellende bevriende naties. In die zin was Antwerpen zowat de Hoornburg van België. Want toen uiteindelijk de horden orks uit het oosten kwamen, viel Antwerpen toch …

Verderop, achter de spoorlijn, gapen ons drie paar koeienogen aan. Welke geluiden ik ook maak, in een vierde koebeest is geen sjoege te krijgen. Het eet onverstoorbaar door. Als straf besluit ik het niet vast te leggen voor de eeuwigheid.

er waren eigenlijk 4 koebeesten maar de laatste wilde niet op de foto

Via een lange dreef gaat verder richting Beveren-Waas.

tussen Melsele en Beveren

Het weer wordt grimmig. We trekken onze regenjassen aan. In de verte zien we de windmolens langs de E34.

windmolens

Het gutst nu. Praten gaat gelukkig almaar vlotter, maar foto’s maken is onmogelijk.

Dat is jammer, want we lopen inmiddels door een naar GR-normen vreemde plek die al onze aandacht opeist: de Beverse woonwijken. Een doorsteeksteegje, wat hangplekken voor de jeugd, groenzones, speeltoren naast Intex-zwembad in verwoed met draad en grenen afgeschutte tuintjes, strak in het gelid. In al hun grillige uniformiteit is de wijk een staalkaart van verkaveld Vlaanderen.

Van de regen in de drup knoop ik mijn veters en eet ik een banaan aan de Kapel van Onze Lieve Vrouw van Gaverland. Menig vuilnisbak lonkt naar de schil.

Tussen Beveren en Vrasene bouwden de Duitsers in 1917 een bunkerlinie om Antwerpen tegen geallieerde aanvallen uit het westen te verdedigen. 188 staan er in totaal, weet het gidsje … en ook dat de werken uiteindelijk tot niets hebben gediend.

Duitse bunkerlinie Vrasene

Vrasene schampen we slechts. Spijtig, want ik had graag eens de hoeve gezien waar het legendarische danscafé Popcorn in gevestigd was. Maar die ligt helemaal uit de smete en van de werke weg aan de andere kant van het dorp, en die extra kilometers kunnen er bij dit weer echt niet meer bij. We zijn bij onze favoriete Britney-songs aanbeland.

Vrasene

Een beetje buiten Vrasene passeren we de Kapel van de Heilige Rita, Helpster in Onmogelijke en Hopeloze Zaken, en van de weeromstuit worden we welwillende supplianten. Ik moet aan Dürers handen denken.

H. Rita mret suppliant

We naderen inmiddels Sint-Gillis-Waas.

Sint-Gillis-Waas

Rijkelijk laat lunchen we op een bankje aan de Nieuwe Baan, tot een verse plens regen ons voortjaagt.

Sint-Gillis-Waas

We zompelen door Sint-Jacobs Gat – de doodsteek voor Near-Native Companions onaangepast schoeisel.

Sint-Jacobs Gat
Sint-Jacobs Gat

Aan het eind van het natuurgebied versperren enkele koeien de weg. Bramen links, een afspanning rechts. Ik debiel wil de draad naar beneden drukken om zo het gevaarste te omgaan, en krijg een schok als levensles. Uiteindelijk springen we over onze schichtige schaduwen heen en outflanken we de beesten.

Sint-Jacobs-Gat

In het Saleghem Krekengebied liggen er tal van plassen met aanlegsteigers, die loodgrijs oplichten onder de helle hemel. Ik maak gewag van visvijvers, maar er is vast meer aan de hand.

Groenendijk / Panneweel

In Meerdonk houden we ook een moment halt bij beeldengroep Free Foxes van Caroline Coolen, dat uitkijkt over de polders.

Free Foxes

Het landschap is spiegelvlak en alleen doorsneden door dijken met daarop lange lanen.

op weg naar Klinge
dijken

Aan de horizon ligt Doel.

met Doel in zicht

Via het Stropersbos bereiken we uiteindelijk De Klinge, waar we al niet lang moeten wachten snel de bus naar Sint-Niklaas kunnen nemen. In de winkelstraat daar ga ik nog even EXTRA LAAG voor een selfie.

extra laag

We eten bij Raja, een Italiaans-Indiaas restaurant op de Grote Markt dat al snel tot ‘Den Indiaan’ wordt omgedoopt. Warrige bestelling, maar het eten zelf is precies wat we nodig hebben na deze doornatte dag.

Bij wijze van finishvlag maakt Near-Native Companion achteraf nog een Mannen-Met-Baarden-foto voor het nageslacht.

mannen met baarden

Fijn was het, maar toch zijn we onvoldaan. Een vervolg dringt zich op.

Iets meer foto’s:

Nina style

GR5A | Ronse – Geraardsbergen | 12.07.20

Vandaag trek ik oostwaarts de Vlaamse Ardennen door, van Ronse naar Geraardsbergen. In totaal leg ik in ongeveer 8 uur iets meer dan 35 km af.

