GR16 | Barrage Vierre – Florenville | 24.04.21

GR16

Eind april wandel ik in 9 dagen het volledige Belgische deel van de GR16, de Sentier de la Semois, van de bron tot aan de Franse grens. Dit is dag 3/9.


Rond zeven uur word ik enigszins groggy wakker op Camping ‘Officiel’ Arlon. Mijn voorraadtentje is nog wat wak, maar na een kort ontbijt en een douche begin ik toch op te kramen. De rijafstanden worden te groot, dus ‘verleggen’ dringt zich op.

goedemorgen

Het geeft niet dat het even duurt, want vandaag heb ik wijselijk gekozen voor een kortere etappe: van aan het stuwmeer op de Vierre naar het centrale stadje Florenville, een dikke 15 km maar. Zo loop ik weer even in de pas van de etappeverdeling op trekkings.be, en blijft er tijd om rustig te fietsen en ’s avonds voor het donker nog een nieuwe camping te zoeken.

Ik parkeer naast de kerk van Florenville en fiets door de bloesems naar de bossen van Chiny. Het weer is heerlijk, en ik geniet met volle teugen.

bloesems

Ik stal mijn trouwe stalen merrie tegen een wegwijzer naar Bertrix. Het doet me goed dat ik de lugubere plaatsnaam na al die jaren eindelijk positief kan invullen, want dat verdient deze streek zonder meer.

gestald

Zowat aan het vertrekpunt nodigt een impressie van zitbank wel al meteen niet uit tot pleisteren.

verzakt

Door het bos loop ik naar de Semois, die ik volg tot bij de riviercamping Le Canada.

langs de Semois

Een tijdje sla ik een loos vissertje gade bij de fotogenieke Pont Saint-Nicolas. Achter me zijn jonge gezinnen gezapig druk op een speelpleintje, kano’s worden aangedragen. Deze zaterdag trekt zich duidelijk op gang: het belooft een zonovergoten weekend te worden, en veel mensen hebben terecht hierheen de weg gevonden.

Pont Saint-Nicolas

Zelf wil ik de stilte in, en trek verder op een knerpend pad van gemalen zandsteen. Langs de oever verheffen zich de schieferwanden.

langs de Semois

Een vriend raadde me aan in het stadje Chiny in zijn vaste hotelstek een pannenkoek uit het vuistje te halen, maar omdat ik er verkeerdelijk vanuit ga dat de passerelle des Pierres verderop in privéhanden is en ik geen zin heb in gedoe, moet ik me die snoeperij ontzeggen. Een kleine bummer toch wel.

Semois bij Chiny

Wel laat zich op een helling naar het water opeens Dumbo blikken. Fauna als flora.

🐘 DUMBO 🐘

Inmiddels ben ik van de Semois weggedraaid, en via een wortelkluwen en een brugje steek ik de Ruisseau de Prévôt over.

Ruisseau de Prévôt

Het is stevig klimmen nu, maar de inspanning loont. Op La Roche de l’Écureuil doe ik eerst van zelfontspanner, en geniet daarna ik een kwartiertje van het uitzicht. Het is nog lente, en de bomen staan nog maar half in blad, waardoor het uitzicht fenomenaal vrij is. Zelden heb ik me meer op vakantie gevoeld.

La Roche de l'Écureuil

Door het bos gaat het daarna verder naar een tweede panorama, dat van La Roche Pinco. Ik moet er een kort stukje de GR voor af, lastens de markering met het verwonderde hiërogliefenoog. Het is de kleine omweg dubbel en dwars waard.

La Roche Pinco
La Roche Pinco

Op het smalst van de nek van de meander kom ik uit op straat, maar dan draait de GR meteen weer af, hoog de oever langs, door een smalle strook bos.

nek
langs de oever

Hoe anders is hier de bodem dan in de Gaume.

langs de oever

Het buitenleven verkwikt.

DEHORS

De weg vervolgt door het centrumpje van Lacuisine, zo genoemd naar de jachtkeuken van de vroegere graven van Chiny.

