GR16 | Barrage Vierre – Florenville | 24.04.21

GR16

Eind april wandel ik in 9 dagen het volledige Belgische deel van de GR16, de Sentier de la Semois, van de bron tot aan de Franse grens. Dit is dag 3/9.


Rond zeven uur word ik enigszins groggy wakker op Camping ‘Officiel’ Arlon. Mijn voorraadtentje is nog wat wak, maar na een kort ontbijt en een douche begin ik toch op te kramen. De rijafstanden worden te groot, dus ‘verleggen’ dringt zich op.

goedemorgen

Het geeft niet dat het even duurt, want vandaag heb ik wijselijk gekozen voor een kortere etappe: van aan het stuwmeer op de Vierre naar het centrale stadje Florenville, een dikke 15 km maar. Zo loop ik weer even in de pas van de etappeverdeling op trekkings.be, en blijft er tijd om rustig te fietsen en ’s avonds voor het donker nog een nieuwe camping te zoeken.

Ik parkeer naast de kerk van Florenville en fiets door de bloesems naar de bossen van Chiny. Het weer is heerlijk, en ik geniet met volle teugen.

bloesems

Ik stal mijn trouwe stalen merrie tegen een wegwijzer naar Bertrix. Het doet me goed dat ik de lugubere plaatsnaam na al die jaren eindelijk positief kan invullen, want dat verdient deze streek zonder meer.

gestald

Zowat aan het vertrekpunt nodigt een impressie van zitbank wel al meteen niet uit tot pleisteren.

verzakt

Door het bos loop ik naar de Semois, die ik volg tot bij de riviercamping Le Canada.

langs de Semois

Een tijdje sla ik een loos vissertje gade bij de fotogenieke Pont Saint-Nicolas. Achter me zijn jonge gezinnen gezapig druk op een speelpleintje, kano’s worden aangedragen. Deze zaterdag trekt zich duidelijk op gang: het belooft een zonovergoten weekend te worden, en veel mensen hebben terecht hierheen de weg gevonden.

Pont Saint-Nicolas

Zelf wil ik de stilte in, en trek verder op een knerpend pad van gemalen zandsteen. Langs de oever verheffen zich de schieferwanden.

langs de Semois

Een vriend raadde me aan in het stadje Chiny in zijn vaste hotelstek een pannenkoek uit het vuistje te halen, maar omdat ik er verkeerdelijk vanuit ga dat de passerelle des Pierres verderop in privéhanden is en ik geen zin heb in gedoe, moet ik me die snoeperij ontzeggen. Een kleine bummer toch wel.

Semois bij Chiny

Wel laat zich op een helling naar het water opeens Dumbo blikken. Fauna als flora.

🐘 DUMBO 🐘

Inmiddels ben ik van de Semois weggedraaid, en via een wortelkluwen en een brugje steek ik de Ruisseau de Prévôt over.

Ruisseau de Prévôt

Het is stevig klimmen nu, maar de inspanning loont. Op La Roche de l’Écureuil doe ik eerst van zelfontspanner, en geniet daarna ik een kwartiertje van het uitzicht. Het is nog lente, en de bomen staan nog maar half in blad, waardoor het uitzicht fenomenaal vrij is. Zelden heb ik me meer op vakantie gevoeld.

La Roche de l'Écureuil

Door het bos gaat het daarna verder naar een tweede panorama, dat van La Roche Pinco. Ik moet er een kort stukje de GR voor af, lastens de markering met het verwonderde hiërogliefenoog. Het is de kleine omweg dubbel en dwars waard.

La Roche Pinco
La Roche Pinco

Op het smalst van de nek van de meander kom ik uit op straat, maar dan draait de GR meteen weer af, hoog de oever langs, door een smalle strook bos.

nek
langs de oever

Hoe anders is hier de bodem dan in de Gaume.

langs de oever

Het buitenleven verkwikt.

DEHORS

De weg vervolgt door het centrumpje van Lacuisine, zo genoemd naar de jachtkeuken van de vroegere graven van Chiny.

Lacuisine

Het plaatsje is maar een buikwind groot, en eens erdoorheen dient zich op de heuvels verderop al Florenville aan.