Drie weken geleden wandelde ik vanuit Breucq naar Avelgem en liep daarbij al eens door Ronse, maar op zondag is de busverbinding vanuit het station daar niet optimaal. Daarom besluit ik met enige pain in het hart (en de maag) een stuk van de route over te doen in omgekeerde richting, weliswaar via een lichtjes afwijkend parcours.

pain, 24/24, al van 's ochtends vroeg

Spijt krijg ik niet van die noodgedwongen keuze, want aan de stadsrand bots ik op deze eigenzinnige stoepcreatie, die ik bij mijn vorige passage heb gemist. Ik let vooral op het bloempotkapsel – pas thuis valt me ook de patente Yorkshire Terrier op.

check de yorkshire

Op de zuidflank van de Muziekberg kom ik voorbij Kapel Lorette. Die werd eind 17de eeuw gebouwd opdat de parochianen niet naar Ronse zouden moeten ploegen voor de zondagsmis, weet een infobord.

Naast de kapel staat gemakshalve ook een heuse lourdesgrot, waar de op de knieën gevallen Bernadette verwarrend genoeg haast identiek gekleed is als de aanbeden Moeder Gods. Even vermoed ik autodevotie, tot ik een stapje dichterbij zet en mijn vergissing inzie.

Kapel Lorette

Ook op de Muziekberg ligt nog steeds statig jeugdherberg De Fiertel, waar ik dertig jaar geleden enkele memorabele herfstvakanties lang op kamp was. Hoe de tijd verglijdt.

De Fiertel

Wat verder herken ik een zandwegel en weet ik me in Breucq – en dus opnieuw op de officiële GR-route. Ik kruis een ouder koppel; we knikken elkaar toe.

koppel

In een Waalse voortuin houdt onder een apenboom een pinguïn de wacht.

penguïn

Eens de huizen voorbij slingert de weg opnieuw de velden in. Onder een stralende hemel loop ik richting Pottelbergbos.

richting Pottelbergbos

Dat Pottelbergbos dwars ik op holle wegen, een typisch landschapskenmerk in de Vlaamse Ardennen, weet een infobord.

Pottelbergbos

In de volgende groene long, het Brakelbos, emuleer ik uit wildgebrek zelf taksgewijs (-ei-) het Reeënpad.

reeënpad
Brakelbos

De weg naar het Lieverenbos is een ansicht waard.

op weg naar het Livierenbos

Het langgerekte bos zelf valt me dan weer wat tegen. Het pad snijdt het geboomte lijnrecht doormidden, wat wel een fijn verdwijnpunt oplevert, maar ook een eerder monotone beleving. Gelukkig is de schaduw meer dan welkom.

Livierenbos

Naast het volgende, veel kleinere Hayesbos staat deze schijnbaar driestammige optische illusie. Die stemt me wel weer gelukkig.

naast het Hayesbos

In het eigenlijke bos is het onthaal veel minder positief, maar ik laat het niet aan mijn hart komen.

fuck off

Over oude kerkwegels gaat het naar de volgende getuigenheuvel, met daarop het Steenbergbos. Het landschap voelt oeroud aan.

op weg naar het Steenbergbos
naar het Steenbergbos
langs het Steenbergbos

Ik zit met mijn hoofd nog helemaal in het eertijdse als plots een vierspan paarden de bocht om komt stuiven. De hond blaft me niet toe; toch wuif ik hem na.

koets

Intussen ben ik aanbeland op het grondgebied van Brakel, en loop ik tussen aardappel-, bieten- en graanakkers richting Zarlardinge.

aardappelen
door de velden
op weg naar Zarlardinge

In Zarlardinge is er dit pronte paard, dat (hoop ik) deel uitmaakt van de BiZAR-kunstenroute.

oké is goed

Er zijn wel meer fabelwezens. Onder een tractorport tref ik deze impressie van kameel aan.

slapende kameel

Ik nader het centrumpje, waar het onderwijsbeest in me wakker wordt.

voor al uw onderwijs

In de vlakke zon aan de kerk trakteer ik mezelf op een dame blanche. De coupe smelt sneller dan ik hem de baas kan.

Nadien loop ik om het kerkje, waar naast een indrukwekkende Christusfiguur de muren een boodschap dragen: Het is den menschen vastgesteld eenmaal te sterven. | Waakt, want gij kent noch dag noch uur.

kerk Zarlardinge

Zoals steeds geldt ook hier:

niets is vanzelfsprekend

Toepasselijk kom ik als ik mijn tocht verderzet uit op het kerkhof van Zarlardinge, een adembenemende plek.

kerkhof Zarlardinge

Er zijn ook twee kunstwerken die er perfect op hun plaats staan.

kerkhof Zarlardinge
Hans Claus, ‘Afstamming’

kerkhof Zarlardinge
Ben Antrop, ‘Verlangen, extase, illusie
Zarlardinge / biZAR route