Lacuisine

Het plaatsje is maar een buikwind groot, en eens erdoorheen dient zich op de heuvels verderop al Florenville aan.

Florenville

Het is nog niet meer dan een mirage, want eerst moet ik nog de velden door richting het sympathieke Gaumse straatdorp Martué.

richting Martué

Een eindje vergezellen me drie loopeenden met hun karakteristieke gesnater. Zonder twijfel mijn favoriete dieren.

loopeenden

De kapel van Saint-Roch, de pestheilige, geef ik geheel contextueel een coronavuistje.

Saint-Roch
vuistje Saint-Roch

Aan het uiteinde van het gehucht prijk opnieuw trots het kalkzandstenen gerechtskruis uit 1327, nadat het in 2007 door een verstrooide boer van zijn sokkel in brokken werd gereden. 15.000 euro kostte de restauratiepuzzel, maar dat was het oudste monument van de streek wel waard.

croix de justice de Martué

Ik neem de brug over de Semois, en zie nu ook met eigen hoe steek de etymologie van Martué houdt: een is een wed, een plek waar de rivier doorwaadbaar is. Toponiemen als levend fossiel.

brug Semois Martué

De Gr volgt nu de gewone weg richting terminus.

weg naar Florenville

Gelukkig is er niet veel verkeer, want het strookje gras naast het asfalt is erg smal, en ik heb een heilige schrik voor prikkeldraad.

gr-markering Florenville

Hier en daar krijgt het monster asfalt ook een gezicht.

beest

Het is iets voor vijf uur als ik aankom in Florenville.

Florenville

Aan het uitzichtplatform is het prettig achteromkijken naar de vallei die ik vandaag heb doorkruist.

uitzicht Florenville

Ik pik nog een alarmistisch aptoniem mee …

Malarmé / Église de l'Assomption

… en warm me in de goudstenen gloed van de OLV-Hemelvaartskerk.

Église de l'Assomption Florenville

Kort zeg ik Tendre Violette gedag, het in het Nederlands kneuterig-pikant vertaalde ‘bosliefje’ van tekenaar Jean-Claude Servais.

Tendre Violette

Ik pik mijn fiets op en rij een heel eind door naar Herbeumont. In de loop van de dag heb ik gebeld naar camping Le “Champ le Monde”, maar als ik daar aankom, sta ik meer dan 20 minuten te wachten op de eigenaar, en het is me er na drie dagen rust onaangenaam levendig: Vlaamse weekendgasten lopen druk doende af en aan met boten, kampvuren laaien op, her en der stuiven flarden muziek voorbij, en een woelige nacht kondigt zich aan. Ik besluit mijn heil elders te zoeken.

Google Maps leidt me naar Camping Moulin Willaime een steenworp verderop, waar ik hartelijk doch erg warrig ontvangen wordt door een oude dame in een verschoten, viezig voorschoot.

20210425_190923

Verschillende keren wordt me op het hart gedrukt toch zeker géén verwarming aan te zetten om de brakke zekeringkast te ontzien, en he, heb ik de dassensporen in het gras opgemerkt? Het is een fijne plek vlak aan het water met sympathieke vaste gasten, maar verder ademt de site vooral verval. Het sanitaire blok is een regelrechte puinhoop: smerige wasbekkens, wankele toiletten zonder verlichting, en de enkele douche een bouwval zonder water.

20210425_203259
20210426_075143

In de kille Semois zie ik voor mijn ogen een visje de geest geven: één, twee amechtige kieuwspasmen, en het is niet meer.

dode vis

Ook de campingkat draagt op zeer eigen wijze met haar diabolische gezwel bij tot de algehele verkommering.

gezwel

Back to basics is duidelijk het ordewoord hier, en ik geef geen krimp … tot ik vergeet de prijssticker van een nog in Arlon aangekochte koekenpan te halen, die door mijn gaspitje gesmolten op mijn rechterhand druipt en ik flapperend van de pijn niet anders kan dan aan een der lavabo’s de ijskoude straal te trotseren. Een lelijke chemische brandplek is mijn deel.

