GR5A | WIJTSCHATE – WESTOUTER | 19.09.20

Op de tweede zondag van september is het eerste leerstof wat gaan liggen en kan de riem er even af. In lustig warm weer stap ik van Wijtschate naar Westouter. Over de ruim 24 km zal ik een uur of zeven doen.

Na mijn ervaringen in Nederland heb ik de smaak te pakken: ik parkeer in Westouter aan de kerk, en fiets eerst vanaf het eindpunt naar Wijtschate, ruim 11 km heuvelland. Het vroege licht overgiet alles met een goudzilveren gloed. Vee gloeit op, loeit genoeglijk. De vaak harde boerenstiel romantiseren zou naïef zijn, maar hier en nu, in dit ochtendlandschap, mag voor mij de tijd stil blijven staan.

ochtendkoebeest

In Wijtschate las ik eerst een korte sanitaire stop in. Naast de kerk zijn er enkele trouwe pissijnen, waar op één ervan het gouden nat in het email een golden retriever lijkt te hebben weggestraald. Hij kijkt zedig om, mij niet aan. Zedig dus blaf ik op commando.

golden retriever pissijn

Ook ik ben aangeland.

aangelanden

Meteen buiten de dorpskern sinister ik het Kampagnebos in, een van de plekken waar vanaf begin 1916 de tunneloorlog en mijnenslag woedde tussen de geallieerden en de bezetter. Een van de gemetste schachten naar de Duitse tunnels vertrekt hier. ‘Dietrich’ heet hij, die schacht, van het Oud-Frankische woord thiuda, oftewel ‘heerser des volks’. Vandaag huizen er vleermuizen en een vergeten coronabeer.

Dietricj, een Duitse schacht
coronabeer

Richting Wulvergem kruis ik de linies. Herdenkingsbomen markeren de Duitse en geallieerde stellingen in de Ieperboog met rood en blauw. Ik probeer me het niemandsland als maanlandschap voor te stellen, maar het lukt me niet.

Duitse linies

Een bordje wijst de weg naar de heuvel waar voor de oorlog de Spanbroekmolen wiekte. Eronder werden in 1917 met 19 dieptemijnen verschillende ondergrondse munitiekamers tot ontploffing gebracht, een explosie die volgens oorgetuigen tot in Londen en Parijs te horen was. De enorme krater, 100 jaar geleden wel 27 m diep, is nu beschermd als de Pool of Peace, een bruinige plas waar waterlelies drijven.

wegwijzer Pool of Peace / Spanbroekmolenkrater
Spanbroekmolenkrater
Pool of Peace

Vanuit onze tijd blijft het onvatbaar wat zich hier moeten hebben afgespeeld. Hier op het veld klinken kikios obusios en benauwdios bom als de authentieke waarschuwingen die ze waren.

In Wulvergem zelf houd ik even halt aan het kerkje. Op een kerkhofje strekt een hond zich uit.

Wulvergem

Het is geen Rataplan, maar intussen ben ik onmiskenbaar in het Verre Westen aanbeland. Ik zoek me een halm buffelgras uit om viermaags op te sabbelen.

lucky luke

In een voortuin langs het pad naar Kemmel staan naast een ruilbibliotheekje en een tot verpozen nopend prieel ook boodschappen van algemeen nut.

ruilbibliotheekje

Een ervan komt in spijkerbroek manend uit het Verre Oosten: Examine si ce que tu promets est juste et possible car la promesse est une dette.

la promesse est une dette

Aan de wegkanten ligt nog steeds wat de boeren bovenhalen aan springtuig; koeien pootbaden in wat ooit bomkraters waren. Ich gelobe …, ich verspreche … – in houwe en trouwe, tot Vlaanderen “Vlaanderen” heet, vul ik in gedachten aan.

obusios
op naar de Kemmelberg
x-been

Halverwege loop ik Kemmel binnen. Ook het uitslaand vlammende wapenschild verwijst naar de oorlogsgruwel van weleer.

vlag Kemmel

In het het Engelse landschap van het Warandepark nuttig ik mijn bloemkoollunch in de schaduw van het neorenaissancistische gemeentehuis. Het gecombineerde geel van het crepiglas van de zijgebouwramen en de rudbeckia stemt me heerlijk nazomers.

Warandepark Kemmel

Op de hoek van de Kattekerkhofstraat wijst een wandelboom me de weg de berg op.

wandelboom

Op de top bevindt zich een geodetisch punt, en mijn innerlijke Vermessungsrat roert zich. 156 boven zeeniveau.

geodetisch punt

Vlakbij ligt ook de zogeheten Kinderput, waar stelletjes die aan kinderen willen beginnen in moeten gaan liggen. Iedereen lijkt er in een saillante boog omheen te trekken.

De Kinderput

Een kasseistrook voert me naareen obelisk ter nagedachtenis van de Franse soldaten die rond Kemmel het leven lieten tijdens de Grote Oorlog. Op vijf maanden tijd sneuvelden tijdens verschillende slagen hier in de streek meer dan 200.000 soldaten, van wie 82.000 Fransen. Het zijn cijfers die ook na een eeuw ontzag en rouw oproepen. Op een wrang erepodium blikt overwinningsgodin Victoria met lede ogen over het Ossuaire français, het massagraf aan de voet van de heuvel.