Tussen Zarlardinge en Overboelare wordt het landschap zo mooi dat het pijn doet. Geen wonder dat wie hier woont trots is op deze streek.

tussen Zarlardinge en Overboelare
paard

Om het moment vast te leggen maak in een bolle spiegel een zelfportret.

zelfportret in bolle spiegel

In Overboelare passeer ik Chiroheem Zonneschijn, overwoekerd door meer dan de lockdown, lijkt het wel.

chiroheem zonneschijn

Een kuiken steekt een gazon over. Zo had ik het niet bedoeld.

chickie

En dan bereik ik het jaagpad naar Geraardsbergen. Het overvalt me: komende van de Leiestreek, over de Schelde, en nu aan de Dender!

de Dender naar Geraardsbergen

Het is genieten aan de waterkant, en na een kleine 2 km zie ik op de rechteroever de St.-Bartholomeuskerk verrijzen.

Geraardsbergen

Ik trek het centrum nog niet in, maar rep me meteen naar het station. Het is al laat, de rit huiswaarts duurt wel even, en er komt binnenkort een trein. Toch kan ik het niet laten nog snel een selfie te maken.

de fameuze afwijking

Moe en gaar vat ik de terugtocht aan.

maskerplicht

Meer foto’s:

kerkhof Zarlardinge

GR5A | Aalbeke – Avelgem | 20.06.20

Met het officiële topogidsje in de hand begin ik aan de GR5A met een tocht van Aalbeke naar Avelgem, samen iets meer dan 21 km.

Aalbeke, een deelgemeente van Kortrijk, is zowat het dichtste punt bij mijn huis in Harelbeke, dus lijkt dat me een ideale eerste etappe. Er rijden wel bussen heen, maar omdat we vandaag in de buurt moeten zijn dropt mijn vrouw me aan de Hoogmolen. Van daar trek ik het glooiende landschap richting Schelde in.

Hoogmolen Aalbeke

Het grootste deel van de route gaat door de velden, soms op kleine wegelingetjes, die vaak ook verhard zijn. Zeker rond Bellegem zijn er daar best wel wat ook deel van de wandelknooppuntenroute in de streek.

Tussen Aalbeke en Bellegem

Onderweg kom ik op zeker moment wat schapen tegen. Omdat schapen altijd een beetje meh zijn, hier wat bewijsmateriaal:

Zwart schaap
Het zwartste schaap dat ik kon vinden

Fijn is ook de far-west-optuiging rond het kerkje van Rollegem, waar de frontiergedachte van Zuid-West-Vlaanderen een totemeske invulling krijgt:

Far west

Al het kindergekraai van het speelplein aan de kerk noopt me tot een kwaadwillige selfie:

De Kindervriend

Even verderop heeft een boer een berg hooi of bieten of afval of zo bedekt met een oudgeel doek, dat wonderwel contrasteert met de lucht.

blauw / geel

Een bijzondere plek vind ik de doorsteek onder de E403, waar er fotogenieke graffiti te vinden is. Ik kan het niet laten er even verpozend bij te poseren:

WEES BLIJ WEES VRIJ
I've a feeling we're not in Kansas anymore

Na Bellegem gaat het landschap steeds meer op en neer. De route loopt tussen de velden en weilanden.

Argendaalpad
Tussen Bellegem en Avelgem
Tussen Bellegem en Avelgem

Een van de highlights onderweg (althans volgens het gidsje) is deze Molen Ter Klare, gelegen op het hoogste punt van Zwevegem (76m). Vernietigd door de Duitsers in WW2, maar heropgebouwd. Nu ja, een molen.

Molen Ter Klare Zwevegem

Ik passeer ook Restaurant Muishond, waar ik wat onnozeliteiten niet kan laten. Schaamtelijk is wel dat de bazin me blijkbaar bezig heeft gezien.

Even later bereik ik het Orveytbos in Zwevegem, een plek die ik wel ken van het hardlopen (een route die ik af en toe neem, passeert erlangs), maar die ik nog nooit heb verkend. Heerlijk vertoeven daar, ook voor de lunch.

Orveytbos

Na het bos volgt een natuurgebied langs een oude spoorwegbedding – de Spoorzate. Hier en daar liggen er voor modderiger tijden balkjes op de grond en biedt zich aan de muren poëzie aan.

Spoorwegzate, Zwevegem
denkkronkels snoeien

Wat verderop had een kunstzinnige onverlaat een zitplek in een tulp veranderd:

banktulp

De etappe eindigt met enkele kilometers van een fietspad dat kaarsrecht de oude spoorlijn volgt. Wel mooi van landschap, maar te eentonig als afsluiter. Er lijkt gewoon geen eind aan te komen.

Oude spoorwegberm richting Avelgem

Ik ben dan ook opgelucht toen ik het aantal kilometers zie teruglopen:

Avelgem 1.8 km

Eens in Avelgem richting bushalte, en via Kortrijk naar huis:

met de bus naar huis

Alle foto’s:

Molen Ter Klare Zwevegem