GR5A | Nederhasselt – Aalst | 23.08.20

Door een deugddoende gezinsvakantie in Oostenrijk is het is inmiddels meer dan drie weken geleden dat ik nog eens onderweg was op de GR5A. Hoog tijd om de draad weer op te pikken. Vandaag trek ik andermaal de Denderstreek in, en wandel van Nederhasselt naar Aalst. Alles samen doe ik vijf en een half uur effectief over de 25 km.

Mijn reizen is ook altijd een beetje treinen, en daarin heerst tot nader order mondermaskerplicht. In een verder leeg stel doe ik mijn plicht en behoed ik mijn vele imaginaire vrienden voor mijn kwalijke wasemingen. We naderen Zottegem. Dat kan geen toeval zijn.

mondmaskerplicht

Het overstappen op een bus gebeurt in Denderleeuw, waar ik mijn burgerzin op het uitgestorven stationsplein verder kan etaleren. Zie mij gaan, zie mijn gaan, met mijn mondmaskertje aan!

mondmaskerplicht

Om mijn daden toch enige fundament in de realiteit te geven neem ik poolshoogte in het bakkerijtje om de hoek. Mijn medemensen in de rij weten zich veilig. Ik koop een après-midi’tje om de tijd uit zijn voegen te krijgen, maar die wil niet zo. Nul op het rekest.

bij de bakker in Denderleeuw

Het is 20 minuten rillen op het bankje aan de halte. De lucht is grijs en kil. Er staat een gemene wind die guurt en schuurt. Doorgaans heb ik het niet snel koud, maar ik huiver. Dit is geen goed begin.

DENDERLEEUW DENDERLEEUW DENDERLEEUW

Op voorhand heb ik op de kaart gezien dat de bus me langs een wijk zou rijden die Slettem heet, maar awoert: er staat geen bebouwdekombord, dus elke reële bevestiging van die toponymische zedeloosheid ontbreekt.

Die ontgoocheling hangt nog in mijn kleren als ik land in Nederhasselt. Ik stroom uit de bus zoals de parochianen uit het kokette kerkje. Onwennig staren we elkaar aan.

kerk Nederhasselt

Ik wacht tot de congregatie haar weg naar buiten heeft gevonden, en laaf me binnen aan de meervoudige warmte. Naast een zilveren kandelaber staat vredig een herbestemd kuipje aardse geneugten. Samen streven naar het hogere. Lift me up, Lord Jesus.

Tiramisú

Ik raak niet meteen weg; er gaat een eigenaardige aantrekking uit van deze 12e-eeuwse Sint-Amanduskerk. Maar uiteindelijk, aan de heiland voorbij, vat ik uiteindelijk toch mijn tocht aan.

Eindelijk kan ook het masker af: sportwandelen kan onbeschermd, verordende een infobord.

wat is dat met die rode kruisen?

Onder een loden hemel trek ik de akkers in. De maïs staat hoog, mijn blikveld is beperkt. Ondergronds vergezelt me een gasleiding.

corny
gasleiding

Ik weet niet wat het is, maar het landschap irriteert me. Het is troosteloos, eentonig, en ik word nerveus van de mountainbikes die me telkens weer van achteren voorbijschieten. Ik voel me niet goed hier.

weids
Nederhasselt richting Lebeke

Het ligt ook wel aan de muziek die ik op heb staan, wat ik gelukkig na enkele kilometers inzie. Ik had het idiote plan opgevat om de mij relatief onbekende vroege albums van King Gizzard and the Lizard Wizard integraal op te zetten, maar de gesyncopeerde ritmes zorgen voor onrust en onbehagen, en ik besluit in stilte verder te stappen. Een leeg kader helpt me weer te focussen.

kadreren

Ik loop door een holle weg, aan het eind van de tunnel ontwaar ik licht.

tunnelzicht

Dat licht blijkt afkomstig van Kapel Ruysbroeck, waar ik rust vind in een moment bezinning en een boterham met cheddar.

Kapel Ruysbroeck

Kauwend merk ik een QR-code op die me naar een podcast van het project “Het Bankje” wil leiden, onder de auspiciën van OPENDOEK, de koepel voor amateurtheater in Vlaanderen en Brussel. Ik ga er even voor zitten, en ineens ben ik getuige van een bejaardenroof, hoe Gusta haar bloedeigen moeder uit de covidgreep van het zorgcentrum bevrijdt. Als een vroege herfst dwarrelt de colour locale om me heen.