'Den Engel'
Ossuaire français Kemmel
Ossuaire français Kemmel

Iets meer dan 5000 Fransen vonden er een laatste rustplaats – slechts 57 van hen konden worden geïdentificeerd. Een Gallische haan kraait zijn treurend gram en roept hen bij hun naam.

Ossuaire français Kemmel

Op het pad richting Loker fladdert me majesteitelijk een koninginnenpage toe. Wars van genderrollen breng ik haar een reverence. Wat een mooi dier.

koninginnenpage

Een trapje verderop leidt me over prikkeldraad naar de Douvevallei en het Eeuwenhout, herbestemde stukken weiland waar de laatste twintig jaar alle perceelgrenzen zijn opgegeven.

Douwevallei & Eeuwenhout
Douwevallei & Eeuwenhout

In het verwilderde gebied maak ik een misstap en verzwik ik haast mijn enkel. Maar ik spot ook een biddend valkje, een speels roodborstje en een omgevallen boomstam die me herinnert aan de steunende triceratopskoe uit Jurassic Park.

roodborst
tricetarops

Een verdacht gebleekt bot langs de wegkant maakt het knekelveld compleet.

knook

De Rodeberg beklim ik moeizaam; ik heb niets eens de puf meer om een uitzichtsplatform te bestijgen. Het is niet erg ver meer, maar graad na graad wordt de hitte me teveel.

uitzicht

Aan een poëtische picknickzone eet ik een banaan, en ik pauzeer even om een ultralokale verkeersopstopping gade te slaan: twee traag de berg op kruiende golfkarretjes blokkeren een drietal ruiters, niemand kan een kant op. De wereld is een hellend vlak.

schotse schapen
Kemmelberg

In het Hellegatbos loop ik helemaal verloren. Ik kom uit op het amfitheater De Kosmos, en slechts met wat geluk vind ik de wit-rode-markeringen terug.

Rodeberg
Rodeberg

Dorst heb ik, maar moet nog een paar kilometer.

Langs een weg priemen boven een gridnbetonnen afschutting van een landbouwbedrijf twee mechanische, ten hemel gestrekte armpjes. Ze doen me aan WALL·E denken, Pixar’s onverdroten minnende robot.

Wally

Eindelijk in Westouter loop ik langs een beenhouwerij waarvan de eigenaar de boeken dicht moest doen, naar eigen zeggen na herhaaldelijke pestcontroles door het Federaal Voedselagentschap. Grote affiches over paperassen en regelneverij moeten die beslissing staven. Aan de gevel prijkt nog de kop van een rund. Adieu belle bête, morceau de viande, tranche de ma vie.

koebeest

Op de militaire begraafplaats rond de Sint-Eligiuskerk, Westouter Churchyard en Extension, lik ik mijn vooral spreekwoordelijke wonden. Want 101 soldaten liggen er: de meesten Britten en strijdkrachten uit de Commonwealth, maar ook drie als beesten gevallen Duitsers, onder wie deze Robert Glass, herdacht met een eenvoudige, rechthoekige gedenksteen.

Westouter Churchyard and Extension

Daarom, voor hem, voor hen ditmaal in het Duits, Wilfred Owens ‘Anthem for Doomed Youth’.

Was läutet denen heim, die da wie Vieh
verrecken? Nur der Aufschrei der Kanonen,
Gewehrgeratter nur geleitet sie
mit hastig hingestotterten Sermonen.
Kein Spott: keine Gebete, keine Glocken,
die trauern, keine Stimme, nur die Chöre ––
schrille Patronenchöre, die sie schocken,
und Hornruf –– heimwärts –– wenn es doch so wäre.

Huiswaarts gaat het dan ook voor mij, ingetogen, uit deze geschonden streek.

Meer foto’s:

Westouter Churchyard and Extension

GR5A | Axel – De Klinge | 30.08.20

Voor het schooljaar weer toeslaat besluit ik in het laatste weekend van augustus een stuk van de GR5A te wandelen dat vanuit West-Vlaanderen wat moeilijker bereikbaar is. Ik trek de grens over naar het Zeeuwse deel van het Waasland. Over de relatief korte tocht van 17,5 km zal ik een kleine vier uur doen.

Op mijn allereerste etappe na ben ik tot dusver altijd met het openbaar vervoer onderweg geweest, maar vandaag blijkt dat onbegonnen werk: ik zou anderhalf keer langer onderweg zijn dan heel de wandeling duurt, en dat is me toch te gek. Ik kruip dan ook vroeg vanonder de wol en laad mijn fiets in de auto.

Het ochtendlicht begeleidt me richting Antwerpen, en in de buurt van Kemzeke wordt de drang om te stoppen en even een moment te genieten te groot. Op de brug over een lege E34 houd ik halt en zie hoe een waterig zonnetje tevergeefs door het ochtendgrijs probeert te gloren. Het levert fraaie plaatjes op.

E34

Ik zoek een parkeerplekje niet ver van het Stropersbos in De Klinge, nog op Belgisch grondgebied, en spring dan op de fiets, om via de kortste route, nog steeds een kleine 10 km, naar het eigenlijke beginpunt van mijn route te peddelen. Mij bekruipt zowaar een vakantiegevoel.

op weg naar het startpunt

Dat startpunt is de Gdyniabrug over het Zijkanaal naar Hulst, nu niet meer dan een gedenkbordje, maar in 1944 een baileybrug, een noodbrug in snelbouw aan wat nu de Derde Verkorting is, aangelegd door de Poolse Eerste Pantserdivisie. Met een verwijzing naar een van de twee zustersteden van Gdańsk gaven zij de plek ook zijn van heimwee vervulde naam.

