GR12 | Broechem – Lier | 14.04.21

GR12

In de tweede week van de paasvakantie ga ik op driedaagse met twee van mijn kinderen. We lopen een eerste bescheiden stuk van de GR12, het langeafstandspad Amsterdam – Brussel – Parijs, in drie haalbare etappes door de Kempen: voor ons ver buitenland. Gepakt en gezakt doen we op de eerste dag 4 uur effectief over de ruim 17 km van Broechem naar Lier, waar we twee nachten in een centraal gelegen studiootje verblijven.

Eerst brengen ons langzaam maar zeker trein en bus naar de vertrekplek. Er wordt wat gelezen, veel getekend, mal gecaprioold, en al gauw om een eerste versnaperpauze gebedeld. Zoals dat zo gaat, met kinderen op schok.

treinen
pauze in  Berchem
fratsen op de bus

Zelfs in relatieve rust jagen ze hun stappenteller aan…

Startpunt is Broechem, in coronatijden toepasselijk een deelgemeente van Ranst. Aan het Kattengangeske wordt aanvankelijk nog enthousiast geposeerd, tot onze verkenner grimassend terugstuift.

Kattegangsken

Naast een blik Red Bull heeft een rat er het aardse voor het eeuwige gewisseld, zo blijkt. RIP rat. (Meteen moet ik aan Ripred denken, een personage uit Gregor The Overlander, het boek dat middelman aan het lezen is. Alles haakt in elkaar.)

rip rat

Het muizel is in alle staten en met geen stokken tot passeren te bewegen. Dan haar maar op mijn arm gehesen. In gedachten herdoop ik het tot Rattengangeske: een begin een queeste waardig.

Zelfs in deze eerste kilometer wordt op verschillende instabare momenten lauw, zelfs stug gereageerd. Nu al sloffen de schoenen over het asfalt. Inertie laat zich moeilijk verdrijven. Ik vervel tot motivatiecoach en beloof beterschap, maar weet niet hoe lang ik het volhoud. Afwisseling zal geboden zijn.

kreupel
kreupel

Aan de horizon vallen flarden regen.

20210414_121101

Gelukkig loont in april ook buiten Haspengouw het boomgaardkijken. De perelaars tooien zich communiewit, en tussen de bloesems is het op en top genieten, beamen ook mijn reisgezellen.

20210414_121450
20210414_121700

Even is het gissen naar het doel van de horizontale bamboepakketjes; we houden het op mini-insectenhotels.

20210414_121650

In Emblem dan is het blijkbaar in achterafsteegjes streetwise om baasjes in het Engels te wijzen op de uitlaten van hun honden.

NO!

Een curiosum is de lokale gevangenis, die vroeger deel uitmaakte van het gemeentehuis, en in gebruik bleef tot de jaren 30. Een cachot met cachet.

gevangenis Emblem

En wel, wel, wel: spellend Emblem heeft zelfs een echte Perec! Yes. — Excellent! Wegen en weggetjes, we nemen ze tevreden, rechtstreeks en snel. Welke weelde Les événements se pressent!

Kesselsesteenweg

Een eerste keer dwarsen we de Kleine Nete. Het bruinige water staat laag. Aan duiken is geen denken.

Kleine Nete
Kleine Nete

De beemden van de meander ernaast vormen een natuurgebied, maar erg uitnodigend vinden we het niet. Hier fietsen in beter weer moet erg fijn zijn, maar te voet is een jaagpad vaak driewerf meh. Door de bomen schemeren plassen, en er zijn ! PAALTJES. Alsof iemand een GR-markering heeft gezaaid en die nu impudicusgewijs is opgeschoten.

plas
paaltjes

De kinderen worden lichtbalorig.

vermoeidheid

Tot mijn opluchting bereiken we het belangrijkste natuurgebied van vandaag: de Kesselse Heide. Jaren in wanbeheer mismeesterd, nu een verademing. Plots loopt alles over van energie. Klimbomen zijn steevast een hit.

Kesselse heide
Kesselse heide
Kesselse heide
Kesselse heide

Niet ver achter het provinciaal domein ligt al meer dan honderd jaar Fort Kessel, dat echter nooit een militaire rol van betekenis speelde, net zoals eigenlijk de hele bunkergordel hier. Nog maar half afgewerkt kapotgeschoten in WO1, alras verlaten en opgeblazen in WO2. Nu huizen er vooral vleermuizen.

Fort Kessel

Een boogscheut verder houden we kort halt bij een ingewerkte Onze Lieve Vrouw. Voor ingeworteld kwaad is echter weinig raad.

van goede raad

We lopen door Kloosterheide, een zanderig gebied waar het gesnerp van kettingzagen tussen de bomen hangt. Vandaag wordt er actief beheerd. Her en der is van bomen de bast doorgezaagd.

Kloosterheide
Kloosterheide

Het laatste eind brengt ons opnieuw langs de Nete, waar eveneens gesnoeid wordt.

Kleine Nete

Een twijgje noopt tot een impromptu impressie van pony.

Kleine Nete - prancing pony

Eerder onderweg was er sprake van een duo zwanen met halzen die een hart vormen. Dichter bij dat beeld dan deze eenden komen we vandaag niet. Veel stelt het op zich niet voor, maar aan bepaalde verwachtingen is toch maar weer tegemoetgekomen.

duckhart

Een dankprevel is op zijn plek.

wees gegroet

Op de brug over het Netekanaal uit zich ons aller aard:

RUND
spook

We passeren nog de visplas van de Koninklijke Netezonen …

visplas Koninklijke Netezonen

… maar dan zijn we er zowat. Door de knappe Lisperpoort lopen we de vesten van Lier over.

Lisperpoort
Lier

Het is welletjes geweest: het centrum verkennen we later wel. Eerst pakken we uit in onze studio, daarna doen we inkopen, en dan is er de beloofde frietjesberg, mét een lokale specialiteit: de Schapenkop, naar de bijnaam van de Lierenaren. Echt iets om trots op te zijn.

schapenkop

Samen kijken we nog naar WALL·E, die de kinderen om een of andere reden helemaal vergeten waren, en dan zit onze eerste dag erop. Bedje binnen, en 🐑🐑🐑🐑🐑 aftellen tot we morgen weer op pad mogen.

Dat het fijn was!

Meer foto’s:

schapenkop

GR128 | Drongen – Deinze | 11.04.21

GR128

Op de tweede zondagmiddag van de paasvakantie is de rest van het gezin elders doende, en besluit ik een eindje te wandelen. Vertrekken kan pas na 12u, dus ga ik voor een behapbare etappe van de GR128 dicht bij huis: van Drongen naar Deinze. Die ruim 25 km leg ik af in exact 5 uur.

Aan Gent-Sint-Pieters heb ik een jaar na dato ineens het inzicht om in de OMG! VAN EYCK WAS HERE op het Virginie Lovelinggebouw een verwijzing naar de ERMAHGERD GERSBERMS!-meme te zien. Nu goed, vijgen na Pasen kunnen ook smaken. Al familieraad ik me wel af: men vrage 100 Vlamingen, hoeveel hebben er dan diezelfde associatie?

ERMAHGERD GERSBERMS
ERMAHGERD! R. L. Stine flummoxed by 'GERSBERMS' meme

(Een collega suggereerde nog deze even bekende OMG WOW, en allicht is het een geamalgameerde verwijzing naar een collectief memearsenaal. Maar voor mij was het onmiskenbaar ERMAHGERD…)

Aan het station neem ik de bus naar Drongen, die me een kwartiertje later netjes afzet naast de Oude Abdij. Tot de Franse Revolutie werd die voornamelijk bewoond door de norbertijnen, maar verteerd door antiklerikaal vuur werden de gebouwen verkocht en onder meer gebruikt als katoenspinnerij. Pas midden 19de eeuw kochten de jezuïeten het complex terug, waarna ze het architecturaal-historisch bij de tijd haalden. Jammer eigenlijk.

abdij Drongen
abdij Drongen

Ik zet er de pas in. Links passeer ik meteen een herinnering aan Alfons Byn, die hier vroeger een herberg uitbaatte, en ook in WW1 als spion actief was. Met vele anderen werd hij daarvoor in Gent door den Duits voor den kop geschoten. In de Offerlaan, een zijstraat van de Gentse Martelaarslaan, eert ook hem het minder bekende Oord der gefusilleerden.

voor den kop geschoten

Gelukkig is het niet al kommer wat kwel is: verderop zijn er warempel GOUDVISSEN te vangen, en dat zelfs GRATIS. Bingo, lijkt het! Maar ik zie me al met zo’n lekkend zakje in steeds panischer paniek de Leie afstappen, en besluit van neen.

goudvissen te geef

De tunnel onder de sporen is in de UGent-kleuren gehouden, op de GR-markering na.

tunnel Drongen
tunnel Drongen

Het duurt niet lang of ik bereik de Leie, waar de eerste villa’s en plezierboten me opwachten.