Florenville

Het is nog niet meer dan een mirage, want eerst moet ik nog de velden door richting het sympathieke Gaumse straatdorp Martué.

richting Martué

Een eindje vergezellen me drie loopeenden met hun karakteristieke gesnater. Zonder twijfel mijn favoriete dieren.

loopeenden

De kapel van Saint-Roch, de pestheilige, geef ik geheel contextueel een coronavuistje.

Saint-Roch
vuistje Saint-Roch

Aan het uiteinde van het gehucht prijk opnieuw trots het kalkzandstenen gerechtskruis uit 1327, nadat het in 2007 door een verstrooide boer van zijn sokkel in brokken werd gereden. 15.000 euro kostte de restauratiepuzzel, maar dat was het oudste monument van de streek wel waard.

croix de justice de Martué

Ik neem de brug over de Semois, en zie nu ook met eigen hoe steek de etymologie van Martué houdt: een is een wed, een plek waar de rivier doorwaadbaar is. Toponiemen als levend fossiel.

brug Semois Martué

De Gr volgt nu de gewone weg richting terminus.

weg naar Florenville

Gelukkig is er niet veel verkeer, want het strookje gras naast het asfalt is erg smal, en ik heb een heilige schrik voor prikkeldraad.

gr-markering Florenville

Hier en daar krijgt het monster asfalt ook een gezicht.

beest

Het is iets voor vijf uur als ik aankom in Florenville.

Florenville

Aan het uitzichtplatform is het prettig achteromkijken naar de vallei die ik vandaag heb doorkruist.

uitzicht Florenville

Ik pik nog een alarmistisch aptoniem mee …

Malarmé / Église de l'Assomption

… en warm me in de goudstenen gloed van de OLV-Hemelvaartskerk.

Église de l'Assomption Florenville

Kort zeg ik Tendre Violette gedag, het in het Nederlands kneuterig-pikant vertaalde ‘bosliefje’ van tekenaar Jean-Claude Servais.

Tendre Violette

Ik pik mijn fiets op en rij een heel eind door naar Herbeumont. In de loop van de dag heb ik gebeld naar camping Le “Champ le Monde”, maar als ik daar aankom, sta ik meer dan 20 minuten te wachten op de eigenaar, en het is me er na drie dagen rust onaangenaam levendig: Vlaamse weekendgasten lopen druk doende af en aan met boten, kampvuren laaien op, her en der stuiven flarden muziek voorbij, en een woelige nacht kondigt zich aan. Ik besluit mijn heil elders te zoeken.

Google Maps leidt me naar Camping Moulin Willaime een steenworp verderop, waar ik hartelijk doch erg warrig ontvangen wordt door een oude dame in een verschoten, viezig voorschoot.

20210425_190923

Verschillende keren wordt me op het hart gedrukt toch zeker géén verwarming aan te zetten om de brakke zekeringkast te ontzien, en he, heb ik de dassensporen in het gras opgemerkt? Het is een fijne plek vlak aan het water met sympathieke vaste gasten, maar verder ademt de site vooral verval. Het sanitaire blok is een regelrechte puinhoop: smerige wasbekkens, wankele toiletten zonder verlichting, en de enkele douche een bouwval zonder water.

20210425_203259
20210426_075143

In de kille Semois zie ik voor mijn ogen een visje de geest geven: één, twee amechtige kieuwspasmen, en het is niet meer.

dode vis

Ook de campingkat draagt op zeer eigen wijze met haar diabolische gezwel bij tot de algehele verkommering.

gezwel

Back to basics is duidelijk het ordewoord hier, en ik geef geen krimp … tot ik vergeet de prijssticker van een nog in Arlon aangekochte koekenpan te halen, die door mijn gaspitje gesmolten op mijn rechterhand druipt en ik flapperend van de pijn niet anders kan dan aan een der lavabo’s de ijskoude straal te trotseren. Een lelijke chemische brandplek is mijn deel.

Gelukkig valt de avond, en ondanks alles is het genieten. De dubbele maan maakt veel goed. Ik ben er, hier, onder een strakke hemel

2 manen

Kleumend lees ik nog wat, en kruip dan mijn slaapzak in. Morgen is er immers weer een dag.

GR16 | Bellefontaine – Barrage Vierre | 23.04.21

GR16

Eind april wandel ik in 9 dagen het volledige Belgische deel van de GR16, de Sentier de la Semois, van de bron tot aan de Franse grens. Dit is dag 2/9.