Na de oorlog bleken die smalle eenrichtingsnoodbruggen flessenhalzen, en stukje bij beetje werden ze allemaal vervangen door bredere exemplaren. De oorspronkelijke brug ligt een eindje verderop in het Gdynia Museum, maar dat is zonder afspraak slechts op zaterdag te bezoeken. Ik besluit niet langer te talmen en trek eropuit.

Gdynia bridge

Het ochtendgrijs ligt als een wattig deken over de velden. In de verte ontwaar ik silhouetten van bomen en pylonen. Af en toe weerklinkt de roep van een kauw, een fazant. Ieder moment lijken er wezens uit de akkers te kunnen opduiken. Het blijft verdacht rustig.

tussen Gdyniabrug en Oude Vaart
tussen Gdyniabrug en Oude Vaart

De mist versterkt mijn gevoel van afzondering, ook al hijgt er me zo om het kwartier wel een eenzame fietser tegemoet. Ik groet steeds passend bescheiden, maar voel geen vonk, geen diepere connectie. We zijn omhuld in kille zwachtels, hier is het ieder voor zich.

tussen Gdyniabrug en Oude Vaart
tussen Gdyniabrug en Oude Vaart
tussen Gdyniabrug en Oude Vaart

Alle wegen lijken dood te lopen. Het perspectief is afgeknot, verkort. Ik loop door een verengd stuk wereld, het scherp van de snee. Sieh, der Herbst schleicht her.

tussen Gdyniabrug en Oude Vaart
tussen Gdyniabrug en Oude Vaart

Helemaal vermijmerd mis ik haast een afslag over een sloot.

Oude Vaart /naar Landgoed 'Groot Eiland'

In dit verstilde landschap is de signaalkleur van de aangemeerde sloep een schreeuwende spat bloed. Keel op zilver en sinopel. Het is volmaakt windstil, geen riethalm ruist. Ik proef de obool op mijn tong en vat de oversteek aan.

veesluis - naar Landgoed 'Groot Eiland'

Onderweg naar het landgoed Groot Eiland komt een bereden triumviraat het vluchtpunt uitgesneld. Op de bil van een van hen staat in koeien van letters FILET PUR. Ergens moet ik lachen. Ook ik steak een tandje bij.

naar Landgoed 'Groot Eiland'

Vlak voor het landgoed Groot Eiland vind ik op het GR-paaltje een bijna-aptoniem van een hekwerkbouwer: Ga-van-m’n-ARFMAN.

ARFMAN  - naar Landgoed 'Groot Eiland'
Landgoed 'Groot Eiland'

Op het brugje staar ik in de diepten van de sloot. Wellicht barst die van het leven, maar nu roert zich niets. Nergens een luchtbel, zelfs geen insect dat het oppervlak over glijdt.

Landgoed 'Groot Eiland'
Landgoed 'Groot Eiland'

Pas wat verder, op het kletsnatte wandelpad, gaat een fazant me minutenlang voor. Het beestje houdt zonder omkijken de afstand gelijk, en lijkt me ergens heen te leiden. Tot het eensklaps in de bosjes links verdwijnt, en me weer aan mezelf overlaat.

Landgoed 'Groot Eiland'
Landgoed 'Groot Eiland'

Aan het eind van het natuurgebied moet ik andermaal een brugje over.

Landgoed 'Groot Eiland'

De lucht wordt steeds intenser wit. Ik heb geen zonnebril mee, en rondkijken begint pijn te doen.

Landgoed 'Groot Eiland'

De zon, een uitgewassen vlek in de honderd tinten grijs, priemt net niet tevoorschijn. Langs de lanen staan de bomen wellicht strak in het gelid, maar van een afstand is het een komieke bende, met gestuikte dikkerdjes en scheve petaters. De rij lijkt een tand kwijt.

op weg naar Hulst
op weg naar Hulst
op weg naar Hulst
op weg naar Hulst

En dan is het zover. Pril blauw herkleurt het landschap.

op weg naar Hulst
op weg naar Hulst

Een bordje herinnert me eraan waar ik me bevind. Daer maecte hi hem te Vlaendren waert / Ende quam in Waes, int soete lant – ik, zeer Bruin de beer.

op weg naar Hulst

Ik loop op lege wegen.

op weg naar Hulst

Aan een plas in de Oude Vaart zit een man te vissen.

op weg naar Hulst

En dan is het al ajuin wat de klok slaat. Honderdduizenden uien moeten er liggen. Niet alleen mijn gemoed schiet vol.

uien

De zon is er nu even helemaal bij. Op weg naar Hulst lichten de laatste gewassen op. Hun kleuren zijn betoverend, verzilverd haast.

op weg naar Hulst
op weg naar Hulst
op weg naar Hulst

In de verte lonkt de toren van de Sint-Willibrordusbasiliek.

op weg naar Hulst

Maar dan gaan de hemelsluizen open. Haastig schiet ik mijn regenkledij in. Het veranderende licht was een voorbode, zo blijkt, en kilometers lang plenst het water me voort. Pas eens ik de stadsring voorbij ben, houdt het even op.