Leie
Leie

Ik voel vaak gêne om mensen en huizen te fotograferen, maar hier nemen die laatste zo’n prominente plaats in dat het haast niet te vermijden valt.

Leie

Veel van het landschap is meesterlijk mooi, en de schilderachtige dorpskernen die volgen zijn oprecht pittoresk. Toch bewringt me te vaak het gevoel door een protserige prentkaart te dwalen, en dat de coulisse me nodig heeft, op me parasiteert: zie ons hier staan, lijkt alles te snoeven, en gij loopt daar maar, naar ons op te kijken. Op weg in Berchem en Borgerhout had ik dat ook hier en daar, maar daar wordt het opulente in your face getemperd door de soms wat verloederde, chaotisch-steedse context, terwijl hier het lieflijk-landelijke karakter net versterkend werkt. Gelukkig heb ik wandelend ruim de tijd om mijn oordelen uit verschillende oogpunten te evalueren.

Leie

Met de betonallure van de Goedingebrug in de E40 is mijn klik natuurlijker. De goudvis van daarnet is er in gedachten gebuild bij.

Goedingebrug in E40
brug in E40

Het pad loopt een heel eind langs de autosnelweg.

E40

Door de velden gaat het richting Sint-Martens-Latem. Veel straten zijn wel verhard maar hebben tegelijk een zachte berm die als voetweg dient. Zo is het toch aangenaam stappen.

dreef
Sint-Martens-Latem

Ik doorkruis villawijk na villawijk. Hier hebben zelfs de oases parkeerplaatsen.

parking oase

Het centrum is zoals ik het me had voorgesteld: kraakwit, brandschoon, en overgegeven aan het primaat van de kunst.

Sint-Martens-Latem
Sint-Martens-Latem
Gorilla

Karel van de Woestijne tobt er het zijne van: Wie heeft de koude kroon gebroken / die zwaar mijn dubbend denke’ omsloot?

Karel van de Woestijne

‘k En roer. Mijn vuisten voelen deinen 
mijn trage borst die slenkt en stijgt; 
mijn aangezicht vol stille schijnen 
wijlt over ’t glooiënd dal der pleinen 
en, bleek van schromende’ ijver, zwijgt.

Over een wolkenrand gutst licht als olie.

zon

Het dorp heeft iets van opgedirkt lijk, gemaquilleerd voor een laatste rondje Maserati. Onder het plamuursel loert verval, achter iedere hoek steeds doodsgevaar.

DOODSGEVAAR

Het is vast alleen mijn blik, maar ik wil hier weg, en heb daarom flink de pest in een grote omlegging: in een grote boog zie ik de Latemse Meersen links aan me voorbijtrekken. Een uitgestrekt stuk groen had me zeker goedgedaan, maar het mag niet zijn. Reigers wieken af en aan; oldtimers tuffen voorbij.

Latemse Meersen

Verder, op de oever aan het veer van Baarle ligt een rat, geveld. Twee werelden.

KABELVEER BAARLE / RAT

In een van de statige dreven geniet ik van de zon, die hier altijd Latemse school maakt.

dreef

Net zo vergaat het me in de Rode Beukendreef: haaks op het kasteel ademt die onmiskenbaar grandeur; de allure is impressionant inspirerend.

dreef

Toch broeit er wrok. Wat mag ene Daniël op zijn kerfstok hebben?

IK HAAT DANIEL

Langs het obligate golfterrein en via het Cyriel Buyssepad gaat het verder naar Deurle, naar het kerkje en het rustieke dorpscentrum. Ook hier heeft corona huisgehouden: de stilte is on-zondags.

Deurle

Deurle is maar een zakdoek groot, en het duurt niet lang of ik sta opnieuw in de openheid van de Leieboorden. De lucht is babydekenblauw.

Leieboord

In de berm liggen loze resten zoden.

angestrahlt

De vastgoedmarkt is krap hier: juffer eend en haar woerd-lief zijn wel heel eng behuisd

eng behuisd

Ook in de bogen van de Leiebrug van Sint-Martens-Leerne nest jong leven. Een tortel duiven heeft zich een stukje uitzicht veroverd en koert verwachtingsvol. Wie weet wat voor mondains brengt mei?

brug Sint-Martens-Leerne
brug Sint-Martens-Leerne / Leie

De laatste trekpleisterplaats op mijn route is het Kasteel van Ooidonk. Het bedwoonde waterkasteel is afgeschermd voor het publiek, maar onder de toegangspoort lopen mag iedereen. Er is best wat volk op de been – de middag trekt zijn laatste uren.

Kasteel van Ooidonk
Kasteel van Ooidonk
dreven

Door het uitgestrekte privédomein voeren eindeloze lanen en dreven me tot aan het 19de-eeuwse Sas van Astene, dat een oude Leiearm afsnoert.

bocht Astene
sluis Astene

Wat rest, is jaagpad. Er schort wat aan mijn linkervoet, wat overbelast wellicht, en de nog ruim drie kilometer moet ik verbijten. Ik heb een trein te halen, maar zo lukt dat niet meer. Boom na boom poot ik voorbij.

jaagpad Deinze
jaagpad Deinze

Pas aan de rand van Deinze wordt de monotonie doorprikkeld: een stoel op een industrieel toneel, een nest- en kabouterkastje, veel vraag ik niet.

best seat in the house
nestkastjes

En dan ben ik waar ik eerder al eens eindigde; een paar straten nog. Op het perron wuift Arsène me uit.

Arsène

Nog foto’s:

zon

GR128 | Moorslede – Zillebeke | 05.04.21

GR128

Voor Paasmaandag 2021 voorspelt het KMI een regenzone, buien, hagel, sneeuw en rukwinden: ideaal inleefweer voor de Westhoek dus. Om praktische redenen spreek ik af met collega Nico aan het Bezoekerscentrum van domein de Palingbeek, waar ik bij hem instap om samen naar het centrum van Moorslede te rijden. Over onze terugtocht van zo’n 30 km lang doen we uiteindelijk ruim vijf en een half uur effectief.

Onze timing is waarlijk optimaal, want nauwelijks zijn we vertrokken of de hemelsluizen gaan open.

Moorslede

Er is geen ontsnappen aan: kilometerslang lopen we op een oude spoorwegbedding, de Stroroute Lijn 64, en de wind jaagt de ijzige regen recht in ons gezicht. Hier kunnen geen kap of paraplu tegenop.

Stroroute Lijn 64

Maar ach … het is maar een vale afspiegeling van de ontberingen die de frontsoldaten leden op deze Road to Passchendaele, natuurlijk. Wat zouden wij dan zeuren?

The Road to Passchendaele

We zijn zo doende met de regen en het geanimeerde gesprek dat we Tyne Cot Cemetery voorbijwandelen, hoewel dat vlak naast de route ligt. Ik was er wel al een paar keer, laatst in 2007, maar ik had het ook eens in deze omstandigheden willen zien. Toch jammer dus, al komt het er vast nog wel eens van.

Voor we er erg in hebben lopen we Zonnebeke in. Sinds kort maakt de toren van de modernistische Lieve-Vrouw-Kerk deel uit van Horizon 2025, het nieuwe Vlaamse netwerk van uitkijkpunten, en met een snel elektronisch besteld ticket beklimmen we die.

Onze-Lieve-Vrouwekerk Zonnebeke

Op de verschillende verdiepingen is er meer info over de impact van de oorlog op het landschap en over de wederopbouw van de kerk, nadat die in puin geschoten was en er in de fundamenten een heuse dug-out in was ondergebracht.

dug-out Onze-Lieve-Vrouwekerk Zonnebeke

Ook de klokken passeren we.

klok / Onze-Lieve-Vrouwekerk Zonnebeke

Het uitzicht hier moet op zonnige dagen fenomenaal zijn. We zien Ieper en de Kemmelberg en speuren naar de IJzertoren, maar met dit weer krijgen we die niet te zien.

Zonnebeke

Wel knarpen op de bovenste verdieping onze schoenen op letterlijk honderden vliegenlijkjes. Overal liggen er hopen van: op de vloer, op de steunbalken, op de vensterbanken. Enkele zieltogen nog, maar de slachtoffers zijn niet te tellen. Als zinnebeeld kan het tellen. Nog nooit was ik directe getuige van zo’n massaslachting, en ook al zijn het vliegjes, het grijpt me aan.

als vliegen
als vliegen
als vliegen

De kerk zelf is de eerste die na de oorlog werd heropgebouwd, grotendeels naar een kubistisch ontwerp van Huib Hoste. DE MEESTER IS HIER EN ROEPT U, luidt het toepasselijk.

DE MEESTER IS HIER EN ROEPT U

In het portaal hangen vervaalde stichtende boodschappen. U ZULT U TOCH DEFTIG GEDRAGEN? We doen ons best.