Enigszins geradbraakt van de openingsetappe rij ik naar de bossen van Chiny, vanwaar ik in drie kwartier de 15 km terugfiets naar Bellefontaine, waar ik geëindigd was. Daar vat ik de 26,5 km voor vandaag aan, waar ik 5,5 uur effectief over doe.

Beginpunt is het Duits-Franse soldatenkerkhof van Radan, dat er in het ochtendlicht heel anders bijligt.

Duits-Frans soldatenkerkhof van Radan

Ik loop de bossen in.

richting Breuvanne

Langs een lindendreef passeer ik het imposante privédomein van het château de Villemont, een robuuste zandstenen torenwoning.

plas aan het château de Villemont

Een wegversperring doet me twijfelen, maar op de kaart zie ik geen alternatief, en ik besluit het erop te wagen. In mijn hoofd bereid ik al een excuus voor mocht iemand me staande houden.

20210423_140520

Maar de weg ligt er verlaten bij – de snoeiwerken zijn gestaakt, en zonder omhaal loop ik langs het overwoekerde kapelletje Notre Dame de Lorette. 355 m boven zeeniveau, weet een bordje.

Chapelle Notre Dame de Lorette

In het gehucht Breuvanne prijkt achter een asymmetrisch raam een dof staaltje gallische cactuskunst. Ik weet niet of het me vrolijk moet stemmen.

cactuskunst Breuvanne

Hier niet ver vandaan loopt de Semois, maar die krijg ik voorlopig niet te zien. De route draait de velden in, een heuvel op.

velden bij Breuvanne

Het afzwaaien heeft een reden: van op de rug van de cuesta Le Menil heb je op een magistraal uitzicht over de jonge meanders. Op een bankje bij wat rundvee geniet ik een kwartiertje van het uitzicht. Aan de einder doemen de Ardennen op. Mijn gedachten gaan uit naar de duizenden soldaten die in augustus 1914 sneuvelden in deze vallei tijdens de Bataille de Rossignol.

meanders van de Semois bij Termes
meanders van de Semois bij Termes

Maar ik moet verder. Door weilanden en onder bosjes bomen loop ik verder. Op een splitsing onder het lommer verpozen drie andere stappers, die ik nu voor de tweede dag op rij nu eens inhaal, dan weer voor me moet laten. Onze begroetingen worden steeds hartelijker. Das dritte Mal, un Orval, lacht een van hen me in sappig Luxemburgs toe. Opnieuw vatten we ons haasje-over aan.

Croix Jakob

In Termes steek ik de pont Charreau over. De uitgesleten oevers van de slingerende rivier zijn steeds jong maar evengoed eeuwenoud. Al lopend luister ik toepasselijk naar het heerlijke Rivieren van Martin Michael Driessen, en het verhaal ‘Pierre en Adèle’ daaruit, met het steeds wisselende landschap, herinnert me hieraan. In de hitte glinstert het water als zilveren munten.

pont Charreau

Schaduw is er iets verderop in het bois de Lua, dat ik doorkruis tot aan het Croix Jakob, waar ik even halt hou.

bois de Lua
croix Jakob

Onbeschut gaat het verder richting Les Bulles. Inmiddels ben ik weer bijgebeend en ingehaald – pistons in eenzelfde wandelmotor.

richting Les Bulles

Ik ben al goed gaar als op een heuvel voor me de kerk van Jamoigne verschijnt.

Jamoigne

Voor ik daar aankom moet ik eerst nog de Semois over, die hier opnieuw helemaal opgaat in de weilanden eromheen.

Semois bij Jamoigne

In Jamoigne zelf passeer ik het dikbuikige 19de-eeuwse Chateau du Faing. Hier en daar picknicken en luieren troepjes mensen.

chateau du Faing

Veel tijd om te dralen is er niet, want de zon zakt al, en ik ben er nog lang niet. Opnieuw ben ik misschien wat te optimistisch geweest bij de planning. Maar ik hijs de moed uit mijn schoenen, en zet er de pas in naar het kleine bois du Fayé, om schaduw te tanken.

richting bois du Fayé

Aan de brug van het dorpje Moyen ligt een houtzagerij. De harsige geur slaat me tegemoet, en ik geniet van de bescheiden chaos.