Een pompstation met een wel heel explosieve naam markeert de weg naar de stadsomwalling van Hulst. Sommige lieden kronkelen op vreemde manieren.

Firezone

Iemand prijst ook PR⋃IMEN en AARDBEIEN aan middels een met de hand beletterd bord. Voor dat soort ambacht voel ik grote achting.

PRUIMEN AARDBEIEN

Gestaag gaat het richting centrum. Het doet goed weer in Nederland te zijn.

Hulst
Huize Verder
Hulst

Ik bereik de stadswallen, die nog stammen uit de Tachtigjarige Oorlog, begin 17de eeuw. Tussen de 8 en de 10 meter hoog zijn ze, en straks loop ik er een flink stuk bovenop.

Hulst

Voor ik de Dubbele Poort doorga meent een meeuw even naargeestig te moeten schreeuwen.

Dubbele Poort

Weerom slaat het weer om. Opnieuw begint het te druppelen. Aan de Nieuwe Bierkaai neem ik snel het centrum in me op, en besluit toch even naar de basiliek te lopen.

Hulst

Ik passeer het Refugium van Cambron, de zetel van de rentmeester en tevens gebruikt als graanopslag van de cisterciënzerabdij van Cambron, een halve wereld verder in Henegouwen (vandaag deel van het domein van Pairi Daiza). In het metselwerk zijn geglazuurde runentekens te vinden, bedoeld om onheil af te weren.

Runen

Wanneer ik het hoekje omga, kroont een luifel me tot Prince of Wales, doch een steenworp verder ascendeer ik al tot koning van Engeland. Het gaat snel. Mijn aderen kleuren even blauw als mijn regenjack.

Prince of Wales
Koning van Engeland

En dat is nodig, want intussen is Gods water gebroken. Ik wil de Willibrordusbasiliek in vluchten, verkozen tot mooiste kerk van Nederland, maar daar is een dienst aan de gang en ik word vriendelijk maar kordaat in het portaal gemaand. Nog nadruipend durf ik geen vin te verroeren, omdat elk beweginkje, hoe schuchter ook, de glazen deuren voor en achter me doet openschuiven. Vanuit mijn limbo zie ik hoe men het lichaam van Christus neemt, breekt en eet.

Sint-Willibrordusbasiliek

Eenmaal verlost uit mijn benarde situatie door een intredende ziel zet ik mijn tocht voort over de stadswallen. Niet ver van de Gentse Poort tref ik het monument aan voor Reynaert. Hi hadde te hove so vele mesdaen / dat hire niet dorste gaen, lezen we bij Willem, en jawel: ook in deze opstelling onttrekt de sluwerd zich aan het hof door buiten de quasi-tweedimensionaliteit van het fries te blijven.

Reynaert

Via de bedding van de voormalige spoorlijn Sint-Niklaas – Hulst gaat het daarna verder.

spoorbaan Hulst - Sint-Niklaas

In de Clingse Bossen is Agent Orange langsgeweest: tal van bomen zijn gemerkt met een feloranje stip. Zij zijn voorbestemd voor de commerciële houtkap, lees ik. Wat jolig scheen stemt droef.

spoorbaan Hulst - Sint-Niklaas

Ik verlies er zowaar het noorden van.

spoorbaan Hulst - Sint-Niklaas

Ik passeer de vanwege corona gesloten paalkampeerplaats Zoetevaart, waar je in beter tijden een bivak kunt opzetten. Het idee trekt me aan, maar helaas gaat Staatsbosbeheer de Nederlandse natuurbivaks definitief sluiten wegens te veel overlast, verneem ik later. Het was te vrezen dat een kudde malloten een schitterend idee om zeep zo helpen.

paalkamperen

Het blijft hard regenen. De weggetjes worden drassig, mijn schoenen houden het niet meer.

naar de Klinge
naar De Klinge

Onder mijn zolen knerpen bij elke stap een tiental eikels. Eikels!, denk ik elke keer opnieuw, Eikels! Eikels! Eikels! Het davert in mijn hoofd, obsessief. EIKELS! EIKELS!

eikels

De richtingpaddenstoel naar de grens doorbreekt de kortsluiting.

ANWB-paddenstoel

Het landschap wordt sprookjesachtig. Haast alle lage takken zijn bedekt met een zilvergroene laag bosschildmos, determineer ik achteraf (hopelijk correct).

mos

Het bos herbergt ook een bevreemdende dekzandvlakte. Met al zijn methodisch getrokken lijnen lijkt dit het Zeeuwse Nazca wel. Even voel ik mijn innerlijke Von Dänicken zich roeren, maar dan sta ik dan weer met beide voeten op de grond.

Om me heen dreigen intussen de naaldbomen. Ze hangen over me heen, treurig maar obstinaat sinister ook, met een palet dat verval ademt.

Clingse bossen
Clingse bossen

De roeste plekken op het schaarse gras zingen hun corrosie: Gimme siren, child, and do you hear me call?