Onze-Lieve-Vrouwekerk Zonnebeke

Een eindje verderop lopen we door de Passchendaele Memorials Gardens, waar de verschillende in de oorlog betrokken naties vertegenwoordigd zijn.

Passchendaele Memorial Gardens
Passchendaele Memorial Gardens

We zetten er flink de pas in, en stoten een eind verderop op Buttes New British Cemetery. Het is niet toegankelijk omdat de grote bezoekersstromen van de laatste maanden voor verzakkingen hebben gezorgd, maar het blijft imposant.

Buttes New British Cemetery
Buttes New British Cemetery

In het omliggende Polygoonbos passeren we onder meer Scott Post, een Duitse bunker die momenteel dienstdoet als vleermuizenkelder. Nico roemt de vele mogelijkheden tot langlaufen die de lange dreven bieden. Ja, denk ik: ook nu loipen we alvast flink door.

Duitse Bunker Scott Post

De monumenten rijgen zich aan elkaar. Even buiten het bos staat dit trotse Black Watch Memorial, een memento voor de Schotse troepen.

Black Watch Monument

Langs de weg ligt op een erf een kadaver van een ooi te wachten om opgehaald te worden. Haar pas geworpen paaslam ligt ernaast. Opnieuw is het slikken. Deze streek kent geen mededogen.

gestorven in het kraambed

Van op de Frezenberg zien we dan onze pleisterplaats liggen. Het is stevig klimmen weer, pal tegen de beukende wind in.

naar Bellewaere Ridge / Bellewaarde

Op Bellewaerde Ridge, waar een verwoede tunneloorlog werd uitgevochten, lunchen we bij het Liverpool Scottish Memorial. In niet-coronajaren komen we elk jaar met onze zesdejaars naar deze plek, maar ook al kennen we de omgeving, wennen doet die niet.

Liverpool Scottish Memorial / Bellewaere Ridge
Bellewaere Ridge

Naast een van de kraters hangt in een boom een roest paasei, lijkt het wel.

Bellewaere Ridge

Hallucinant dat we amper een paar honderd meter verder de achtbanen schampen. Maar ik heb er vrede mee, en denk aan John Maxwell Edmonds’ bekende verzen: When you go home, tell them of us and say / For your tomorrow, we gave our today. Die impliceren immers ook dat ons ten volle leven het grootste eresaluut is dat we de gesneuvelden kunnen brengen.

Bellewaarde

We passeren Hoge Crater Cemetery, en lopen op veldwegen door naar Sanctuary Wood.

Hooge Crater Cemetery
Sanctuary Wood Cemetery

Die begraafplaats hoort bij Hill 62, waar een gedenkteken voor de Canadese inzet te vinden is.

Honour to Canadians / Hill 62

Nu zijn we er bijna. Omtrekkend gaan we de Gasthuisbossen in, en bereiken dan de felbevochten Hill 60, waar de loopgraven ondanks verschrikkelijke verliezen verschillende keren amper een paar meter opschoven. Hier keken beide partijen elkaar recht in de ogen, en gingen toch door. Ik huiver.

Gasthuisbossen
Hill 60
Hill 60

Net zoals kraters op Bellewaerde Ridge en de Pool of Peace in Wijtschate is er ook hier een reusachtig litteken in het landschap: de Caterpillar-krater, het restant van een enorme mijnexplosie.

Caterpillar-krater

Verder gaat het nu het domein van de Palingbeek in, met onder meer Koen Vanmechelens bekende installate CWRU – ook een oorlogsei.

CWRM

Onze laatste stop voor de parking is Hedge Row Cemetery, dat schril afsteekt tegen het frisse groen en de zonnige lentebloesems. Short days ago / [They] lived, felt dawn, saw sunset glow, / Loved and were loved, and now [they] lie, / In Flanders fields. Gevallen, maar niet vergeten.

Hedge Row Cemetery
Hedge Row Cemetery

Meteen is dat ook het voorlopige einde van dit deel van West-Vlaanderen. De volgende etappe van de GR128 gaat immers van het nabijgelegen Spoilbank Cemetery naar Kemmel, maar dat pad loopt gelijk met de GR5A, en dat wandelde ik eerder al eens (stuk 1 en stuk 2). Pas als de reisbeperkingen worden opgeheven, trek ik van Kemmel verder richting Wissant.

Tot zolang wandel ik in oostelijke richting andere routes …

Meer foto’s:

Passchendaele Memorial Gardens

GPX-wandelkaarten maken uMap

tools

Omdat ik op zoek was naar een manier om mijn GR-wandelingen samen op een digitale kaart te visualiseren, heb ik een paar systemen uitgeprobeerd. De belangrijkste vereisten waren: meerdere gpx-bestanden samen op één kaart weergeven, als route, en aan die routes steeds etappes kunnen toevoegen.

Mijn eerste keuze, My Maps van Google, werkt op zich prima. Helaas is die wel begrensd tot 10 lagen, wat op termijn vervelend kan zijn, omdat ik van plan ben verschillende GRs te wandelen. Ondanks het gebruiksgemak schrok me dat af.

Uiteindelijk ging ik voor uMap, een opensourceproduct gebaseerd op openstreetmap. Helemaal gratis dus! Je kunt er heldere kaarten mee maken, en ook verschillende achtergronden kiezen. Ik leg hieronder kort hoe je dat aanpakt.

Maak eerst een account aan op uMap. Dat kan via bv. je Twitter- of Github-account, maar ik maakte een profiel aan op Openstreetmap (het onderste icoontje).

Download de gpx-bestanden van je wandeling, bv. uit Strava of Runkeeper.

Maak een nieuwe kaart.

Je kunt meteen al enkele basiszaken aanpassen die voor alle kaartelementen geldig zullen zijn. Klik op het tandwieltje om de kaartinstellingen aan te passen:

In de kaarten hierboven heb ik de vorm van het icoontje gewijzigd van een druppel naar een cirkel, omdat die minder groot zijn:

Vergelijk zelf standaard, druppel, kopspeld en cirkel.

Importeer dan één gpx-bestand van een bepaalde GR in een nieuwe laag. Klik daartoe op het uploadpijltje:

Het resultaat zie je meteen op de kaart:

Nu kun je andere etappes van dezelfde GR-ronde toevoegen. Klik opnieuw op het uploadpijltje, en selecter alle andere etappes. Selecteer als laag de laag die je eerder importeerde.

Het resultaat zie je meteen:

Pas nu de naam van de laag aan. Klik op het cylinder-icoontje, en dan op het potloodje naast de laag.

Dan kun je de naam, de kleur, de lijndikte, de beschrijving enz. aanpassen:

Het resultaat is er meteen:

De segmenten in één laag kun je geen aparte kleuren geven. Ik heb even overwogen alle etappes als aparte lagen te importeren, maar dan heb je geen duidelijke laag met een naam meer. Daarom voegde ik de eind- en beginpunten manueel toe.

Klik op het bovenste icoontje om een punt toe te voegen, en kies het punt op de kaart.

Als je er vervolgens op klikt, kun je er de eigenschappen van aanpassen:

Zorg ervoor dat de cirkels mee in de laag van de bedoelde GR zitten:

Als je de lijndikte van de ronde niet te groot zet, kun je ze perfect zien:

Het kaarttype kun je wijzigen via het kaarticoontje rechts.

Geef de kaart ook een naam:

Sla af en toe je kaart op.

Refresh eens (F5), en dan zie je, als je op een etappe klikt, de eigenschappen ervan.

Het label kun je steeds wijzigen. Klik op lagen aanpassen, en dan op het lijsticoontje naast het vuilbakje van de laag die je wil bewerken:

Dan kun je er bv. de afstand aan toevoegen:

Wil je bv. een link naar een verslag opnemen, dan moet die tussen dubbele vierkante haken staan. De beschrijving van de link zelf komt na een rechte streep. Dat ziet er zo uit: [[http://www.ditisdelink.be/pagina|verslag]].

Wil je een andere GR toevoegen, begin dan met één gpx van die nieuwe route, en importeer die als nieuwe laag:

Daarna volg je dezelfde stappen als voorheen.

Druk je na afloop op het cylindericoontje rechts, dan zie je onder “gegevens doorbladeren” een overzicht van de segmenten van een bepaalde ronde. Je kunt er meteen naartoe zoomen.

Je moet er even je verstand bijhouden, maar het resultaat mag gezien zijn.

GR123 | Bléharies – Doornik | 14.03.21

GR123

Nu de GR5A er bijna op zit, ben ik op zoek naar een nieuwe uitdaging. Ik liep al een paar korte stukjes van de GR123, de Ronde van Picardisch Wallonië, die onlangs helemaal opnieuw bewegwijzerd werd en waarvan binnenkort ook een nieuwe topogids verschijnt, en aangezien ik me graag dichtbij laat verrassen, lijkt die me wel wat.