Niet veel verderop vind ik naar verluidt de BESTE PLANT. Een buitenkans: die wil ik op plaat! Ik vraag haar even te poseren, en ze volgt gedwee.

beste plant

Ik klim verder en dwars in Lebeke de baan. In een bolle verkeersspiegel als uit een lachkabinet maak ik een somber zelfportret.

van Nederhasselt naar Lebeke
zelfportret in bolle spiegel

Ook al klaart de hemel wat op, mijn gemoed is weer onder het nulpunt gezakt. Het helpt aanvankelijk ook niet dat een rafelig gemaskerd paard me tegemoet snelt, aandravend als een schim uit een vergeten steekspel. Maar het blijkt aanhankelijk, en volgt me een eindje langs de prikkeldraad. Mijn stemming kantelt.

paard met vliegenkap

Verderop leeft een toom kippen onder de velerlei blikken van wel zeer divers pluimage. Een rastafaria chillaxt broerderlijk naast een whatsappende kabouter, twee moriaantjes snellen toe bij een blaffer met dolle ogen. Waar ben ik in godsnaam beland?

wat ornamentjes voor de in den hof misschien?

Ik loop verder door ruraal areaal. Soms zijn de paadjes strakwitte linten door de weilanden, soms voert de weg me voorbij stokoud langbouwgoed. Het doet deugd even de zon op mijn schedel te voelen.

van Lebeke naar Denderhoutem
tractor

Een enkele keer passeer ik ook de schaduwzijde van zonevreemde industrie, waar de regen van de afgelopen dagen een papperige ravage heeft aangericht.

rustplaats

In een met herassen dubbel afgesloten wei staart een armlastig schaap me unverfroren aan.

schapen

Ik merk een coloradokever op die een kleine last met zich meetorst. Voorzichtig tracht ik het sprietje van zijn schild te vegen, maar niets lijkt te lukken. Ik voel me machteloos, inadequaat. Het beestje lijkt het gelukkig niet te deren.

coloradokever

Tussen Denderhoutem en Welle, in de Eigenstraat, schiet ik een selfie. In weerwil van het nieuwe verkeer ik in een permanente staat van déjà vu.

HERHALING

En dan houd ik toch even halt voor de lunch. Vlak voor een tweesprong aan de Wildebeek – in werkelijkheid niet meer dan een modderig piesstroompje – ligt een stapel oprtittegels. Ik neem plaats, klik mijn trommeltje open, en geniet van het uitzicht op een schaapkooi.

lunchen aan de Wildebeek
optrekje

Weer onderweg gaan alle sluizen open. Een onbeschut stuk pad in Welle lijkt een eindeloos golvende stroom te zijn geworden. I ain’t no Jesus, but I walk on water.

WALK ON WATER

Zodra het weer droger wordt, valt me voor het eerst de slungel op het snelheidsmatigingsbord SPELENDE KINDEREN op die op het eerste gezicht een makke lobbes lijkt, maar in feite de kleinere loebas een dreun verkoopt. Tot zover de teamgeest. Niet alleen het wegdek is blijkbaar gebrekkig, maar ook de onderlinge verhoudingen in deze wijk.

GRAAG TRAAG SPELENDE KINDEREN
GEBREKKIG WEGDEK

Een ogenblik sta ik stil bij het station van Welle, waar op de sporen van de tweede golf na niets te beleven valt.

striking a pose

Een bordje wijst me de weg naar het natuurreservaat Wellemeersen.

bordje naar Natuurreservaat Wellemeersen

Voor ik daar aankom moet ik echter een recente spoorwegbrug over, waar een bezorgde ziel NIET SPRINGEN ALSJEBLIEF in heeft gekerfd.

NIET SPRINGEN

Door de expliciet gemaakte mogelijkheid hangt er iets naargeestigs over de plek, iets wat ook de eerste OILSJTerse falussen niet teniet kunnen doen.

OILSJT

Een heel eind trek ik langs spoorlijn 50.

Natuurreservaat Wellemeersen, Welle

In het natuurreservaat, een van de laatste overstromingsgebieden in de Dendervallei, haal ik weer adem. Het is er ingroen, en de lucht licht op in tin- en zilvertinten.