En dan bereik ik de gietijzeren grenspaal 277, geplaatst 13 jaar na de stichting van België, nadat op een conventie in Maastricht de precieze afbakening is bepaald.

grenspaal 277

Veel later, lees ik, nadat in 1914 het Waasland in Duitse handen viel, was de grensovergang in De Klinge erg aantrekkelijk voor smokkelaars, die zich in het neutrale Nederland bevoorraadden. Het duurt niet lang voor de bezetter een elektrische omheining optrok, de zogeheten Doodendraad, 2000 volt sterk. Honderden verloren over de gehele grensstreek hun leven.

Dodendraad
Doodendraad

Hoe anders is het nu, in het Europa van 2020, waar – coronabarrières niet te na gesproken – de grenzen permanent geopend zijn.

douane

Wandelen op de GR-paden, die historisch met elkaar verweven streken en naties elkaar verbinden, voelt als je ongemerkt grenzen kruist aan als deel van het vredesproject dat de EU nog steeds ambieert te zijn. Geconfronteerd met prikkeldraad en hoogspanning uit een niet eens zo ver verleden is die gedachte des te acuter. Deine Zauber binden wieder, was die Mode streng geteilt – geen ijdel motto.

Zonder omhaal stap ik België in.

Nog meer foto’s:

Koning van Engeland

GR5A | Bornem – Aalst | 30.07.20

Omdat ik geen maat kan houden en altijd moet overdrijven, althans dixit mijn vrouw, wandel ik vandaag een traject van de GR5A dat in mijn topogids eigenlijk twee dagtochten beslaat: Bornem – Dendermonde (23 km) en Dendermonde – Aalst (20,5 km). Na de eerdere tochten van 35 en in 37 km, beide lastig maar haalbaar, ga ik ervan uit dat dat wel zal lukken, als ik er tenminste flink de pas in hou en tijdig vertrek. Toch is het een fikse opgave: in totaal zal ik er 10 uur effectief over doen, en wandel ik, met enkele zijslenters en fourageringsmanoeuvres, bijna 47 km.

Het daghet nog in het oosten wanneer mijn dag al begint te krieken. Ik moet de trein van 5:27 halen, en dief door de nacht. Er is geen ziel op straat. Zwart mengt zich met oranje en blauw. Perrongedachten.

05:14

Na een onwaarschijnlijke meevaller in Gent-Sint-Pieters (spurtje, juiste trap, bovenkomen aan de enige geopende deur, een (misschien het rijm ter wille) welwillende conducteur) arriveer ik iets voor 7 u. al in Bornem. Mijn halve dodentocht kan beginnen.

BORNEM
Gemeentehuis Bornem met wapen

Zoals overal in Vlaanderen is op het marktplein de dienstdoende sokkelheld georneerd met een mondkapje. Ook de Boerenkrijg is met de glimlach steriel gemaakt. Ik doe nukkig mee – op het hele grondgebied Antwerpen geldt maskerplicht.

Aan de Helden van den Boerenkrijg

Een in een andere strijd gevallen krijger ontwijkt me met holle ogen; het zijn die van de moeder die star geknakt de mijne kruisen. Even wordt het stil en kil. Veel monumenten sturen en manipuleren, maar in dit geval maakt het me niets dat het wat van me wil. Ik geef me eraan over. Adem in. Houd stil.

oorlogspiëta

Volgens de kaart start de route op een steenworp van het luisterrijke Kasteel Marnix van Sint-Aldegonde, maar op een bordje na kan een bescheiden wandelaar als ik daarvan helaas zelfs nog geen glimp van opvang. Alle toegangswegen zijn versperd. De kilometers statige lanen en dreven in het natuurgebied van dit domein ronde de Oude Schelde lonen gelukkig evenzeer de moeite.

weg
zie de zon schijnt doo-hoor de berken
ochtendstond

Toch is het zonde dat er nergens een doorkijk is naar het slot, al was het maar van op afstand. In het bos zijn er daartoe nochtans open plekken te over.

in het gelid

De poort is dan wel geopend, maar van harte is het geenszins. Echt gastvrij voelt het niet.

poort met gr-bewegwijzering

Een kaduuk zitbankje smeekt een zinnebeeld te mogen zijn. Ik zwicht en druk af. Het is genoegzaam bekend: met hoge heren is het is kwaad kersen eten.

ok dan niet

Ik groet een half handvol bonte lycralopers die hun vroege rondjes draaien, maar doe zelf van trage wegen.

De wegkanten stikken van de slakken: geen naakte vleesdrollen op de grond, maar ranke rietklimmers als deze, slijmdraden trekkend als volleerde spinnen. Ook hier maak ik tijd voor een saluut. Na, Herr Schneck?

trage wegen

Ik laaf me aan de onophoudelijke stroom zijriviertjes, de talloze meertjes en kreken.

plassen
plassen in natuurreservaat Briel

Het licht schakeert van goudvuur tot zilverling, wisselt iedere bocht en elk kwartier. Het groen is overweldigend, omvattend organisch. Kun je fotosynthese ruiken?, vraag ik me af. Het is te zonde voor zoiets mijn digitale detox op te geven. De vraag blijft in de ochtendhemel hangen.

op weg naar Branst
ochtendschimmel
ochtendlicht

Langzaam voel ik me één worden dit Oude Scheldeland. Het dringt bij me binnen, ik ben permeabel, een gulden vlies. Wildeman, de roep van een faun. Ook ik draag aan de kosmos bij.

pelgrimsimpressies

Een wegwijzerpaal wil een schimmelstaart zijn. Ik gun het hem. Alles ligt in mijn macht. Ik ben alleen, maar met mij zijn er velen.