Op een zondagmiddag in maart loop ik een eerste serieuze etappe, een goede 23 kilometer ver.

Ik parkeer in het centrum van Doornik, en fiets langs de Schelde naar het gehucht Bléharies. Gelukkig heb ik de wind in de rug. Onderweg passeer ik het opgetuigde schandaalbeeld De najade van Georges Grard en het in tegenlicht sinistere kasteel van Antoing.

Doornik
La Naïade, George Grard
Kasteel van Antoing

Hier en daar ligt de route er enorm dégradée bij. Een paar meter voor ik aankom hobbel ik aan hoge snelheid over een asfaltribbel en gaat mijn ketting eraf. Avontuur.

Eerste halte na een dikke kilometer stappen is de Pierre de Brunehaut, volgens het bordje “de mooiste menhir van België”. Ik was er ooit al eens, jaren geleden met mijn vrouw, voor een picknick – ontdekt in een boekje over vreemde plekken in België, en met de kolder in de kop bezocht.

Pierre de Brunehaut
Mijnheer Menhir

Even verderop móét ik niezen.

NIEZEN

De luchten zijn de hele dag dramatisch. En overal doet het van landbouw, met koele pispoelen des doods.

lucht
mest

Een eerste dorp is Lesdain, waar achter de vitrage de King zijn comeback voorbereidt.

Lesdain
Elvis leeft

Verderop loop ik een heel eind door het Bois de Howardries. Een bosbreed narcistapijt doet mijn lentekriebels ontluiken.

lente
Bois de Howardries

In Wez-Velvain is het de la merde.

De la merde

Het landschap glooit sterk. Een heel eind loop ik in de buurt van een spoorweg voortgebeukt door de wind door een quasi leeg en soms dreigend landschap.

eindeloos
klokjes
luchten bij Guignies
luchten

Een paar kilometer is de weg verhard, maar dan slaat het pad richting Doornik de velden in. Ik dras verder.

luchten bij Willemeau
luchten bij Willemeau

In Ere doet een toom kippen van verregaande mimesis.

kippen / poulets (mimesis)
kippenren

Er zijn ook de sterren van het lokale voetbal:

F.C. ETOILES ERE
ERE ==>

Wanneer ik Doornik binnenloop, groet me van op een kunstwerk een vredesduif. Precies wat ik nodig had.

vredesduif

In de binnenstad hangen nog relicten van de carnavalsvieringen.

PRENEZ SOIN DE FOU!

Naast de imposante kathedraal, UNESCO-werelderfgoed, staat de beeldengroep De blinden. Ik waan me in Rouen, Calais of ergens in Bretagne.

Les aveugles / Cathédrale Notre Dame de Tournai
Les aveugles

En om af te sluiten heb ik nog wat pret met de lokale middenstand.

On se retrouve / DEBILE

Dit smaakt zeker naar meer…

Nog foto’s:

kippenren

GR123 | Saint-Léger – Kain | 10.20-2.21

GR123

De eerste kilometers van de GR123, de Ronde van Picardisch Wallonië, leg ik af in horten en stoten, in korte tot ultrakorte wandelingen, over een periode van vier maanden. Dat heeft alles te maken met zwemzoonlief, die in Zwevegem traint, vlakbij de Waalse grens. Af en toe zijn er tijdens trainingen en wedstrijden momenten waarop ik een paar uur kan verdwijnen, maar nooit een hele dag. Die eerste drie mini-etappes vat ik hier samen.

(1)

Eind oktober 2020 besluit ik een zijsprongetje te maken van de GR5A. Zoonlief is aan de zwem, en ik rijd door naar Saint-Léger om een eerste stuk van de GR123 te wandelen. Een topogids heb ik niet, maar ik vertrek van daaruit omdat het dorpje het dichtste punt is, en omdat ik na Pecq via de Schelde een handig lusje terug kan maken naar mijn auto. In totaal leg ik 13,35 km af, in precies 2,5 uur effectief.

Het eerste eind loopt langs het Canal de l’Espierres / Spierekanaal, dat de Schelde met het Canal de Roubaix verbindt. Vroeger bedoeld voor steenkool, later volledig teloorgegaan en vervuild, sinds enkele jaren weer geschikt gemaakt voor de pleziervaart.

Canal de l'Espierres / Spierekanaal

De sfeer zit er meteen in; het zonnetje lacht me toe.

soleil levant

In het dorpje Saint-Léger zelf sta ik wat te schutteren aan de ingang van het kerkhof. Ni chien, ni moto-vélo, maar toch… Ik besluit verder te trekken.

Saint-Léger

De steegjes rondom ademen verval.

steegje

Het is een landbouwstreek, maar veel lijkt vergane glorie. De maïs is broos, de koeien zijn treurig in de grond gepoot. Misschien ligt het aan het seizoen, aan het licht. Maar het voelt allemaal doods.

wortels
maïs
verzakt
schuur
akker

Zelfs de tegels van de veldwegels zijn verzakt, gebarsten dekstenen op verlaten dodenakkers.

scheve wegelingen

Een bewoner van deze plek vond het nodig zijn achterruitwisser profylactisch een sok om te doen. Had ik dat ook gemoeten? Zijn er ongeschreven regels waar ik zonder het te weten tegen zondig? Hoe zal ik mijn auto aantreffen straks?

prophylaxe

Langs poelen twijfel stap ik verontrust verder door de velden.

plassen

In Pecq passeer ik een treinstel, wat me aan de buffetwagon van de Colmar in Kortrijk doet denken, en pats, daar veruitwendigt zich meteen ook mijn knagende honger. Maar ik houd me kranig.

train
friet

Vanaf nu gaat het grotendeels langs de Schelde terug naar mijn beginpunt.

Schelde
20201025_160909
schip

In Warcoing passeer ik nog een dampende brouwerij, en in de moutwalm blijf ik even hangen. Het lijkt Avalon wel.

SEYNAEVE Warcoing

En dan ben ik er ongeveer, terug aan de grote baan, waar mijn auto sok- en bekeuringsloos op me wacht.

sfeer

Ik vond het een verrijkende kennismaking. Clichés werden bevestigd, jazeker, maar er schuilt toch ook bonkige poëzie in dit morsige landschap: een spiegel van het West-Vlaanderen van mijn jeugd, midden jaren tachtig, toen het platteland net zo roestte en drabde als hier. Ik kijk ernaar uit er meer van te ontdekken.

(2)

Eind november weet ik mijn dochter van 8 te overhalen tot een korte, mistige etappe van Pecq naar het wieler- en kunstendorp Mont-Saint-Aubert. We parkeren op de heuvel en zoeven met een rotgang door de herfstkou richting Pecq. Mijn eindpunt van de vorige etappe halen we echter niet: zonder handschoenen vertrekken was een beschimmeld idee, en onze blauwe vingers kleumen krampachtig van no más, no más. Ik wil geen tranen, dus stoppen we eerder dan voorzien in de buurt van de Schelde en vatten we van daaraf de terugtocht aan. In totaal stappen we iets meer dan 8 km, waarvan de meeste in stijgende lijn, in ongeveer 2 uur effectief.

Eerst lopen we een heel eind op het jaagoad langs de Schelde, waar we best wat zondagswandelaars kruisen. De wereld kleurt gedempt grauw en grijs. Op zijarmen dobberen ganzen.

mist
ganzen

Op velden na valt er weinig te zien. De herfst grijpt om zich heen. Des te meer tijd om ons op elkaar te verlaten en bij te praten.

mist
trui
mist

De wattige leegte is het doek waarop we de afgelopen weken schetsen.

leegte

Het is al avond als we Mont-Saint-Aubert binnenlopen. Er is lichte teleurstelling omdat op dit late uur in een lokaal wafelhuis de vensterverkoop is gestaakt, maar ik beloof het goed te maken. Zeker weten.

de avond valt
Mont-Saint-Aubert

(3)

Begin februari dan denk ik pipo tijdens een zwemwedstrijd tijd zat te hebben om van Doornik naar Mont-Saint-Aubert te wandelen, maar ik misreken me danig: wanneer ik eindelijk in het heuveldorp parkeer is de namiddag al bijna om, en in Kain al moet ik noodgedwongen mijn fiets achterlaten wil ik nog min of meer op tijd terug zijn. Het is wat het is: een schamele 4,5 km klimmen, waar ik minder dan een uur over doe.

De GR voert me op achterafwegels de dorpskern door.

Kain
wegelingen

Ik word één met de hoogbejaarde omgeving.

Rue du troisième âge
Kain

Gelukkig kan er ondanks gesloten horeca een beaatgroene glimlach af.

le sourire

Iemand leeft al volop naar het volgende jaaruiteinde toe.

kerft

Eens de kern door ontvouwt de heuvel zich voor me.

Kain
Mont-Saint-Aubert
Mont-Saint-Aubert

Op de laatste steile helling, de Chemin des poètes, liggen in steen vereeuwigd toepasselijke boodschappen.