Gelukkig valt de avond, en ondanks alles is het genieten. De dubbele maan maakt veel goed. Ik ben er, hier, onder een strakke hemel

2 manen

Kleumend lees ik nog wat, en kruip dan mijn slaapzak in. Morgen is er immers weer een dag.

GR16 | Bellefontaine – Barrage Vierre | 23.04.21

GR16

Eind april wandel ik in 9 dagen het volledige Belgische deel van de GR16, de Sentier de la Semois, van de bron tot aan de Franse grens. Dit is dag 2/9.


Enigszins geradbraakt van de openingsetappe rij ik naar de bossen van Chiny, vanwaar ik in drie kwartier de 15 km terugfiets naar Bellefontaine, waar ik geëindigd was. Daar vat ik de 26,5 km voor vandaag aan, waar ik 5,5 uur effectief over doe.

Beginpunt is het Duits-Franse soldatenkerkhof van Radan, dat er in het ochtendlicht heel anders bijligt.

Duits-Frans soldatenkerkhof van Radan

Ik loop de bossen in.

richting Breuvanne

Langs een lindendreef passeer ik het imposante privédomein van het château de Villemont, een robuuste zandstenen torenwoning.

plas aan het château de Villemont

Een wegversperring doet me twijfelen, maar op de kaart zie ik geen alternatief, en ik besluit het erop te wagen. In mijn hoofd bereid ik al een excuus voor mocht iemand me staande houden.

20210423_140520

Maar de weg ligt er verlaten bij – de snoeiwerken zijn gestaakt, en zonder omhaal loop ik langs het overwoekerde kapelletje Notre Dame de Lorette. 355 m boven zeeniveau, weet een bordje.

Chapelle Notre Dame de Lorette

In het gehucht Breuvanne prijkt achter een asymmetrisch raam een dof staaltje gallische cactuskunst. Ik weet niet of het me vrolijk moet stemmen.

cactuskunst Breuvanne

Hier niet ver vandaan loopt de Semois, maar die krijg ik voorlopig niet te zien. De route draait de velden in, een heuvel op.

velden bij Breuvanne

Het afzwaaien heeft een reden: van op de rug van de cuesta Le Menil heb je op een magistraal uitzicht over de jonge meanders. Op een bankje bij wat rundvee geniet ik een kwartiertje van het uitzicht. Aan de einder doemen de Ardennen op. Mijn gedachten gaan uit naar de duizenden soldaten die in augustus 1914 sneuvelden in deze vallei tijdens de Bataille de Rossignol.

meanders van de Semois bij Termes
meanders van de Semois bij Termes

Maar ik moet verder. Door weilanden en onder bosjes bomen loop ik verder. Op een splitsing onder het lommer verpozen drie andere stappers, die ik nu voor de tweede dag op rij nu eens inhaal, dan weer voor me moet laten. Onze begroetingen worden steeds hartelijker. Das dritte Mal, un Orval, lacht een van hen me in sappig Luxemburgs toe. Opnieuw vatten we ons haasje-over aan.

Croix Jakob

In Termes steek ik de pont Charreau over. De uitgesleten oevers van de slingerende rivier zijn steeds jong maar evengoed eeuwenoud. Al lopend luister ik toepasselijk naar het heerlijke Rivieren van Martin Michael Driessen, en het verhaal ‘Pierre en Adèle’ daaruit, met het steeds wisselende landschap, herinnert me hieraan. In de hitte glinstert het water als zilveren munten.

pont Charreau

Schaduw is er iets verderop in het bois de Lua, dat ik doorkruis tot aan het Croix Jakob, waar ik even halt hou.

bois de Lua
croix Jakob

Onbeschut gaat het verder richting Les Bulles. Inmiddels ben ik weer bijgebeend en ingehaald – pistons in eenzelfde wandelmotor.

richting Les Bulles

Ik ben al goed gaar als op een heuvel voor me de kerk van Jamoigne verschijnt.