Natuurreservaat Wellemeersen, Welle
Natuurreservaat Wellemeersen, Welle

Ik passeer de kantine van de lokale RODE DUIVELS. De eindtijd lijkt ingezet.

VOETBALCLUB RODE DUIVELS

Opnieuwd voel ik me niet veilig, overal dreigt gevaar.

VALGEVAAR IN PUTTEN

Maar dan zie ik de eerste gallowayrunderen die het gebied begrazen. De aanblik klaar mijn geest wat op.

Gallowayrunderen

Op knuppelpaden trek ik steeds dieper de natuur in.

knuppelpaden

Ik kan het niet laten even in een boom te gaan hangen. Het kost me best wat moeite: enkele keren sla ik roemloos te pletter op de stam voor ik me rechtstreeks aan de doorhangende tak haak.

aan boom

Verderop sla ik een tijdlang nog een kudde galloways gade. Het zijn verrassend kleine dieren, die gestaag de wei afgrazen.

Een kalfje demonstreert in natura waarom in het Engels een weerborstel een cowlick heet.

cowlick

Via een levensgevaarlijk hekwerk, dat een andere wandelaar attent met roodwitte linten heeft trachten te beveiligen, bereik ik de Dender.

prikkeldraad

Ik besluit even mensjes te kijken, tot plots een man vastberaden mijn vizier in komt trekkebenen. Ik weet niet wat van hem te denken.

Onder de brug in de E40 heeft iemand een verwensing gekalkt die meteen ook als antwoord fungeert voor al wie het zou aandurven iets over de idiosyncratische spelling te zeggen. Een waar meesterwerk.

KUS MIJN KLOTTEN

De muren van een kleinere tunnel grossieren in nog meer grafitti.

TE DOM OM EEN HAKENKRUIS TE TEKENEN?
JUST FAKE
ballonetje oplaten

Ik eet een banaan. Als ik de schil wil weggooien, blijft die in het hoge struikgewas naast de autostrade bungelen. Niets ben ik waard.

oeps banaan gegooid

Wat verderop, in Erembodegem, moet ik onder het station door. Het GR-logo lijkt gestraft, zo scheefweg in de hoek gedouwd.

station Erembodegem

Nog in Erembodegem loop ik onder een spoorwegbrug die architecturaal zonder enige twijfel het hoogtepunt van deze etappe is. De blanke betonpalen en aangeslagen gewelven verlenen het geheel een haast Romeinse grandeur.

spoorwegbrug Erembodegem

In een woonwijk een eindje verder, in de kapel van Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen, is een Fonske – ‘zoet gevooisd van tale’ – met een gedenksteen vereeuwigd:

OLV van Vlaanderen
zoet gevooisd van tale

De kapel herbergt nog wel meer mooie boodschappen:

wees mijn sterkte
wees mijn vreugde

Langzaamaan nader ik het Osbroek, een nieuw natuurgebied op de rand van Aalst. Een haag langs het pad ernaartoe doet me met zijn organische stulpingen aan Gaudí denken. Gaudíamus igitur, grinnik ik.

coole haag
coole haag

Het Osbroek zelf is een verstilde plek met mistroostige meertjes.

Osbroek, tussen Erembodegem en Aalst

Op een paaltje draait een gehavend lieveheersbeest vertwijfelde rondjes. Hulp kan niet baten, maar ik deins terug voor de genadeslag.

gehavend lieverheersbeest

En dan loop ik door het Stadspark Aalst binnen.

perk

Op een langgerekte vijver zie ik op lange poten een winkelend waterding aan het werk – deel van een kunstenfestival, zo blijkt.

winkelend waterding

En dan loop ik plots door het stadscentrum. De Sint-Martinuskerk steekt sacraal af tegen de blauwe hemel.

Sint-Martinuskerk

Maar in deze stad wordt het sacrale uitgebalanceerd met het wereldse, weet ik, wat een enigszins puberaal opschrift in een steegje bevestigt.

TETTEN

Op de markt slaan het stadhuis en het beeld van Dirk Martens me met verstomming. Ik had er geen benul wat een plaatje deze binnenstad zou zijn.

marktplein Aalst
Dirk Martens

Maar ondanks (of net door) de gezellige drukte voel ik me zielsalleen. Ik vind geen aansluiting, bij wie ook. Iedereen lijkt druk in zichzelf gekeerd. Het wandelen is verloren lopen geworden.