Pied à pied versifier / pas à pas pélériner
Passer c'est devenir lisible

Ik voel me hier helemaal welkom, in Mont-Saint-Aubert.

BIENVENUE

Naast de auto groet ik ook nog Maria, en dan heet het, met ongestilde wandelhonger, terug richting Zwevegem.

grot

Maar niet voor ik in Ramegnies-Chin gestopt ben bij een wel zeer verontrustend bord. Die Walen toch…

KOTS à louer

Meer foto’s:

SEYNAEVE Warcoing

GR5A | Proven – Houtem | 10.01.21

GR5A

In het eerste schoolweekend van 2021 strik ik mijn wandelschoenen vast voor de laatste westelijke etappe van de GR5A: na vandaag sluit ik het eind van Geraardsbergen naar Sluis. Vanuit Proven, waar ik twee maand eerder in het stikdonker was geëindigd, trek ik naar Houtem, mijn startpunt iets voor nieuwjaar. Over de 27 km doe ik iets minder dan 6 uur effectief.

’s Zondags rijdt de Belbus niet voor tienen uit, dus start ik meteen aan de markt van Proven, om pas aan het eind van de dag met enige marge terug te bussen. Zo kan ik toch nog wat van het ochtendlicht genieten. Het plan is strak, en de ijzige aanslag op een wachthokje draagt me een warm hart toe. Ik heb er gelijk zin in.

hou vol

Achter berijmde takken ligt de Sint-Victorkerk. Het is 9:30, kort na zonsopgang dus, maar het licht is nog warm.

Sint-Victorkerk Proven

Boven haar Lourdesgrot groet ’s ochtends ook Onze Lieve Vrouw de dingen. Dag ventje met de fiets (zonder fiets vandaag). Da-aag Maria!

Lourdesgrot Proven

Alles voelt als een nieuw begin.

ochtendzon

De plassen en poelen zijn dichtgevroren, de hemel is een pasteldégradé. Over mijn wangen biggelen tranen. Het is de kou die prikt, hou ik me voor. Een melodie uit vervlogen jaren gaat met me aan de haal. Blue sky / icy air / stabbing in the lungs. Heerlijk.

ochtendlicht
ochtendlicht / Proven
ochtendlicht

Als ik weer land, blijkt er een Flore geboren … een vreugde van geluk, zoals een kerstkaart me ooit toewenste.

de Landing
hier gebore: Flore

Met ‘Karel de Blauwer’ herdenkt men in Haringe de vele smokkelverhalen die deze grensstreek rijk is, een literaire verdichting door priester-schrijver Julius Leroy.

Karel de Blauwer

Het bemoste, kromgetrokken bordje naast het beeld wegwijst me naar de romaanse Sint-Martinuskerk. Die is helaas op slot, maar ervoor blaakt het van het leven: met hun plastic graafmachines baggeren twee jongetjes geestdriftig de schollen op de plassen stuk. Het zal een oerdrift zijn.

Sint-Martinuskerk Haringe

Ik passeer ook de prachtige pastorij. Tot begin jaren 80 gooide de vermaarde priester-pater Djoos Utendoale daar de deuren open voor al wie daar nood aan had; nu rust hij naast zijn kerk.

pastorij Haringe

Hij schreef in het sappigste Westvlaams: in het dorpje siert een van zijn vele spreuken een gevel. Méér moe ‘k nie hên om my te jeun’n.

Geef-my ê dorp om in te weun'n

Het pad leidt me verder door de akkers, maar af en toe terugblikken kan ik niet laten.

Haringe in tegenlicht

In het winterlicht zijn de ijsweiden haarscherp. Bij ieder ademen snijdt de lucht.

ijswei

Een wandelpoortje op het Kerkebeekpad is vandaag nog door geen mensenhand beroerd.

enkel voor wandelaars

Bij elke bocht ontvouwt het landschap zich in nieuwe wintertinten. Er lijkt een filter over te liggen, een onaardse aardsheid die wortelt en verheft tegelijk. Hoe kan dit alles zo mooi zijn, vraag ik me meermaals af.

winterlicht
ijsakker

Als ik Roesbrugge binnenloop, wisselt het berijmde lachend kakske van Vrije Basisschool De Krekel me weer op een prozaïscher spoor. Die ochtend aan de schoolpoort: Zyj nog underweg? Nink, ben drol. Lachen, gieren, drollen.

lachend kakske

De kerstverlichting hier is trouwens helemaal in thema corona gehouden. Moet kunnen.

coronakerst / Roesbrugge

Niets in het centrum bereidt me voor op het fenomenale uitzicht op het brugje over de IJzer. Als een kind groet ik alles: Dag visserke-vis met de pet / pet en pijp / van het visserke-vis / goeiendag.

de IJzer in Roesbrugge

Ik sta enkele minuten te kijken, en sla dan het pad langs de rivier in. Een eerste brugje ligt er zo spekglad bij dat me weg voel schuiven. Daarna klamp ik me wijselijk met beide handen aan de reling vast.

brugje langs de IJzer

Alles baadt in het zonlicht.

langs de IJzer
langs de IJzer

Heel plots komt er dan over de weilanden echter mist opzetten – in luttele minuten verandert de omgeving totaal. Net zoals maanden eerder in Axel laat ik me door de wattige deken helemaal omwikkelen, en geniet.

mist komt opzetten langs de IJzer
mist langs de IJzer
mist langs de IJzer

In Stavele steek ik de IJzer over, en ja, ook ik fotografeer de antieke GR-bordjes. De handbelettering is teh cute, en ook de verweerde artisanale veelhoeken spreken me aan. Iedereen heeft gewoon gelijk.

oude GR-wegwijzers Stavele

Om me heen niets dan mist, mist, mist.

mist boven de IJzer

Aan de overzijde staat een al even bekende afspanning, met zo’n dijk van een naam voor een West-Vlaamse hiphopgroep dat ik er heeltegans Jaloes van word: Nog altijd op één / Van de zee in Oostende tot de straten van Men’n.

In 'T Hof van Commerce / Stavele

Op een splitsing verderop gaat het richting Gijverinkhove.

wegwijzer
mistige akker

In de dorpskern schrik ik van de gedachte aan een troep overstekende kinderen. Ook hier loert het gevaar.

AARGH OVERSTEKENDE KINDEREN

In een wei staat even verderop kunst. Abstract of figuratief, ik kom er niet uit. In ieder geval zet het stuk zijn beste beentje voor.

weidekunst in Gijverinkhove

De Sint-Petruskerk pronkt dan weer met haar hoogsteigen Christo, netjes ingepakt voor de winter. The mind boggles.

De Christo van Gijverinkhove

Het is allemaal onwezenlijk onwerkelijk.

tegenlicht

Op een lange strook onverhard dwars door de weilanden houd ik even halt om een kudde bieten over te laten.

overstekende bieten

Nu heb ik er nog schik in, want ik heb geen besef van wat komen gaat. De voortekenen zijn er nochtans al. De ondergrond verslijkt zienderogen, en op de schuivende klei heb ik nauwelijks grip.

polderen

Een paar meter voor de straat kom ik vast te zitten in een immense modderpoel en sla achterover, pardoes in een plas ijs.

geen doorkomen aan

Als ik rechtkrabbel, zak ik met beide voeten tot ver over mijn enkels in de smurrie, die me steeds verder naar beneden zuigt. Langzaam schiet ik wortel. Ten langen leste zit er niets anders op dan me met blote handen voet voor voet vrij te graven. Dan worstel ik me naar de kant, en meet de schade op: mijn rugzak, mijn broek, mijn schoenen, alles is doornat en buikloopbruin.

na de plons

Erger is dat ik op de volgende modderstukken een pak minder zelfzeker ben. Het lijkt of ik vanaf nu urenlang door het slijk slak.

modder

Aan de beschermde voormalige herberg In de doode mannen kom ik op asfalt weer veilig op adem. De naam verwijst naar een drooggevallen waterput (een ‘manne’), dus ik vermijd het al te bekaf te kijken.

IN DE DOODE MANNEN

Een bont gezelschap alpaca’s heeft me gezien. Ze dingen om mijn aandacht, en de middelste gaat voor het goud. Geen wonder dat hij zo gelukkig kijkt.

alpaca 1ste prijs

En dan ben ik er, in Houtem. Ik neem alvast een plastic zak uit mijn tas om de zetels van de Belbus niet te bevuilen, en het duurt geen tien minuten of ie is er al. Van perfecte timing gesproken!

In Roesbrugge moet ik overstappen naar Proven, en even geniet ik nog wat van het avonduitzicht over de IJzer, nu in totaal anders licht, en ik denk aan Monets Kathedraal van Rouen. Soms hoef je het niet ver te zoeken.