Jamoigne

Voor ik daar aankom moet ik eerst nog de Semois over, die hier opnieuw helemaal opgaat in de weilanden eromheen.

Semois bij Jamoigne

In Jamoigne zelf passeer ik het dikbuikige 19de-eeuwse Chateau du Faing. Hier en daar picknicken en luieren troepjes mensen.

chateau du Faing

Veel tijd om te dralen is er niet, want de zon zakt al, en ik ben er nog lang niet. Opnieuw ben ik misschien wat te optimistisch geweest bij de planning. Maar ik hijs de moed uit mijn schoenen, en zet er de pas in naar het kleine bois du Fayé, om schaduw te tanken.

richting bois du Fayé

Aan de brug van het dorpje Moyen ligt een houtzagerij. De harsige geur slaat me tegemoet, en ik geniet van de bescheiden chaos.

Moyen

De Semois zorgt hier voor drasland. Beemd, zegt mijn hoofd, en ik beaam.

beemden aan de Semois

Aangezien het water hier soms sterk stijgt, zijn enkele huizen nu met een op het oog overbodige passerelle verbonden met het centrum.

brug Moyen

Vreemd hoe verval vaak stemmigheid ademt.

Moyen

Eindeloos lang kruipt het forêt de Chiny dichterbij. Ik laat de Gaume achter me, en loop de Ardennen in.

20210423_183847

Gelukkig vind ik in de bossen verkoeling: een groot stuk van de route voert langs het duistere water van de Vierre, een van de zijrivieren van de Semois.

Semois
Semois in het forêt de Chiny

In het struikgewas ziet mijn licht hallucinerend oog een prehistorisch tafereel: takken veranderen in strijdende dino’s. Het gebrul denk ik er zelf bij.

dinoots

Het is al na zevenen, en de zon wordt zwakker.

20210423_191610
forêt de Chiny

Al chattend met een vriendin is mijn tempo wat gezakt, en ik steek een tandje bij. Veel langer duurt het dan ook niet meer voor ik het einddoel van vandaag bereik: de Barrage de la Vierre, de stuw waar ik mijn auto achtergelaten heb.

Barrage de la Vierre

Nog even klimmen, en ik ben er.

20210423_195714

Op de terugweg naar Bellefontaine, waar mijn fiets nog staat, stop ik een moment om de zon te zien ondergaan.

ondergaande zon

Een topdag.

GR16 | Arlon – Bellefontaine | 22.04.21

GR16

Eind april wandel ik in 9 dagen het volledige Belgische deel van de GR16, de Sentier de la Semois, van de bron tot aan de Franse grens: samen 210 kilometer. Kamperen doe ik in mijn VW Multivan, en naar het vertrekpunt rijd ik telkens met mijn stadsfiets, 128 vaak zware kilometers bergop. Voor de etappes baseer ik me op de officiële topogids (beetje wennen, daarna erg bruikbaar) en de gedetailleerde en voor backpackers ten zeerste aangeraden etappeverdeling op trekkings.be, met hier en daar aanpassingen, omdat voor mij het eindpunt niet per se in de buurt van een camping moet liggen. Dit is dag 1/9.


Rond 6 uur word ik wakker op Camping ‘Officiel’ Arlon, een prima gelegen doorgangscamping met brandschoon sanitair.

Camping Officiel Arlon

Van daaruit rij ik naar de bossen van Bellefontaine, een dorpje bij Tintigny, vanwaar ik met mijn tong op mijn stuur terugfiets naar het centrum van Arlon. De terugtocht te voet telt 36 km, waar ik 7,5 uur effectief over doe.