GR-bewegwijzering met kuif

En in de verte spot ik de eerste ree van de dag. En schichtig silhouet nog, maar hoezee: een ree, een réé!

Ik steek een weg over en duik een wandelpaadje in. De idylle bedriegt – het moet al dood dat leeft, ook de sterren. (H. Claus) Op de grond groet ik wat rest van Broer Konijn.

dood konijn
weg naar Branst
verscholen ree

Verderop waggelen enkele jonge fazanten, en doordat ik die probeer te filmen, heb ik geen oog voor het grote wild dat zich schuilhoudt in het struikgewas. Ik schrik me suf als het het plots op een rennen zet.

Het pad leidt naar de Schelde. De waarschuwing aan de voet van het talud neem ik in acht, maar al wat ik zie, is een kudde wel heel rare paarden.

vet rare paarden dit
schapen

Het uitzicht op de dijk overrompelt me, het felblauw van het zwerk snerpt me bruusk wakker. Ze doet me wat, de Schelde, die me vanaf nu een heel eind zal chaperonneren.

Scheldedijk in Branst

De lockdown is nog niet zo gek lang opgeheven en de luchtvaart komt nog maar pas op gang. Na al die weken bevreemdt een hemel vol condenssporen. Der zerschnitte Himmel / von den Jets zur Übung zerflogen: die obstinate riedel Neubauten weet ik maar niet uit mijn hoofd te slaan. Dat soort melancholie kan ik nu niet hebben. Vade retro!

langs het jaagpad op de Scheldedijk in Branst
Scheldeoever

Nabij het gehucht Branst moet een vlucht duiven vallen. Het is verder zo stil dat ik niets dan hun wiekslagen hoor, het snorren van de wind door hun veren terwijl ze rondjes draaien, oplichtend in de ochtendzon. Kwart voor negen is het maar, en ik heb al zo veel indrukken gehad dat ik met mezelf soms geen raad meer weet.

vlucht duiven

Enkele huizen in Branst zijn vreemd opgetuigd. Een zwaardvis prikt werkeloos de hemel lek, en een lokale Lady Liberty heft naast de gouden deur haar lamp. Een ogenblik denk ik na over het waarom van dit alles, maar besluit al gauw de dingen te laten wat ze zijn.

zwaardvis
freeedom!

Langs het jaagpad zelf bewaert Maria al die vaert vanuit de boot van de laatste parlevinker op de Schelde – een drijvend superettetje van weleer.

Maria bewaert / al die vaert

Een wielertoerist gebaart dat ik een masker aan moet. Dit is Antwerpen, de regels zijn nog niet lang aangescherpt, en ik wil geen gedonder. Ik geef toe. Absurd, zo nagenoeg alleen op een weidse, vrije plek als deze. Maar het jaagpad is er voor iedereen, en wie weet wordt het straks drukker.

mondermaskerplicht
Het jaagpad is er voor iedereen!

Ik kom aan in Mariekerke, een heerlijke plek waar ik het eerste veer zal nemen.

OLV-Hemelvaartkerk van Mariekerke

Het lommerrijke kerkje ligt enigszins verscholen, ‘als een verrassing, vlak bij de Schelde, die er een bocht maakt in de richting van Sint-Amands’, schrijft Dr. Jozef Muis in 1932. ‘Achter de kerk is er niets meer dan ruimte van hoogen hemel en glimmend water waar booten voorbijvaren. (…) In de verte, links en rechts, ziet ge de oevers van Vlaanderen en achter de dijken (…) een paradijs van groene weiden met de erkennelijke torens van Moerzeke, Hamme en Thielrode opschietend van tusschen de boomkruinen.’ Oud land door mensenhand.

Voor de kerk staat een hagelwit beeld van de uit Mariekerke stammende priester-dichter Jan Hammenecker, die begin vorige eeuw dit Scheldeland bezong.

Jan Hammenecker

‘k Zal zoolang ik ademhale, 
spreken met ontroerde tale 
over u, mijn Scheldestroom!  

’t is al lang dat ik bedolven ben
in uwe blonde golven, 
dat ik mij ver ‘schelderd’ droom;  
 

dat ik ben gelijk het water, 
dat ik bij me zelve tater 
zoo de baartjes in het riet; 
  

dat ik voel mijn harte zwellen, 
dat ik voel eruit op-wellen mijn,
O Schelde, en ook uw lied!   

Gij kent enkel twée gebaren; 
of de zee komt afgevaren, 
en gij zwelt en wordt een zee; 

of gij ligt ootmoedig neder; 
want gij gaaft uw volheid weder 
aan wie volheid schonk: de zee   

Wie zal mij mijn Schelde ontrooven! 
Wie de liefde in mij verdooven, 
die mijn hart voor haar vervult!