Moyen

De Semois zorgt hier voor drasland. Beemd, zegt mijn hoofd, en ik beaam.

beemden aan de Semois

Aangezien het water hier soms sterk stijgt, zijn enkele huizen nu met een op het oog overbodige passerelle verbonden met het centrum.

brug Moyen

Vreemd hoe verval vaak stemmigheid ademt.

Moyen

Eindeloos lang kruipt het forêt de Chiny dichterbij. Ik laat de Gaume achter me, en loop de Ardennen in.

20210423_183847

Gelukkig vind ik in de bossen verkoeling: een groot stuk van de route voert langs het duistere water van de Vierre, een van de zijrivieren van de Semois.

Semois
Semois in het forêt de Chiny

In het struikgewas ziet mijn licht hallucinerend oog een prehistorisch tafereel: takken veranderen in strijdende dino’s. Het gebrul denk ik er zelf bij.

dinoots

Het is al na zevenen, en de zon wordt zwakker.

20210423_191610
forêt de Chiny

Al chattend met een vriendin is mijn tempo wat gezakt, en ik steek een tandje bij. Veel langer duurt het dan ook niet meer voor ik het einddoel van vandaag bereik: de Barrage de la Vierre, de stuw waar ik mijn auto achtergelaten heb.

Barrage de la Vierre

Nog even klimmen, en ik ben er.

20210423_195714

Op de terugweg naar Bellefontaine, waar mijn fiets nog staat, stop ik een moment om de zon te zien ondergaan.

ondergaande zon

Een topdag.

GR16 | Arlon – Bellefontaine | 22.04.21

GR16

Eind april wandel ik in 9 dagen het volledige Belgische deel van de GR16, de Sentier de la Semois, van de bron tot aan de Franse grens: samen 210 kilometer. Kamperen doe ik in mijn VW Multivan, en naar het vertrekpunt rijd ik telkens met mijn stadsfiets, 128 vaak zware kilometers bergop. Voor de etappes baseer ik me op de officiële topogids (beetje wennen, daarna erg bruikbaar) en de gedetailleerde en voor backpackers ten zeerste aangeraden etappeverdeling op trekkings.be, met hier en daar aanpassingen, omdat voor mij het eindpunt niet per se in de buurt van een camping moet liggen. Dit is dag 1/9.


Rond 6 uur word ik wakker op Camping ‘Officiel’ Arlon, een prima gelegen doorgangscamping met brandschoon sanitair.

Camping Officiel Arlon

Van daaruit rij ik naar de bossen van Bellefontaine, een dorpje bij Tintigny, vanwaar ik met mijn tong op mijn stuur terugfiets naar het centrum van Arlon. De terugtocht te voet telt 36 km, waar ik 7,5 uur effectief over doe.

De symbolische bron van de Semois ligt bij een klein bekken in een verder oninteressante woonwijk niet ver van het station. Ik ben wel enthousiast, maar het doet me nog zo niet veel: de stroom en ik maakten nog maar pas kennis, en ik hijg nog na van de pittige klim richting binnenstad.

de bron van de Semois

De piepjonge Semois is aanvankelijk niet meer dan een gezapig beekje, en in Arlon zelf loopt ze vaak ondergronds.

de jonge Semois

Ik trek door de buitenwijken naar de stadsrand, onder meer langs het cultuurcentrum, waar de frustratie hoog oplaait.

♿♿♿
Maison SAN Culture

Een van de straatnamen trekt mijn aandacht: omdat er een schooltje ligt, de école communale du Galgenberg, denk ik eerst nog dat het Luxemburgs dialect is voor 1-2-3, maar blijkbaar is de oorsprong prozaïscher: volksvertegenwoordiger-annex-burgemeester Numa Ensch vond het blijkbaar na zijn huwelijk een top idee om ook de naam van zijn echtgenote Flore Tesch aan te nemen, met dit gevolg. Een naam als een klok.

NUMA-ENSCH-TESCH

De voortuinen stemmen al even vrolijk.

97-117
paasboom

Ik passeer Viville en Freylange, waar ik sporen van bevers vind. De beestjes zelf laten zich helaas niet zien.

Freylange
beverknaag Freylange

Ik ben volledig van de stad weg nu, en het duizelt me wanneer ik achteromblik.