De symbolische bron van de Semois ligt bij een klein bekken in een verder oninteressante woonwijk niet ver van het station. Ik ben wel enthousiast, maar het doet me nog zo niet veel: de stroom en ik maakten nog maar pas kennis, en ik hijg nog na van de pittige klim richting binnenstad.

de bron van de Semois

De piepjonge Semois is aanvankelijk niet meer dan een gezapig beekje, en in Arlon zelf loopt ze vaak ondergronds.

de jonge Semois

Ik trek door de buitenwijken naar de stadsrand, onder meer langs het cultuurcentrum, waar de frustratie hoog oplaait.

♿♿♿
Maison SAN Culture

Een van de straatnamen trekt mijn aandacht: omdat er een schooltje ligt, de école communale du Galgenberg, denk ik eerst nog dat het Luxemburgs dialect is voor 1-2-3, maar blijkbaar is de oorsprong prozaïscher: volksvertegenwoordiger-annex-burgemeester Numa Ensch vond het blijkbaar na zijn huwelijk een top idee om ook de naam van zijn echtgenote Flore Tesch aan te nemen, met dit gevolg. Een naam als een klok.

NUMA-ENSCH-TESCH

De voortuinen stemmen al even vrolijk.

97-117
paasboom

Ik passeer Viville en Freylange, waar ik sporen van bevers vind. De beestjes zelf laten zich helaas niet zien.

Freylange
beverknaag Freylange

Ik ben volledig van de stad weg nu, en het duizelt me wanneer ik achteromblik.

Arlon

De middagzon brandt alsof het hoogzomer is. In Lottert biedt een bosstrook gelukkig wat verkoeling. Het ruikt er harsig, naar Zuid-Frankrijk. Alles ademt vakantie.

Lottert

Tussen de stammen smaragdt een meer.

achter de bomen smaragdt het meer

Te midden het groen is er ook een overkapte publieke wasplaats, de Lavoir de Lottert, die sinds 1940 door de zanderige bodem te moeilijk toegankelijk werd en in onbruik raakte. Zo ziet dat er in het Lëtzebuergesch uit: D’Waasser ass kristallkloer, mee well de mëllen Sandbuedem de Wee dohin oft beschwéierlech gemaach huet, hunn d’Wäschfraen ab 1940 decidéiert, bei de Wäschbur vun Tattert ze goen. Heerlijk.

Lavoir de Lottert

Ik smelt zowat door het open veld. Zonnebrandolie heb ik ook niet mee natuurlijk – daar moet ik dringend wat aan doen.

heet heter heetst

In het gehucht Fouches zal dat evenwel niet lukken. Op plekken als deze is het dan weer wel goed dat de zon schijnt; geen idee hoe het er in miezer uit moet zien. Maar nu is het wel çavat.

La Boulangère
ladder
çavatten

Er is ook een oorlogsmonument, voor alle gesneuvelde Amerikaanse vliegeniers die Europa hielpen bevrijden.

monument

In Fourches en Samport is de Semois er weer – nog steeds op jonge benen, maar al duidelijk een waterloop met grip op de omgeving.

jonge Semois in Sampont

Nog even is de weg verhard, maar het glooiende landschap duidt al aan waar ik heen loop: …

op weg naar de Romeinse weg

… een kilometerslang stuk Romeinse heerweg, dat in illo tempore Reims met Trier verbond. Het plaveisel is eeuwen geleden al voor andere doeleinden weggehaald, maar dit blijft verdomd indrukwekkend.

Romeinse weg
Romeinse weg
Romeinse weg
Romeinse weg
lente

Ik had zoals aanbevolen in het stadje Étalle kunnen stoppen, maar ’s ochtends had ik besloten m’n eigen richting in te slaan en er meteen stevig in te vliegen.

DONNONS TOUT SON SENS A LA VIE

Wel slaat de vermoeidheid toe, en ik begin rare dingen te doen. Dit moet een zonnegroet voorstellen.

zonnegroet

Het is heet, en ik ben er mentaal nog steeds niet helemaal op ingesteld.

weg

De markante watertoren van Fratin maakt het er allemaal niet beter op.