Het is een waar genoegen die stroom over te mogen steken, zelfs tweemaal vandaag. Het veer ligt op me te wachten. De veerman gebiedt, en ik gehoorzaam graag, ook zonder fiets. Maria mag dan wel waeken: veiligheid voor alles.

wachten op het veer
de veerman spreekt
zicht op Sint-Amands

Aan de overkant loop ik meteen door, tot wanneer plots een ree van ver uit de bosrand naast de dijk het talud over komt gestoven. Het houdt niet op.

overstekende ree

Ik steek de landengte van Hamme over op verhoogde lanen met sprekende namen: Kasteeldreef, Bellemansdijk, Blankaertschenslaper. Het gaat richting Moerzeke. Alles is er groen en uitgestorven.

Bellemansdijk Moerzeke
Bellemansdijk Moerzeke
wegels
De Kasteeldreef

Dichter bij het dorp komt een paard naar me toe waarvan ik vermoed dat het gewond is, maar dat met een vliegennet blijkt verzorgd.

paard met vliegenooglapje

De zon zengt. Een drenkkuip is bezweken, ligt met stramme poten omhoog.

vet rare koe dees

Op het jaagpad loop ik naar Kastel toe.

zicht op Kastel
op weg naar Kastel

Daar zal ik opnieuw het voetveer zal nemen. Het zit me mee, de boot ligt op me te wachten.

veer Kastel - Baasrode

Als ik afstap, lachen me Baasrode rozen toe.

Baasroode rozen

Ik passeer een visvijver-met-samentuin waar een bordje me in weerwil van zijn boodschap aantrekt. Typografisch is het zo’n eigenzinnig ding dat ik niet anders kan dan het complimenteren. Een welgemeende D.U. is mijn deel.

1.5MAFSTAИD HOUDEИ D.U.

Even moet ik vertragen omdat ik – ha – een toeristische weg nader.

VERTRAGEN TOERISTISCHE WEG
groen

En voor ik het weet sta ik weer op het talud van het jaagpad.

naast de Scheldedijk in Vlassenbroek

Ik houd even halt onder de Vlassenbroekbrug, waar me een toekomst in het vooruitzicht wordt gesteld. Van binnen juich ik zacht.

BACK TO A FUTURE
ALL COPS ARE COVID

En dan ben ik er, in Dendermonde, met zijn heerlijke kaden in avondtoilet en zijn obsceen bevlagd stadhuis. Ik sta me toch wel even te vergapen op het marktplein.

Dender
bevlagd

Ik las een broodnodige stop in, en nuttig een overheerlijke carbonara in La Piazza. Drie kwartier lekker niksen. Het is middag: de eerste dagtocht zit erop.

Wanneer ik voortstap, is zowat het eerste wat ik zie het jonge beeld van Jan Desmarets getiteld Levensvreugde.

Levensvreugde

Ik voel me heel hard aangesproken en ga een zwaaigesprek aan met een kleurtertje dat zijn mollige armpjes door de terrasspijlen wurmt. Als ik me uitgezwaaid nog eens omdraai, zie ik nog net zijn zoekende vingertjes.

een kinderhand is gauw verdwenen

Ik bevind me aan het sas in de Oude Dender, een prachtige plek. Het is windstil, en de reflecties op het polijstvlakke water zijn niet van deze wereld. Naar deze stad moet ik zeker terugkeren.

sas Dendermonde

Aan de stadsrand voert het pad me langs een vijver vergeven van de blauwalg. Niet gezond, maar mede daardoor een bevreemdende plek.

visvijver met blauwalgen

Eens de stad uit bewandel ik typische GR-paden, met afwisselend verharde en onverharde wegen, tussen velden en weilanden. Zo onderhand heb ik het gevoel dat ik smelt, dat in mijn zog een slijmspoor blubbert en droogt.

tussen Dendermonde en Denderbelle
tussen Dendermonde en Denderbelle
heet
GR-bewegwijzering

Ik kruis de GR128, de Vlaanderenroute, die begint in het Franse kuststadje Wissant en eindigt in het Duitse Aken. Er is nog zo veel te ontdekken.

GR-wandelboom

Het duurt even, maar uiteindelijk bereik ik de sluis van Denderbelle. Het is er relatief druk, met enkele fietsers die het gebied van de Beneden-Dender in willen, maar wat deert dat? Ik pleister ook even pas op de plaats – zo’n plek is het.

Sluis Denderbelle
Sluis Denderbelle
Sluis Denderbelle

Naast het water torent een zwaluwufo. Het af en aan is me vertrouwd.

zwaluwufo

Onder een loden zon vervolg ik mijn weg op het jaagpad richting Mespelare. De romaanse kerk daar schijnt indrukwekkend te zijn, maar momenteel wordt die versteld. Wat moet, moet.

langs de Dender
Christo

De aankondiging van een GEVAARLIJK KRUISPUNT mept me meteen wakker. Nagelbijtend vervolg ik mijn weg.

😱 gevaarlijk kruispunt 😱

De vallei van de Neder-Dender is pittoresk maar schroeiend heet. Dit stuk komt op een zomerse dag als deze denk ik beter tot zijn recht al fietsend, als een briesje wat verkwikking kan brengen.

even schaduw
wegel

Gelukkig zijn er tal van interessante landschapselementen. Verrassend vind ik de Gargouille van Gijzegem, die zijn nederige woonwijk tot iets hogers verheft.

Vlaemsche gargouille

Bij de lokale Chiroafdeling tref ik een oude aanhangwagen aan van een vervlogen ASPI-fuif. Ik rust even uit en schiet een cheeky portret.