KATTEGEBISJ

Ik koop nog snel een döner, die ik schichtig opeet op het stationsplein. Want mag dat wel in deze tijden, zomaar op straat iets eten?

Als de trein zich aankondigt, besluit ik een streep te trekken onder deze etappe, en laat ik Aalst achter me. Maar niet voorgoed, neem ik me voor. Ik keer naar deze stad terug. Blijer, anders gemutst. Met niet Claus, maar Boon onder de arm.

AALSTAALSTAALSTAALST

GR5A | Zwijndrecht – De Klinge | 16.07.20

Vandaag loop ik van de Antwerpse gemeente Zwijndrecht naar het gehucht De Klinge op de Nederlandse grens, een traject dat niet onmiddellijk aansluit op de etappes die eerder al heb gelopen. De keuze viel op dit noordelijke gedeelte omdat ik vandaag onderweg ben met Goed Gezelschap – laten we hem Near-Native Companion noemen. Eerst zouden we de Westhoek intrekken, maar deze regio is veel dichter bij zijn huis, en toch is ook hij er nog nooit geweest.

In totaal stappen we een kleine 30 km, waar we ongeveer 6 uur effectief en minstens evenveel plensbuien over doen.

Startpunt is de tramhalte in Zwijndrecht, maar voor ik daar aankom, moet ik overstappen in Sint-Niklaas, waar ik op het perron even van ninja doe.

Nina style

In Zwijndrecht wordt meteen gezichtsloos GEVAAR gesignaleerd. Ik schiet niet in een paniekkramp, maar aan de tramhalte sein ik de dreiging wel door aan Near-Native Companion. Wij gewaarschuwd duo zijn nu een spreekwoordelijk kwartet waard – wat kan er nog fout lopen?

Het gevaar loert overal

De juiste route vinden is kinderspel: we vertrekken aan de R. Orlentstraat, wat ik in de gauwte als vanzelfsprekend verkeerd lees als Oriëntstraat. Via onder meer het Anna Bijnspad verlaten we de gemeentekern richting Smoutpot.

In dat gehucht is al meer dan een eeuw een kapelletje de spil van het sociale leven, weet een infobord. Bij het lezen ervan krijgen Near-Native Companion en ik een lachstuip, allicht evenzeer veroorzaakt door de nog stapvoets smeltende ongemakkelijkheid van het door corona al te lang uitgestelde weerzien dan door de tekst op zich. Dat de kapel met picknickbank ons uitnodigt om te genieten van de (relatieve) rust is immers bezwaarlijk een dijenkletser. Een foto van Josephine Charlotte met modderlaarzen al evenmin.

Smoutpotkapel

En toch is er een angel, bedenk ik later. In een recensie-essay over twee recente wandelboeken had Near-Native Companion het over ‘de Vlaamse wandelknooppuntenroutes, die je behendig leiden langs een montage van de luttele pittoreske snippers groen die ons verkavelde land nog telt — alsof er voortdurend een decortje van natuur wordt opgetrokken, in de coulissen waarvan men altijd de autostrades van het reële hoort huilen.‘ Het kapelletje is natuurlijk geen ‘natuur’ per se, maar wel een ‘pittoreske snipper’ volkscultuur. Dat het infobord het picknickbankje als decor ontmaskert, onthult voor de wandelaar hoe illusoir de authenticiteit van zijn onderneming wel niet is. Misschien lachen we daarom wel smakelijk – om de lucht te klaren?

Nog in Smoutpot staan in een weiland de eerste schapen van vandaag ons aan te staren, met enig geblaat en dito wol. Op het achterplan grhinnikken een handvol radicaal sociaal gedistancieerde paarden.

Smoutpot

Algauw bereiken we in de buurt van Melsele ook de eerste tekenen van het militaire verleden van deze streek, namelijk de Defensieve Dijk en iets wat Schans Halve Maan heet.