De IJzer in Roesbrugge

Wát een etappe om het jaar in te zetten. Met Djoos Utendoale: Dat’ol êweest hed dát’ wúlt / Noöis moe’j’ jun moed úpgeev’n / Va’doage ku’j’ were herbegúnn’n / An de reíste van jun leev’n.

Welaan dan. Recommençons!

Nog foto’s:

winterlicht

GR5A | Houtem – De Panne | 29.12.20

GR5A

Op een van de laatste dagen van het aflopende jaar is middelman verrassend bereid tot een (wis en waarachtig!) korte etappe op de GR5A. In 4 uur effectief, gezien de ondergrond best knap, lopen we de 18 km van Houtem naar De Panne, vanwaaruit de kinderen en ik eerder al naar Nieuwpoort trokken.

Net zoals vorige keer rijden we naar bezoekerscentrum Duinpanne. Op dit vroege uur staan we op de uitgestrekte parking zoals vanouds moederziel alleen. Toch gek dat zo weinig mensen er ’s ochtends al opuit trekken, terwijl je dan net de drukte voor bent, en het licht zo ongelooflijk mooi is. Een kort stukje wandelen dan, en de Belbus pikt ons op.

Bezoekerscentrum Duinpanne

Met open armen worden we in Houtem ontvangen.

welkom in Houtem

De massieve Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk zien we zich nog een hele tijd koesteren in de opgaande winterzon.

Houtem
Houtem

In dit vlakke land, deels enkele meters onder zeeniveau, liggen de akkers er verzopen bij. Zoals in de hele polderstrook hebben wolken en wind hier vrij spel.

Houtem

Een uur lang omtrekken we de zendmast die de skyline domineert. Verkeerdelijk ga ik uit van een telefonietoren, maar later lees ik dat hij oorspronkelijk diende in de Koude Oorlog, en ook dat hij in 2021 door de Belgische Staat per opbod verkocht werd voor maar liefst 5 miljoen euro. Welke gek hoest zo’n bedrag op voor een bouwvallig gevaarte als dit? Jump Trading, zo blijkt, een Amerikaanse flitshandelaar die hiermee de afstand tussen de beurzen van Frankfurt en Londen zo kort mogelijk wilde houden. Hightech-neokapitalisme bachten de kupe.

Zendmast Jump Trading Houtem

Op kaarsrechte wegen lopen we het poldergebied De Moeren / Les Moëres in, waar het oude moeraslandschap vanaf de 17de eeuw in verschillende fasen, na meerdere dijkbreuken en ten slotte de inundatie van de IJzervlakte, in 1950 voorlopig definitief werd drooggelegd.

De Moeren
Les Moëres

Kilometers lang loopt de GR hier pal op de grens.

Grensstraat

Een eerste stuk is nog verhard, maar dan is er zo ver het oog reikt alleen slijk. Avontuur puur.

De Moeren
De Moeren

We balanceren op de paar zoden die wat stevigheid bieden en klampen elkaar vast, maar voor middelman, die met sportschoenen onderweg is, vallen natte voeten niet te vermijden. Mijn voorziende geest wel een reservepaar kousen in de rugzak gestopt, en met mijn sjaal als handdoek is het ergste leed gelukkig al snel geleden.

natte sokken

Links en rechts van de grens speur ik naar noemenswaardige verschillen, maar hier zijn die er niet. Grijzig en blank ligt de klei aan weerszijden, met slechts een handvol verspreide bomen die de wind enigszins temperen.

Frans veld
Vlaams veld

Eentonig wordt het nooit: steeds weer zijn er overwiekende zwanen en grote zwermen kleinere vogels, op kijkafstand slaat ons een troep reeën gade, en er is natuurlijk de weg zelf, die hier meer dan ooit het doel op zich wordt.

De Moeren
De Moeren

Vlak voor de E40 kruisen we een van de grote landerijen hier, het Groot Moerhof, met in de achtertuin een oorlogsbunker. We zijn onder de indruk.

Bunker bij het Groot Moerhof

Heel even lopen we een eindje Frankrijk in, waar Camping Le Ringsloot een en al sfeer en gezelligheid ademt. Daar zijn onze zuiderburen ware keien in. Interessant is wel de naam: die verwijst naar de afwateringslus die het hele gebied omspant.

Camping Ringsloot

En dan zijn er de Duinen van Cabour, een van de best bewaarde fossiele duingebieden van West-Europa. In dit uitgestrekte gebied lag tijdens WW1 een Belgisch militair hospitaal, waar in 1915 Marie Curie in eigen persoon de radiologie-uitrusting kwam installeren. Nu lijkt het Waterschapsheuvel wel, en heerst er vrede.

de Duinen van Cabour
Kasteel-Hospitaal Cabour
Peace

Achter het domein lopen we nu echt richting kust.

Adinkerke

We dwarsen de verbindingsweg en de Veurnevaart, en komen dan aan in het laatste gebied van vandaag, het natuurreservaat De Westhoek.

Vlaanderen / Vlaanderen / West-Vlaanderen / Adinkerke
Natuurreservaat De Westhoek

Er zijn duindoorn, pittige hellingen en vergezichten, maar middelman houdt het inmiddels wel zo’n beetje voor bekeken. Jammer, want dit is een van de ruigste stukken kust die de GR te bieden heeft. Tussen alle bruinen, gelen en groenen, en onder de dreigende lucht, voel je je ondanks de andere wandelaars even alleen.

duindoorn
Natuurreservaat De Westhoek
Eli

Op en af gaat het, diep de duinen in.

Natuurreservaat De Westhoek
Natuurreservaat De Westhoek

Als dat de sfeer van de Sentier du Littoral is, dan moet die op mijn lijstje. Voor als het ooit weer mag.

GR-wandelboom

We schampen nog Plopsaland, en door het Calmeynbos lopen we de laatste meters. Eindbestemming: De Panne.

Het is mooi geweest, jazeker, maar vooral gewoon mooi – wat mijn compagnon de route, nadat de inwendige middelman versterkt is, toch ook beaamt.

Nog foto’s, met onder meer méér middelman:

De Moeren

GR5A | Sluis – Brugge | 26.12.20

GR5A

In het holst van de langste nacht van het rampjaar 2020 sta ik op voor een tocht waar ik erg naar uitgekeken heb: van het Nederlandse Sluis naar Brugge. Deze officieel eerste etappe van de GR5A wandel ik tegen de klok in. Zo heb ik aan het eind van de dag geen gedoe met vervoer, en krijg ik de zonsopgang te zien onbelemmerd door bebouwing. Over de 29 km doe ik uiteindelijk 6,5 uur effectief.

Het is nog aardedonker als ik in het busstation van Brugge twintig minuten op de bus moet wachten. Het vriest dat mijn botten kraken. Kleumend loop ik op en af, drink nu al wat snel lauw wordende thee. Waar ben ik aan begonnen?

busstation Brugge

In Sluis zelf laveer ik langs een pakjesberg naar de bakker, de enige zaak die open lijkt. Ik laaf me aan de warme geuren en ga voor lokale lekkernijen. In deze ijskast kan ik wel weg met een paar extra calorieën.

pakjestijd Sluis

Aan de Kaai groet ik het borstbeeld van Johan Hendrik van Dale. Hij stierf op zijn 44ste aan de pokken, maar zou zich anders allicht hebben doodgewerkt: ‘Geen oogenblik liet hij verloren gaan; ledig zijn was hem een straf’, tekende een van zijn vrienden op, die er bij de ingeboren schoolmeester, archivaris en lexicograaf vruchteloos op aandrong toch ‘ten minste dagelijks een uurtje te wandelen’. Hij ‘kón letterlijk het werken niet nalaten’ – géén lichtend voorbeeld dus.

JH v DALE

Ik schud hem van me los en krui het pad af, geregeerd door de vorst die hof houdt in mijn gewrichten. Zo hard trillen mijn handen dat ik moet koekhappen, met minder treffers dan missers. Het gewonnen beetje energie staat in geen verhouding tot de inspanning. Het gemis van handschoenen, en mijn steeds gevoellozere vingertoppen – lichaam zijn, en leven.

Intussen zie ik nog steeds amper een handbreed of twee voor ogen. Ik geef de schemering vrij spel, en vermijd in het schaarse lamplicht te kijken, totdat laag voor laag het gloren de populieren van de Damse Vaart overgiet.

Damse Vaart

Ter hoogte van Lapscheure kondigt een bordje het kabelveer aan.

KABELVEER

Kobus heet dat pontje, met een zwengel die behoedzaam de kabel afkruipt. Ik neem mijn tijd – geen ziel wacht hier, en ik wil met volle teugen genieten. Dít blijkt wat ik nodig had. Even word ik heen- en weerwolf, en ik huil.

Kobus / Damse Vaart

Aan de overkant voeg me op het eigenlijke GR-traject: het pad achter me was aanloop slechts. Onverhard gaat het verder richting zuiden. Kauwen krijsen in de toppen. Ik ben onder vroege vogels.