Arlon

De middagzon brandt alsof het hoogzomer is. In Lottert biedt een bosstrook gelukkig wat verkoeling. Het ruikt er harsig, naar Zuid-Frankrijk. Alles ademt vakantie.

Lottert

Tussen de stammen smaragdt een meer.

achter de bomen smaragdt het meer

Te midden het groen is er ook een overkapte publieke wasplaats, de Lavoir de Lottert, die sinds 1940 door de zanderige bodem te moeilijk toegankelijk werd en in onbruik raakte. Zo ziet dat er in het Lëtzebuergesch uit: D’Waasser ass kristallkloer, mee well de mëllen Sandbuedem de Wee dohin oft beschwéierlech gemaach huet, hunn d’Wäschfraen ab 1940 decidéiert, bei de Wäschbur vun Tattert ze goen. Heerlijk.

Lavoir de Lottert

Ik smelt zowat door het open veld. Zonnebrandolie heb ik ook niet mee natuurlijk – daar moet ik dringend wat aan doen.

heet heter heetst

In het gehucht Fouches zal dat evenwel niet lukken. Op plekken als deze is het dan weer wel goed dat de zon schijnt; geen idee hoe het er in miezer uit moet zien. Maar nu is het wel çavat.

La Boulangère
ladder
çavatten

Er is ook een oorlogsmonument, voor alle gesneuvelde Amerikaanse vliegeniers die Europa hielpen bevrijden.

monument

In Fourches en Samport is de Semois er weer – nog steeds op jonge benen, maar al duidelijk een waterloop met grip op de omgeving.

jonge Semois in Sampont

Nog even is de weg verhard, maar het glooiende landschap duidt al aan waar ik heen loop: …

op weg naar de Romeinse weg

… een kilometerslang stuk Romeinse heerweg, dat in illo tempore Reims met Trier verbond. Het plaveisel is eeuwen geleden al voor andere doeleinden weggehaald, maar dit blijft verdomd indrukwekkend.

Romeinse weg
Romeinse weg
Romeinse weg
Romeinse weg
lente

Ik had zoals aanbevolen in het stadje Étalle kunnen stoppen, maar ’s ochtends had ik besloten m’n eigen richting in te slaan en er meteen stevig in te vliegen.

DONNONS TOUT SON SENS A LA VIE

Wel slaat de vermoeidheid toe, en ik begin rare dingen te doen. Dit moet een zonnegroet voorstellen.

zonnegroet

Het is heet, en ik ben er mentaal nog steeds niet helemaal op ingesteld.

weg

De markante watertoren van Fratin maakt het er allemaal niet beter op.

Fratin

Ik pleister een ogenblik aan het Croix Saint-Lambert, op intussen ongeveer 30 km van Arlon. Ik ben onder baarden.

Croix Saint-Lambert
internetmemeding

Door het bos loopt de spookspoorlijn 289, pas in de jaren 90 aangelegd voor het vervoer van Valvert-water, maar nooit ten volle gebruikt en niet veel later opgegeven. Ik maak voor mezelf uit géén geposeerde selfie te schieten.

spookspoorweg
spookspoorweg

Dat doe ik wel bij de zône de quiétude in de bossen van Poncelle.

ZONE DE QUIETUDE

Het is een heerlijk schaduwrijk stuk als afsluiter, al blaart de ondergrond bijwijlen wel in m’n zolen.

Poncelle
Poncelle

Aan de kruising met de Rue de la Bourbouleuse richting Bellefontaine dan bereik ik het eindpunt voor vandaag, het Duits-Franse soldatenkerkhof van Radan. In de bossen rusten hier 527 Fransen en 238 Duitsers, allen gesneuveld op dezelfde noodlottige dag, 22 augustus 1914. Natuurlijk zit er danig wat scheef in Europa, maar meer dan 70 jaar vrede, dat is iets om blijvend bij stil te staan...

Cimetière militaire franco-allemand de Radan

Met auto haal ik mijn fiets op aan de bron, een halve wereld achter me intussen, en daarna ga ik tegen alle goede voornemens in een frietje halen. Ik kan het niet helpen: naast de snackerie heeft iemand terecht met verf gegooid.

Léopold II

Het was een majestueuze opener, deze dagmars door de Gaume. Als de hele route zo wordt, dan ben ik nog niet thuis.

Meer foto’s:

ZONE DE QUIETUDE