Fratin

Ik pleister een ogenblik aan het Croix Saint-Lambert, op intussen ongeveer 30 km van Arlon. Ik ben onder baarden.

Croix Saint-Lambert
internetmemeding

Door het bos loopt de spookspoorlijn 289, pas in de jaren 90 aangelegd voor het vervoer van Valvert-water, maar nooit ten volle gebruikt en niet veel later opgegeven. Ik maak voor mezelf uit géén geposeerde selfie te schieten.

spookspoorweg
spookspoorweg

Dat doe ik wel bij de zône de quiétude in de bossen van Poncelle.

ZONE DE QUIETUDE

Het is een heerlijk schaduwrijk stuk als afsluiter, al blaart de ondergrond bijwijlen wel in m’n zolen.

Poncelle
Poncelle

Aan de kruising met de Rue de la Bourbouleuse richting Bellefontaine dan bereik ik het eindpunt voor vandaag, het Duits-Franse soldatenkerkhof van Radan. In de bossen rusten hier 527 Fransen en 238 Duitsers, allen gesneuveld op dezelfde noodlottige dag, 22 augustus 1914. Natuurlijk zit er danig wat scheef in Europa, maar meer dan 70 jaar vrede, dat is iets om blijvend bij stil te staan...

Cimetière militaire franco-allemand de Radan

Met auto haal ik mijn fiets op aan de bron, een halve wereld achter me intussen, en daarna ga ik tegen alle goede voornemens in een frietje halen. Ik kan het niet helpen: naast de snackerie heeft iemand terecht met verf gegooid.

Léopold II

Het was een majestueuze opener, deze dagmars door de Gaume. Als de hele route zo wordt, dan ben ik nog niet thuis.

Meer foto’s:

ZONE DE QUIETUDE

GR123 | Bléharies – Doornik | 14.03.21

GR123

Nu de GR5A er bijna op zit, ben ik op zoek naar een nieuwe uitdaging. Ik liep al een paar korte stukjes van de GR123, de Ronde van Picardisch Wallonië, die onlangs helemaal opnieuw bewegwijzerd werd en waarvan binnenkort ook een nieuwe topogids verschijnt, en aangezien ik me graag dichtbij laat verrassen, lijkt die me wel wat.

Op een zondagmiddag in maart loop ik een eerste serieuze etappe, een goede 23 kilometer ver.

Ik parkeer in het centrum van Doornik, en fiets langs de Schelde naar het gehucht Bléharies. Gelukkig heb ik de wind in de rug. Onderweg passeer ik het opgetuigde schandaalbeeld De najade van Georges Grard en het in tegenlicht sinistere kasteel van Antoing.

Doornik
La Naïade, George Grard
Kasteel van Antoing

Hier en daar ligt de route er enorm dégradée bij. Een paar meter voor ik aankom hobbel ik aan hoge snelheid over een asfaltribbel en gaat mijn ketting eraf. Avontuur.

Eerste halte na een dikke kilometer stappen is de Pierre de Brunehaut, volgens het bordje “de mooiste menhir van België”. Ik was er ooit al eens, jaren geleden met mijn vrouw, voor een picknick – ontdekt in een boekje over vreemde plekken in België, en met de kolder in de kop bezocht.

Pierre de Brunehaut
Mijnheer Menhir

Even verderop móét ik niezen.

NIEZEN

De luchten zijn de hele dag dramatisch. En overal doet het van landbouw, met koele pispoelen des doods.

lucht
mest

Een eerste dorp is Lesdain, waar achter de vitrage de King zijn comeback voorbereidt.

Lesdain
Elvis leeft

Verderop loop ik een heel eind door het Bois de Howardries. Een bosbreed narcistapijt doet mijn lentekriebels ontluiken.

lente
Bois de Howardries

In Wez-Velvain is het de la merde.