Damse Vaart

Aan de horizon daagt het. Terwijl ik Hoeke doorstap, verblindt de slome vuurbol me.

ochtendlicht

Op de Krinkeldijk, niet eens zo ver van de Bloedputstraat, heb ik daardoor geen oog voor het ook hier alom loerende gevaar. Ik mag van geluk spreken: het is maar een afwaaiende tak en geen omvallende boom. Al bij al een meevaller.

OPGEPAST VOOR AFWAAIENDE TAKKEN

De weg waarop ik loop is eeuwenoud. Sinds de 12e eeuw is dit gebied ingepolderd, en de grachten en slaperdijken zijn stille getuigen van de gestage overwinning op het overstromingsgebied.

Krinkeldijk

Even waan ik me al in Damme, maar het is het pittoreske Oostkerke dat me verrast. De afgetopte Sint-Quintinuskerk domineert het nog dommelende dorpje.

Oostkerke

Niet veel verder kom ik aan bij het gehucht De Siphon. De naam verwijst naar een waterbouwwerk dat het peil van de Damse Vaart stabiel hield – een waterdoorgang leidde het Leopoldkanaal en het Schipdonkkanaal onder het kanaal door, zodat de waterhuishouding strikt gescheiden kon blijven. De complexe hevelinstallatie werd helaas onklaar gemaakt door Duitse (WW1) en Franse (WW2) genietroepen, en daardoor is er nu geen binnenscheepvaart meer mogelijk is tussen Brugge en Sluis.

De Siphon
bij De Siphon
Damse Vaart / De Siphon

Op de oever ligt ook de archeologische site van het Verbrande Fort, een vroeg-18de-eeuws bolwerk uit de Spaanse Successieoorlog, waarvan ik er eerder al enkele tegenkwam in de buurt van Axel.

Het Verbrand Fort

Kort voor Damme dan toont een bolle spiegel het leven zoals het is (sic).

SIC

Ik loop voorbij de omwalling het centrum in.

stadswal Damme
Damme

Voor het stadhuis overschouwt Jacob van Maerlant zijn laatste rustplaats. Die scoenste stede / die es onder den hemel mede / bede bi berghe ende bi landen / uut alre wandelinghen ghestanden. Ik weet erg weinig over de man en zijn werk, en neem me voor dat hiaat te vullen.

Jakob van Maerlant

Overal is er poëzie hier. Op een deur geeft Herman de Conick goede raad: Je moet niet alleen, om de plek te bereiken, / thuis opstappen, / maar ook uit manieren van kijken. Daar zit inderdaad de sleutel.

Er is niets te zien en dat moet je zien

En op het dak van Stichting IJsberg roekoet voor Leonid Tishkovs installatie ‘Private Moon’ stom een vlucht bonte duiven. Een strofe uit een gedicht van Vasalis, te lezen op een bordje verderop, doet het tafereel recht: Ik liep te kijken in de korte stille straat / en zag de duif, de kleur van onweer op zijn vleugels / en poten roze als de dageraad.

Private Moon / Stichting IJsberg

Aan de voet van de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk trotseer ik alweer koen het nu brokkelend gevaar. Ditmaal ben ik wel bij de pinken.

GEVAAR / Damme

Achter Damme dan bereik ik al snel het grondgebied Brugge.

Sint-Kruis

Mijn gpx-kaartje en de markeringen komen niet helemaal overeen, en mijn verzoeningspoging slaagt slechts ten dele. Te lang blijf ik hangen op het jaagpad, wat me danig op de heupen werkt. Ik ben dan ook blij als ik eindelijk het Kanaal Gent-Brugge oversteek en de stadvariant aanvat.

relingfretters

De route volgt een eindje de oude omwalling, waar een aantal molens werden gereconstrueerd.

Sint-Janshuismolen

Een ogenblik houd ik halt bij het sterfhuis van Guido Gezelle.

✞ Guido Gezelle

En ik moet lachen om de knulligheid van het Heilig kruis: het alziend lodderoog, de tastende dienstmeid, en Golgotha als knekelkluit. Maar ook het begeleidende vers mag er wezen: Dit hout gesneden beeld als beeld aenbidt men niet / Maer wel den God van wien men hier het afbeeld ziet / Niets weerdiger als het Heilig Kruis / Want ’t is de schroom van ’t helsch gespuis. Welaan dan.

HET HEILIG KRUIS

Ik liep wel al vaker door Brugge, maar deze buurt is nieuw voor me. De filigraine toren van de Jeruzalemkerk bijvoorbeeld had ik nog nooit gezien.

Adornesdomein

Ervoor wappert fier de vlag van Brugge: een klimmende leeuw van azuur, getongd en genageld van keel, op acht dwarse balken van zilver en keel. Een schrille, jonge vlek in dit bedaagde kader.

Achter de ramen van van het Stedelijk Museum voor Volkskunde staan er helemaal in het seizoen kerststallen uit alle hoeken van de wereld. Vooral deze Guineese interpretatie met platgeslagen Jezus spreekt me aan.

kribbe

Het is in mijn hoofd als met de tijd: ALLEEN DE SCHADUW SLUIPT VERDER.

ALLEEN DE SCHADUW SLUIPT VERDER

Klokjes kan men vangen – de wegtikkende uren niet.

de tijd gevangen?

Door corona is het nog veel meer dan anders Brugesla-morte. De horeca is nog steeds potdicht, en het anders stemmige gewemel blijft grotendeels beperkt tot de landstalen. Een flard Russisch, Spaans, meer niet. Ondanks de vrije dag is er is amper volk op de been. Het is niet fijn voor wie er zijn brood mee verdient, en het is té, maar leger vind ik de stad wel aantrekkelijker. Waar zoal er een hoek van de ansichtkaarten is, valt beter op als je de ruimte krijgt.

Augustijnenrei
vet rare jezus
raam

Voor de Onze-Lieve-Vrouwkerk, op de binnenkoer van het Sint-Janshospitaal, wisselen de twee monniken van Octave Rotsaertels ‘Pax tecum’ een vredeskus. In tijden van contactarmoede bekruipt me bij de innigheid ervan zowaar enige jaloezie.

"De Pax" van Octave Rotsaert

Overal is het religieuze leven aanwezig, ook al verwijst het vaak naar de dood: o Mensch Keert u tot Godt / Want Sterven is u Lot. Ik hou het indachtig.

o Mensch Keert u tot Godt / Want Sterven is u Lot

En dan ben ik bijna weer aan het station.

wandelboom

Ik passeer de befaamde wandelboom die het begin van de GR129 markeert, Dwars door België, en stap flink door. Nu duurt het niet lang meer of mijn trein komt eraan, en rennen na 30 km, dat lukt niet meer.

Wat een dag, wat een indrukken. Het smaakt nog steeds naar meer.

Nog foto’s:

Damse Vaart

GR5A | Brugge – Wenduine | 15.12.20

GR5A

Op een zonnige dinsdag midden december trek ik op de GR5A van Brugge naar Wenduine, waar ik een dikke maand eerder met de kinderen gestrand ben. Toen wandelden we volgens het topogidsje maar driekwart dagetappe: het stuk landinwaarts zou er voor hen echt te veel aan zijn geweest. Dat betekent wel dat de sowieso al pittige etappe van Brugge naar Houtave een flink pak uitdagender wordt: in totaal stap ik een kleine acht uur effectief over de 38 km.

Het is nog aardedonker als ik iets voor achten het station van Brugge uit loop, de voetgangerstunnel richting Sint-Michiels in. Op mijn school zijn er nog examens, en ook hier gonst aan de poorten gestrest geroezemoes. Met mijn handen stevig in mijn zakken duim ik symbolisch.

Tunnel Station Brugge

In de karaktervolle deelgemeente passeer ik onder meer de Krachtbalvelden Etienne Schotte, genoemd naar de uit Sint-Michiels afkomstige bedenker en bezieler van deze sport, waar ik ook ooit een initiatie in kreeg. Nu nog voel ik de zwaarte van het ribbelleer op mijn palmen. Heft, heet dat in goed Engels, wat bij ons slechts een zeulend werkwoord is.

Krachtbalveld Etienne Schotte
Bekers krachtbal

Het duurt niet lang of ik bereik de doorsteek onder de Expressweg, die baadt in een gouden gloed.

Tunnel Expressweg

In de achterliggende residentiële buurt vergaap ik me aan exotische tuinornamenten; een conisch geschoren buxus-met-hoofddraagmand steekt een moai-beeld naar de kroon.

Raar dit
moai

Langs de weg staat ook een mitrailleursnest, een restant van de hier gevestigde Marinehauptstelle Brügge, waar tijdens WW2 radioboodschappen van het scheepsverkeer op de Noordzee werden onderschept. De Amerikaanse blindganger op de sokkel voor het nest herinnert aan operatie Ramrod (‘laadstok’), die in juni 1944 de Duitse basis in puin legde, samen met een groot deel van Sint-Michiels. Een paar generaties later lijken de dood en het verderf gebannen in een infobord. Niemand die er zijn slaap voor laat.