KISS MY AS

De Dender volgend loop ik het jaagpad af tot aan de Wiezebrug.

jaagpad Gijzegem - Herdersem

De hemelse rust die er heerst verleent de boog iets sacraals. Die kan niet altijd gespannen staan, dus ik neem even halt, neem alles in me op. Tranen springen in mijn ogen.

Wiezebrug over de Dender
Dender in Gijzegem

Met zijn rijke oevers en cultuurland is dit Denderland een groene parel. De beeldspraak kapseist wat, maar wat geeft dat?

wegel
schaduw

En dan, eindelijk, bereik ik via Herdersem mijn doel van vandaag: Aalst. Mijn waterflessen zijn al even leeg en mijn tong is een lap leer, dus storm ik de eerste buurtsuper in die ik tegenkom. En hompel dan op beblaarde voeten door naar de geconserveerde Zwartehoekbrug, de poort naar het stadscentrum.

Zwartehoekbrug

Alles doet pijn, maar ik dwing me erdoorheen. Een pictografisch drollenrijm doet me gnuiven. Hoe rijk is Vlaanderen niet aan dit soort kakje-in-zakje-poëzie? Ik inventariseer.

WEL VAN UW HOND / MAAR NIET VAN ZIJN

Ik ben maar wat blij als ik de Dender terugzie en het station voor me opdoemt: oef, ik heb het gehaald.

Een hemelse maar helse tocht was het, een aanslag op lichaam en geest. Maar wát een geseling, wát een genot.

Dender in Aalst

Nog meer foto’s:

Wiezebrug over de Dender

GR5A | Aalbeke – Avelgem | 20.06.20

Met het officiële topogidsje in de hand begin ik aan de GR5A met een tocht van Aalbeke naar Avelgem, samen iets meer dan 21 km.

Aalbeke, een deelgemeente van Kortrijk, is zowat het dichtste punt bij mijn huis in Harelbeke, dus lijkt dat me een ideale eerste etappe. Er rijden wel bussen heen, maar omdat we vandaag in de buurt moeten zijn dropt mijn vrouw me aan de Hoogmolen. Van daar trek ik het glooiende landschap richting Schelde in.

Hoogmolen Aalbeke

Het grootste deel van de route gaat door de velden, soms op kleine wegelingetjes, die vaak ook verhard zijn. Zeker rond Bellegem zijn er daar best wel wat ook deel van de wandelknooppuntenroute in de streek.

Tussen Aalbeke en Bellegem

Onderweg kom ik op zeker moment wat schapen tegen. Omdat schapen altijd een beetje meh zijn, hier wat bewijsmateriaal:

Zwart schaap
Het zwartste schaap dat ik kon vinden

Fijn is ook de far-west-optuiging rond het kerkje van Rollegem, waar de frontiergedachte van Zuid-West-Vlaanderen een totemeske invulling krijgt:

Far west

Al het kindergekraai van het speelplein aan de kerk noopt me tot een kwaadwillige selfie:

De Kindervriend

Even verderop heeft een boer een berg hooi of bieten of afval of zo bedekt met een oudgeel doek, dat wonderwel contrasteert met de lucht.

blauw / geel

Een bijzondere plek vind ik de doorsteek onder de E403, waar er fotogenieke graffiti te vinden is. Ik kan het niet laten er even verpozend bij te poseren:

WEES BLIJ WEES VRIJ
I've a feeling we're not in Kansas anymore

Na Bellegem gaat het landschap steeds meer op en neer. De route loopt tussen de velden en weilanden.

Argendaalpad
Tussen Bellegem en Avelgem
Tussen Bellegem en Avelgem

Een van de highlights onderweg (althans volgens het gidsje) is deze Molen Ter Klare, gelegen op het hoogste punt van Zwevegem (76m). Vernietigd door de Duitsers in WW2, maar heropgebouwd. Nu ja, een molen.

Molen Ter Klare Zwevegem

Ik passeer ook Restaurant Muishond, waar ik wat onnozeliteiten niet kan laten. Schaamtelijk is wel dat de bazin me blijkbaar bezig heeft gezien.

Even later bereik ik het Orveytbos in Zwevegem, een plek die ik wel ken van het hardlopen (een route die ik af en toe neem, passeert erlangs), maar die ik nog nooit heb verkend. Heerlijk vertoeven daar, ook voor de lunch.

Orveytbos

Na het bos volgt een natuurgebied langs een oude spoorwegbedding – de Spoorzate. Hier en daar liggen er voor modderiger tijden balkjes op de grond en biedt zich aan de muren poëzie aan.

Spoorwegzate, Zwevegem
denkkronkels snoeien

Wat verderop had een kunstzinnige onverlaat een zitplek in een tulp veranderd:

banktulp

De etappe eindigt met enkele kilometers van een fietspad dat kaarsrecht de oude spoorlijn volgt. Wel mooi van landschap, maar te eentonig als afsluiter. Er lijkt gewoon geen eind aan te komen.

Oude spoorwegberm richting Avelgem

Ik ben dan ook opgelucht toen ik het aantal kilometers zie teruglopen:

Avelgem 1.8 km

Eens in Avelgem richting bushalte, en via Kortrijk naar huis:

met de bus naar huis

Alle foto’s:

Molen Ter Klare Zwevegem