De la merde

Het landschap glooit sterk. Een heel eind loop ik in de buurt van een spoorweg voortgebeukt door de wind door een quasi leeg en soms dreigend landschap.

eindeloos
klokjes
luchten bij Guignies
luchten

Een paar kilometer is de weg verhard, maar dan slaat het pad richting Doornik de velden in. Ik dras verder.

luchten bij Willemeau
luchten bij Willemeau

In Ere doet een toom kippen van verregaande mimesis.

kippen / poulets (mimesis)
kippenren

Er zijn ook de sterren van het lokale voetbal:

F.C. ETOILES ERE
ERE ==>

Wanneer ik Doornik binnenloop, groet me van op een kunstwerk een vredesduif. Precies wat ik nodig had.

vredesduif

In de binnenstad hangen nog relicten van de carnavalsvieringen.

PRENEZ SOIN DE FOU!

Naast de imposante kathedraal, UNESCO-werelderfgoed, staat de beeldengroep De blinden. Ik waan me in Rouen, Calais of ergens in Bretagne.

Les aveugles / Cathédrale Notre Dame de Tournai
Les aveugles

En om af te sluiten heb ik nog wat pret met de lokale middenstand.

On se retrouve / DEBILE

Dit smaakt zeker naar meer…

Nog foto’s:

kippenren

GR123 | Saint-Léger – Kain | 10.20-2.21

GR123

De eerste kilometers van de GR123, de Ronde van Picardisch Wallonië, leg ik af in horten en stoten, in korte tot ultrakorte wandelingen, over een periode van vier maanden. Dat heeft alles te maken met zwemzoonlief, die in Zwevegem traint, vlakbij de Waalse grens. Af en toe zijn er tijdens trainingen en wedstrijden momenten waarop ik een paar uur kan verdwijnen, maar nooit een hele dag. Die eerste drie mini-etappes vat ik hier samen.

(1)

Eind oktober 2020 besluit ik een zijsprongetje te maken van de GR5A. Zoonlief is aan de zwem, en ik rijd door naar Saint-Léger om een eerste stuk van de GR123 te wandelen. Een topogids heb ik niet, maar ik vertrek van daaruit omdat het dorpje het dichtste punt is, en omdat ik na Pecq via de Schelde een handig lusje terug kan maken naar mijn auto. In totaal leg ik 13,35 km af, in precies 2,5 uur effectief.

Het eerste eind loopt langs het Canal de l’Espierres / Spierekanaal, dat de Schelde met het Canal de Roubaix verbindt. Vroeger bedoeld voor steenkool, later volledig teloorgegaan en vervuild, sinds enkele jaren weer geschikt gemaakt voor de pleziervaart.

Canal de l'Espierres / Spierekanaal

De sfeer zit er meteen in; het zonnetje lacht me toe.

soleil levant

In het dorpje Saint-Léger zelf sta ik wat te schutteren aan de ingang van het kerkhof. Ni chien, ni moto-vélo, maar toch… Ik besluit verder te trekken.

Saint-Léger

De steegjes rondom ademen verval.

steegje

Het is een landbouwstreek, maar veel lijkt vergane glorie. De maïs is broos, de koeien zijn treurig in de grond gepoot. Misschien ligt het aan het seizoen, aan het licht. Maar het voelt allemaal doods.

wortels
maïs
verzakt
schuur
akker

Zelfs de tegels van de veldwegels zijn verzakt, gebarsten dekstenen op verlaten dodenakkers.

scheve wegelingen

Een bewoner van deze plek vond het nodig zijn achterruitwisser profylactisch een sok om te doen. Had ik dat ook gemoeten? Zijn er ongeschreven regels waar ik zonder het te weten tegen zondig? Hoe zal ik mijn auto aantreffen straks?

prophylaxe

Langs poelen twijfel stap ik verontrust verder door de velden.

plassen

In Pecq passeer ik een treinstel, wat me aan de buffetwagon van de Colmar in Kortrijk doet denken, en pats, daar veruitwendigt zich meteen ook mijn knagende honger. Maar ik houd me kranig.

train
friet

Vanaf nu gaat het grotendeels langs de Schelde terug naar mijn beginpunt.