Schans Halve Maan

Het topogidsje leert dat die onderdeel zijn van een verdedingsgordel aangelegd kort na de oprichting van België. Het grondgebied van de nieuwe staat werd als onverdedigbaar beschouwd in zijn totaliteit, zodat men koos voor Antwerpen als ‘Nationaal Reduit’, een vesting waarachter het leger zich ultima ratio kon verschansen in afwachting van ter hulp snellende bevriende naties. In die zin was Antwerpen zowat de Hoornburg van België. Want toen uiteindelijk de horden orks uit het oosten kwamen, viel Antwerpen toch …

Verderop, achter de spoorlijn, gapen ons drie paar koeienogen aan. Welke geluiden ik ook maak, in een vierde koebeest is geen sjoege te krijgen. Het eet onverstoorbaar door. Als straf besluit ik het niet vast te leggen voor de eeuwigheid.

er waren eigenlijk 4 koebeesten maar de laatste wilde niet op de foto

Via een lange dreef gaat verder richting Beveren-Waas.

tussen Melsele en Beveren

Het weer wordt grimmig. We trekken onze regenjassen aan. In de verte zien we de windmolens langs de E34.

windmolens

Het gutst nu. Praten gaat gelukkig almaar vlotter, maar foto’s maken is onmogelijk.

Dat is jammer, want we lopen inmiddels door een naar GR-normen vreemde plek die al onze aandacht opeist: de Beverse woonwijken. Een doorsteeksteegje, wat hangplekken voor de jeugd, groenzones, speeltoren naast Intex-zwembad in verwoed met draad en grenen afgeschutte tuintjes, strak in het gelid. In al hun grillige uniformiteit is de wijk een staalkaart van verkaveld Vlaanderen.

Van de regen in de drup knoop ik mijn veters en eet ik een banaan aan de Kapel van Onze Lieve Vrouw van Gaverland. Menig vuilnisbak lonkt naar de schil.

Tussen Beveren en Vrasene bouwden de Duitsers in 1917 een bunkerlinie om Antwerpen tegen geallieerde aanvallen uit het westen te verdedigen. 188 staan er in totaal, weet het gidsje … en ook dat de werken uiteindelijk tot niets hebben gediend.

Duitse bunkerlinie Vrasene

Vrasene schampen we slechts. Spijtig, want ik had graag eens de hoeve gezien waar het legendarische danscafé Popcorn in gevestigd was. Maar die ligt helemaal uit de smete en van de werke weg aan de andere kant van het dorp, en die extra kilometers kunnen er bij dit weer echt niet meer bij. We zijn bij onze favoriete Britney-songs aanbeland.

Vrasene

Een beetje buiten Vrasene passeren we de Kapel van de Heilige Rita, Helpster in Onmogelijke en Hopeloze Zaken, en van de weeromstuit worden we welwillende supplianten. Ik moet aan Dürers handen denken.

H. Rita mret suppliant

We naderen inmiddels Sint-Gillis-Waas.

Sint-Gillis-Waas

Rijkelijk laat lunchen we op een bankje aan de Nieuwe Baan, tot een verse plens regen ons voortjaagt.

Sint-Gillis-Waas

We zompelen door Sint-Jacobs Gat – de doodsteek voor Near-Native Companions onaangepast schoeisel.

Sint-Jacobs Gat
Sint-Jacobs Gat

Aan het eind van het natuurgebied versperren enkele koeien de weg. Bramen links, een afspanning rechts. Ik debiel wil de draad naar beneden drukken om zo het gevaarste te omgaan, en krijg een schok als levensles. Uiteindelijk springen we over onze schichtige schaduwen heen en outflanken we de beesten.

Sint-Jacobs-Gat

In het Saleghem Krekengebied liggen er tal van plassen met aanlegsteigers, die loodgrijs oplichten onder de helle hemel. Ik maak gewag van visvijvers, maar er is vast meer aan de hand.

Groenendijk / Panneweel

In Meerdonk houden we ook een moment halt bij beeldengroep Free Foxes van Caroline Coolen, dat uitkijkt over de polders.

Free Foxes

Het landschap is spiegelvlak en alleen doorsneden door dijken met daarop lange lanen.

op weg naar Klinge
dijken

Aan de horizon ligt Doel.

met Doel in zicht

Via het Stropersbos bereiken we uiteindelijk De Klinge, waar we al niet lang moeten wachten snel de bus naar Sint-Niklaas kunnen nemen. In de winkelstraat daar ga ik nog even EXTRA LAAG voor een selfie.

extra laag

We eten bij Raja, een Italiaans-Indiaas restaurant op de Grote Markt dat al snel tot ‘Den Indiaan’ wordt omgedoopt. Warrige bestelling, maar het eten zelf is precies wat we nodig hebben na deze doornatte dag.