Kasteel "Ter Linden"

En dan is er bos. Nog maar half gebroken is de ochtend, en het licht wil nog niet mee.

bospad

Ook in mijn hoofd huist nog de zotte morgen.

zelfie

De GR5A volgt een heel eind de Brugse Drie Kastelenwandelroute, die langs oude hofstedes en statige heerlijkheden slingert. Het eerste is het omwalde neogotische Kasteel van Tillegem, dat hier al meer dan acht eeuwen in verschillende metamorfosen de wacht aanzegt.

Kasteel van Tillegem

Betoverd door de aanblik heb ik geen oog voor het dreigende gevaar, en geveld zijg ik neer. Desuz un pin i est alez curanz / Sur l’erbe verte s’i est culchet adenz, echoot het zacht.

Gevaar vallende pijlen

Tot mijn wederopstanding staat het geboomte pal in somber saluut.

Kasteelbossen

Het is nog net geen winter, maar zo voelt het wel.

plas

Ik steek de N32 over, en passeer de Privé-Academie van beeldhouwer Johan Nyssen, waar Europa door Zeus meegevoerd wordt. Ze lijkt te genieten, en ik graaf in mijn geheugen: was het een roof of toch verleiding? Ik moet passen.

Europa

Langs de E40 meme ik voor eigen vermaak van John Travolta, en met luide glimlach loop ik alweer een bosweg in.

Zeeweg
Zeeweg

Door het slinkend groen in een van de tuinen spied ik een kolossaal, knalrood konijn. Ik hoop vurig dat het een vrije keuze was, en geen kwaadwillige grap van misnoegd personeel of een gefnuikt familielid, en dat er waarlijk mensen bestaan die bij nacht en ontij, of ’s ochtends met een piekige sufkop, zo’n monstrum voor het raam willen zien staan. ‘Het staat er nog’, zuchten ze dan opgelucht, en kunnen er weer tegen. Zo moest men kunnen zijn.

Kasteelbossen

In het park loop ik langs Kasteel Tudor, een neogotisch landhuis in privébezit. Kunstige negblokken geven de raamkozijnen een postzegelrand. Mooi, maar dat ik in de linkertoren opeens een grijnzende varkenskop herken legt een smet op het geheel.

Kasteel Tudor

Een spijtig malheurtje heb ik voor in de bossen eromheen, en schuldbewust poseer ik naast deze lokale stammentwist, urkelend van Did I do that?.

oepsie

Niet veel verder loop ik door Domein Beisbroek, waar in het kasteel een natuurcentrum en volkssterrenwacht gehuisvest zijn. Op afgepaste afstanden staan er verbeeldingen van de planeten: deze Mercurius, maar ook Venus, Aarde, Mars, en een heel eind verderop Uranus.

Mercurius
Uranus

Een knoestige boom kan er niet bepaald om lachen.

:-(

Plots steekt er lichte paniek op: door al mijn fratsen lijk ik al een eeuwigheid onderweg. Wat te bruusk zet ik er stevig de pas in, wat ik niet veel verder dubbel en dwars bekoop. Durchatmen, tempo houden, en gewoon weiter, weiter.

Op het grondgebied van Varsenare is er tuinkunst. Naast een gevlamd-glazen obelisk is er ook een impressie van kubus. Ik hou daar wel van: het verslaat de sleur, verruimt de blik. Wie ben ik om te oordelen?

obelisk
ok is goed

Ook aan de BLINDEN is gedacht.

! BLINDEN

Een statige dreef voorziet in zinneprikkelend tactiele kerfkunst. Je zult maar boom zijn hier.

ELS = SEKS
piet

Ik loop even om naar het centrum, en naast het kerkje maak ik met enige weerzin gebruik van een goor publiek toilet. Vanaf nu sla ik geen ongesloten dixicabines meer over, neem ik me voor.

Varsenare

Weer buiten, op het kerkhof, is er hulde voor andere helden.

Varsenare

Op een muur naast een speelpleintje en een skateramp lacht me graffiti toe.

Varsenare

Een onverlaat bestemde de installatie tot zinnebeeld van ware liefde. Ook tot hier is allesverterend realisme opgerukt.

WARE LIEFDE IS ...

Verder gaat het langs velden en akkers, langs eindeloze dreven en lanen.

Varsenare
zwins

Het is uit met de pret.

uit met de pret

Ik kruis de Oostendse Vaart, en raak op een bankje aan de kout met een kwieke oudere dame, die hier haar fiets heeft gestald. Het zijn de eerste woorden die ik vandaag gewisseld heb. Samen genieten we een moment van de stralende hemel.

Nieuwebrug

Maar ik moet verder, de Meetkerkse Moeren in, een uitgestrekt laagland doorstoken van grachten en kanaaltjes.

Meetkerkse Moeren
Meetkerkse Moeren

Leeg en zompig is het landschap, dat de luchten tot hun recht laat komen.

Meetkerkse Moeren

Het pad is deels verhard, deels op verlaten, drassige boerenwegen.

Meetkerkse Moeren

Sommige plekken klinken als schuttingtaal.

MOERZWIN

Ik rol een hi hodverdoms moerzwin op mijn lippen, en hoop dat niemand me heeft gehoord. Snel het hazenpad kiezen, langs de Blankenbergse Vaart.

HAZENPAD
Blankenbergse Vaart

Op een spie in de T-kruising van Mareweg en Molenweg staat sinds midden 18de eeuw de Veldkapel van Meetkerke. Binnen koestert Maria innig haar kind.

Marewegkapel
Marewegkapel

Op het biljartlaken buiten is er weinig wat de blik weet vast te houden.

tussen Meetkerke en Houtave

Op een fietsknooppunt landt een valkje.

valk

Wie in verstedelijkt gebied woont heeft geen benul meer hoe in deze uitgestrektheid de wiekslag van zwermen vogels honderden meters ver te horen is.

zwerm

Nederig ga ik de confrontatie aan met duizenden levende wezens die mijn doen en laten gadeslaan.

ganzen

Ik vind het verontrustend en rustgevend tegelijk, en voel me vooral ontzettend op mezelf geworpen. Uren al heb ik geen mens meer gezien.

op pad

De avond kondigt zich aan. Er rest wel nog wat tijd, maar na mijn nachtelijke avonturen in Proven lokt het vooruitzicht in het donker te moeten stappen me niet echt aan. Ik versnel wat, voor zover dat gaat.

Houtave

Houtave voorbij stopt de weg en gaat het door de modder verder, kilometers ver, zover het oog reikt.

Houtave
modders

Ik moet denken aan het middelbaar, toen we van een godsdienstleerkracht in een in mijn herinnering met bruine jute of vilt bekleed kubusvormig en gedempt lokaal de opdracht kregen te berichten over een ‘meerervaring’. Dit moet er een zijn, bij ’t dumsteren van den dagDe zon smelt weg doch monkelt nog een rooden avondlach / alover ’t veld dat, uren lang doorploegd en omgereden, / nu rusten gaat. Het zijn verzen van Albrecht Rodenbach:

En hij en spreekt geen enkel woord, maar grimlacht in zijn eigen.
Waarom? De brave man en zoû ’t niet weten zoo gij ’t vroegt;
maar ’t is voorzeker omdat hij zoo neerstig heeft geploegd,
omdat zijn land daar open ligt, zoo schoon, voor veite en waatren,
en dat de kleintjes rond hem zoo onschuldig zijn aan ’t taatren
gelijk de vogels onder ’t loof en door het hemelsblauw.

avondzon

Ik passeer de Kleine Schamele Weze, Vlaanderens meest poëtische beek, en zie hoe de zon nu echt verdwijnt.

Maar allengs heeft ’t roode licht
der ondergaande zon het dak bekroond en d’hooge boomen
met vurige kroon; nu sterft het uit, de blauwe verten doomen,
het dumster smelt gedaante tot eene onbepaalde schim,
en langzaam statig rijst de nacht ter donkerende kim.

Kleine Schamele Weze
polders

Het is niet ver meer nu. Aan de horizon piekt de piramide van vakantiepark Aquamundo, en ik weet me bijna aan de kust. Hier viert men vakantie.

Aquamundo De Haan

Aan het begin van de dag had ik nog gehoopt op een zonsondergang aan zee, maar ik heb vrede met de dag. Als ik de Duinbossen bereik, komt spoedig al de tram en heeft het geen zin meer het strand te willen bereiken.

Duinbossen Wenduine

Stram van lijf en leden laat ik me naar Oostende voeren, vanwaar het loom en knikkebollend huiswaarts gaat.

Wenduine Konijnenpad

Meer foto’s:

Varsenare