Schelde
20201025_160909
schip

In Warcoing passeer ik nog een dampende brouwerij, en in de moutwalm blijf ik even hangen. Het lijkt Avalon wel.

SEYNAEVE Warcoing

En dan ben ik er ongeveer, terug aan de grote baan, waar mijn auto sok- en bekeuringsloos op me wacht.

sfeer

Ik vond het een verrijkende kennismaking. Clichés werden bevestigd, jazeker, maar er schuilt toch ook bonkige poëzie in dit morsige landschap: een spiegel van het West-Vlaanderen van mijn jeugd, midden jaren tachtig, toen het platteland net zo roestte en drabde als hier. Ik kijk ernaar uit er meer van te ontdekken.

(2)

Eind november weet ik mijn dochter van 8 te overhalen tot een korte, mistige etappe van Pecq naar het wieler- en kunstendorp Mont-Saint-Aubert. We parkeren op de heuvel en zoeven met een rotgang door de herfstkou richting Pecq. Mijn eindpunt van de vorige etappe halen we echter niet: zonder handschoenen vertrekken was een beschimmeld idee, en onze blauwe vingers kleumen krampachtig van no más, no más. Ik wil geen tranen, dus stoppen we eerder dan voorzien in de buurt van de Schelde en vatten we van daaraf de terugtocht aan. In totaal stappen we iets meer dan 8 km, waarvan de meeste in stijgende lijn, in ongeveer 2 uur effectief.

Eerst lopen we een heel eind op het jaagoad langs de Schelde, waar we best wat zondagswandelaars kruisen. De wereld kleurt gedempt grauw en grijs. Op zijarmen dobberen ganzen.

mist
ganzen

Op velden na valt er weinig te zien. De herfst grijpt om zich heen. Des te meer tijd om ons op elkaar te verlaten en bij te praten.

mist
trui
mist

De wattige leegte is het doek waarop we de afgelopen weken schetsen.

leegte

Het is al avond als we Mont-Saint-Aubert binnenlopen. Er is lichte teleurstelling omdat op dit late uur in een lokaal wafelhuis de vensterverkoop is gestaakt, maar ik beloof het goed te maken. Zeker weten.

de avond valt
Mont-Saint-Aubert

(3)

Begin februari dan denk ik pipo tijdens een zwemwedstrijd tijd zat te hebben om van Doornik naar Mont-Saint-Aubert te wandelen, maar ik misreken me danig: wanneer ik eindelijk in het heuveldorp parkeer is de namiddag al bijna om, en in Kain al moet ik noodgedwongen mijn fiets achterlaten wil ik nog min of meer op tijd terug zijn. Het is wat het is: een schamele 4,5 km klimmen, waar ik minder dan een uur over doe.

De GR voert me op achterafwegels de dorpskern door.

Kain
wegelingen

Ik word één met de hoogbejaarde omgeving.

Rue du troisième âge
Kain

Gelukkig kan er ondanks gesloten horeca een beaatgroene glimlach af.

le sourire

Iemand leeft al volop naar het volgende jaaruiteinde toe.

kerft

Eens de kern door ontvouwt de heuvel zich voor me.

Kain
Mont-Saint-Aubert
Mont-Saint-Aubert

Op de laatste steile helling, de Chemin des poètes, liggen in steen vereeuwigd toepasselijke boodschappen.

Pied à pied versifier / pas à pas pélériner
Passer c'est devenir lisible

Ik voel me hier helemaal welkom, in Mont-Saint-Aubert.

BIENVENUE

Naast de auto groet ik ook nog Maria, en dan heet het, met ongestilde wandelhonger, terug richting Zwevegem.

grot

Maar niet voor ik in Ramegnies-Chin gestopt ben bij een wel zeer verontrustend bord. Die Walen toch…

KOTS à louer

Meer foto’s:

SEYNAEVE Warcoing