Bij wijze van finishvlag maakt Near-Native Companion achteraf nog een Mannen-Met-Baarden-foto voor het nageslacht.

mannen met baarden

Fijn was het, maar toch zijn we onvoldaan. Een vervolg dringt zich op.

Iets meer foto’s:

Nina style

GR5A | Aalbeke – Avelgem | 20.06.20

Met het officiële topogidsje in de hand begin ik aan de GR5A met een tocht van Aalbeke naar Avelgem, samen iets meer dan 21 km.

Aalbeke, een deelgemeente van Kortrijk, is zowat het dichtste punt bij mijn huis in Harelbeke, dus lijkt dat me een ideale eerste etappe. Er rijden wel bussen heen, maar omdat we vandaag in de buurt moeten zijn dropt mijn vrouw me aan de Hoogmolen. Van daar trek ik het glooiende landschap richting Schelde in.

Hoogmolen Aalbeke

Het grootste deel van de route gaat door de velden, soms op kleine wegelingetjes, die vaak ook verhard zijn. Zeker rond Bellegem zijn er daar best wel wat ook deel van de wandelknooppuntenroute in de streek.

Tussen Aalbeke en Bellegem

Onderweg kom ik op zeker moment wat schapen tegen. Omdat schapen altijd een beetje meh zijn, hier wat bewijsmateriaal:

Zwart schaap
Het zwartste schaap dat ik kon vinden

Fijn is ook de far-west-optuiging rond het kerkje van Rollegem, waar de frontiergedachte van Zuid-West-Vlaanderen een totemeske invulling krijgt:

Far west

Al het kindergekraai van het speelplein aan de kerk noopt me tot een kwaadwillige selfie:

De Kindervriend

Even verderop heeft een boer een berg hooi of bieten of afval of zo bedekt met een oudgeel doek, dat wonderwel contrasteert met de lucht.

blauw / geel

Een bijzondere plek vind ik de doorsteek onder de E403, waar er fotogenieke graffiti te vinden is. Ik kan het niet laten er even verpozend bij te poseren:

WEES BLIJ WEES VRIJ
I've a feeling we're not in Kansas anymore

Na Bellegem gaat het landschap steeds meer op en neer. De route loopt tussen de velden en weilanden.

Argendaalpad
Tussen Bellegem en Avelgem
Tussen Bellegem en Avelgem

Een van de highlights onderweg (althans volgens het gidsje) is deze Molen Ter Klare, gelegen op het hoogste punt van Zwevegem (76m). Vernietigd door de Duitsers in WW2, maar heropgebouwd. Nu ja, een molen.

Molen Ter Klare Zwevegem

Ik passeer ook Restaurant Muishond, waar ik wat onnozeliteiten niet kan laten. Schaamtelijk is wel dat de bazin me blijkbaar bezig heeft gezien.

Even later bereik ik het Orveytbos in Zwevegem, een plek die ik wel ken van het hardlopen (een route die ik af en toe neem, passeert erlangs), maar die ik nog nooit heb verkend. Heerlijk vertoeven daar, ook voor de lunch.

Orveytbos

Na het bos volgt een natuurgebied langs een oude spoorwegbedding – de Spoorzate. Hier en daar liggen er voor modderiger tijden balkjes op de grond en biedt zich aan de muren poëzie aan.

Spoorwegzate, Zwevegem
denkkronkels snoeien

Wat verderop had een kunstzinnige onverlaat een zitplek in een tulp veranderd:

banktulp

De etappe eindigt met enkele kilometers van een fietspad dat kaarsrecht de oude spoorlijn volgt. Wel mooi van landschap, maar te eentonig als afsluiter. Er lijkt gewoon geen eind aan te komen.

Oude spoorwegberm richting Avelgem

Ik ben dan ook opgelucht toen ik het aantal kilometers zie teruglopen:

Avelgem 1.8 km

Eens in Avelgem richting bushalte, en via Kortrijk naar huis:

met de bus naar huis

Alle foto’s:

Molen Ter Klare Zwevegem